Opinie

Israël wil eigen koers tussen China en VS, maar hoe?

Israël onderhoudt al heel lang zeer lucratieve betrekkingen met China, weet . Maar Amerika heeft daar grote problemen mee.

Dwars

China staat tegenwoordig nogal vaak op het nieuwsmenu, met dank aan zijn economische en andere expansie, en aan Amerikaanse presidenten die dat willen beteugelen. Eerder deze maand heeft u vast wel Bidens waarschuwingen voor oprukkend China gezien tijdens de vergadering van de G7 van democratische industrielanden. Het rukt inderdaad op, ook in deze column. Een paar weken geleden heb ik hier al geschreven over China, namelijk in het kader van zijn groeiende relaties met Iran en de Arabische Golfstaten. Op het gevaar af dat ik u overvoer, kom ik vandaag bij u aan met China en Israël.

Want Israël heeft al heel lang bloeiende betrekkingen met China, met name op defensiegebied, en dat zint Amerika niet, ook al heel lang trouwens. Ik herinner me de ruzie over de Israëlische verkoop aan China van het hypermoderne Phalcon-radarsysteem dat zou worden ingebouwd in Russische Iljoesjinvliegtuigen. Die ruzie eindigde in 2000 in een Amerikaans veto. China was woest, Israël bedroefd want het was wel een order voor 250 miljoen dollar per vliegtuig, en het ging om vijf vliegtuigen; veel geld toen. Uit een artikel van toenmalig correspondent Salomon Bouman: „De correspondent van de Israëlische tv legde vorige week uit dat Israël eerdere beleefde Amerikaanse waarschuwingen heeft genegeerd. Hij schreef dat toe aan het verschil in cultuur tussen Israëliërs en Amerikanen. Beleefd protest maakt op Israëlische gezagsdragers geen indruk.”

De Israëlische betrekkingen met China zijn tot en met vandaag een zorg gebleven voor Amerikaanse regeringen die verder toch dichter dan dicht naast Jeruzalem staan. Op dit moment speelt (onder andere) de Israëlische deal met Shanghai International Port Group, dat met ingang van dit jaar voor 25 jaar de containerterminal van Haifa uitbaat. China verzamelt buitenlandse havens (Sri Lanka, Pakistan, Griekenland) aan de maritieme Zijderoute waarlangs het de wereld verovert. De regering-Trump – en u weet hoe na Israël de Trumpianen aan het hart lag – was daarover absoluut niet te spreken. Zo’n haven geeft de Chinese overheid immers toegang tot allerhande geheime informatie. Onder Trumps druk, Pompeo kwam speciaal langs, ging in elk geval het contract voor de bouw van de grootste ontziltingsfabriek in de wereld niet naar een Chinees, maar een Israëlisch bedrijf.

Israël moet buiten de strijd tussen VS en China blijven, kopte de Jerusalem Post zaterdag zijn hoofdartikel. Ik ben benieuwd hoe. Onder druk van Biden ondertekende Israël vorige week in de VN-Mensenrechtenraad samen met veertig andere westerse landen een verklaring die „ernstige bezorgdheid” uitdrukt over Chinese mensenrechtenschendingen tegen de Oeigoeren en in Hongkong en Tibet. China pochte meteen dat meer dan zestig landen vervolgens hun warme steun hadden betuigd voor zijn beleid, en dat de zes Arabische Golfstaten dat nog eens dunnetjes over hadden gedaan in een aparte brief. China zelf had eerder Israël gekritiseerd om zijn recente Gaza-offensief. Ik las dat Israëlische functionarissen zich zorgen maken over de mogelijke Chinese vergelding. Al die islamitische landen waar de Chinese zilvervloot is aangeland, blijven niet voor niets muisstil over de islamitische Oeigoeren.

Maar Amerika is natuurlijk ook niet voor de poes. U herinnert zich wel de vijftig F-35’s die de Emiraten mogen kopen in ruil voor normalisering met Israël. In Washington wordt die order nu nog eens tegen het licht gehouden wegens de nauwe Emiraatse samenwerking met China. Biden is nog lang niet klaar met Israël.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.