In Nederland wordt met duizelingwekkende hoeveelheden mest gefraudeerd

Landbouw In Nederland wordt met enorme partijen mest gesjoemeld, blijkt uit onderzoek waar NRC de hand op wist te leggen. Op die fraude is nauwelijks controle, stellen de onderzoekers vast.

Nederland produceert jaarlijks 75 miljard kilo mest, vooral afkomstig van veehouders.
Nederland produceert jaarlijks 75 miljard kilo mest, vooral afkomstig van veehouders. Foto Merlin Daleman

Boeren die hun mestoverschot illegaal over hun land verspreiden of het niet volgens de wet vernietigen hebben in Nederland weinig te vrezen van opsporingsinstanties. De kans dat mestfraudeurs gepakt worden is „klein”, staat in een nog niet gepubliceerd onderzoek in opdracht van de Strategische Milieukamer, een samenwerking van verschillende inspectie-, inlichtings- en opsporingsdiensten.

Het rapport analyseert ruim driehonderd opsporingsonderzoeken naar mestfraude die de afgelopen vijftien jaar door onder meer de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de politie bij het Openbaar Ministerie zijn aangeleverd. Het is de eerste landelijke inventarisatie van mestfraude. Het onderzoek legt niet zozeer „de werkelijke omvang” van illegale mestdumping bloot, maar poogt de immense proporties en de economische en ecologische gevolgen van het gesjoemel te laten zien. Hoeveel fraudeurs er zijn veroordeeld, wordt niet duidelijk.

Nederland produceert jaarlijks 75 miljard kilo mest, vooral afkomstig van veehouders. De mest wordt deels over akkers verspreid, zodat planten en groenten beter groeien. Omdat Nederlandse boeren meer mest produceren dan nodig is en overmatig gebruik slecht is voor grond- en oppervlaktewater en natuurgebieden, wordt het mestgebruik nauwkeurig bijgehouden.

Boeren moeten hun mestoverschot zelf oplossen. Ook opslag, afvoer en eventuele vernietiging zijn voor hun rekening. De kosten ervan kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s. Om daarop te besparen, wordt gesjoemeld met het teveel aan mest.

Lees hier de vijf belangrijkste bevindingen uit het onderzoek: Van sjoemelen met systemen tot vervalsingen: mestfraudeurs krijgen alle ruimte

Onjuiste data

Het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent jaarlijks de ruimte voor het ‘uitrijden’ van mest binnen de toegestane normen. Maar door het gesjoemel krijgt het statistiekbureau onjuiste data aangeleverd voor zijn berekeningen. Dit zorgt ervoor „dat de effectiviteit van het mestbeleid niet goed kan worden gemonitord”, aldus het onderzoek.

De onderzoekers zien verschillende types mestfraude. Zo worden stalsystemen gemanipuleerd en veinzen boeren dat ze hun mestoverschot verkopen of elders uitrijden, terwijl ze het stiekem over eigen land uitstrooien. Hiervoor worden vaak documenten vervalst, waardoor het lijkt alsof de mest elders wordt vernietigd.

Uit het onderzoek komt naar voren dat er met enorme partijen mest wordt gesjoemeld. Uit 21 strafdossiers blijkt van 185 miljoen kilo mest onduidelijk waar die gebleven is, omdat dit „niet of op onjuiste manier” is verantwoord. In vijf andere strafdossiers is van 1.235 ton mest niet duidelijk wat ermee is gebeurd.

Het financiële voordeel voor de fraudeurs is groot. In de 21 strafzaken is het „wederrechtelijke voordeel” samen bijna 23 miljoen euro. Bij tien andere strafzaken lopen de bespaarde kosten op tot in totaal 5,7 miljoen euro.

NRC onthulde eind 2017 dat in Limburg en Oost-Brabant veehouders, mestproducenten en adviseurs op grote schaal fraudeerden met mestafvoer. Twee derde van de belangrijkste transporteurs en verwerkers van mest in die regio’s was veroordeeld, beboet of verdacht door de NVWA of het OM, bleek uit het NRC-onderzoek.

Fraudeprikkels wegnemen

In 2018 is het mestbeleid, dat de natuur moet beschermen en mestgebruik reguleren, aangescherpt. Wegnemen van „fraudeprikkels” was een belangrijke pijler onder het nieuwe beleid. Opsporings- en handhavingsinstanties, OM, waterschappen, provincies en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zouden in de „risicogebieden” vaker informatie uitwisselen en beter toezicht houden. Dat ging om Brabant (De Peel), Gelderland (Gelderse Vallei) en Overijssel (Twente), waar veel veehouders zitten en veel mest wordt geproduceerd. Ook de sector zelf beloofde onderling nauwere samenwerking. Op initiatief van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kwam er een kwaliteitskeurmerk voor mestgebruik.

Volgens de onderzoekers komt de samenwerking in de sector „nog onvoldoende van de grond”. Opsporingsdiensten zien „veroordeelde fraudeurs” weer opduiken. De capaciteit om controles uit te voeren schiet bovendien enorm tekort, volgens het onderzoek. Van de grofweg 950.000 mesttransporten in 2019 werden er 821 gecontroleerd; 0,09 procent.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid laat in een reactie weten dat er „pas” op vragen over het onderzoek gereageerd kan worden als dit naar de Tweede Kamer is gestuurd. Dan „kunnen de vakdepartementen de conclusies bestuderen en erop reageren”.

Lees hier ons onderzoeksverhaal uit 2017 over mestfraude: Het Mestcomplot