Opinie

Inheemse kinderen in de VS net zo slecht behandeld als in Canada

Misbruik Kijk na de vondst van graven van inheemse kinderen bij kostscholen in Canada, ook naar de VS, meent . Daar is dit thema grotendeels vergeten.
Een wake bij de plek in Saskatchewan, Canada, waar afgelopen week resten werden gevonden van inheemse kostschoolkinderen.
Een wake bij de plek in Saskatchewan, Canada, waar afgelopen week resten werden gevonden van inheemse kostschoolkinderen. Foto Geoff Robins / AFP

Sinds eind vorige maand het nieuws naar buiten kwam dat er bij een voormalige kostschool voor inheemse kinderen in Canada een graf met 215 lichamen was gevonden staat dit thema in Canada weer volop in de schijnwerpers. Vorige week werden nog eens honderden graven ontdekt . Intussen is in de Verenigde Staten ook het debat losgebroken over federale scholen, die daar eveneens een zwarte vlek op de geschiedenis zijn. Minister Deb Haaland (Binnenlandse Zaken) heeft vorige week een onderzoek aangekondigd naar de archieven van federale scholen waar de overheid inheemse Amerikaanse kinderen vaak onder dwang plaatste.

Het nieuws dat onderzoekers een graf met 215 kinderlijkjes hadden gevonden bij een voormalige school voor inheemse kinderen in Kamloops ging als een schokgolf door Canada. Voor inheemse gemeenschappen is het een herinnering aan een pijnlijke geschiedenis die nooit ver weg is. Voor de rest van Canada is het een herinnering aan een verleden dat velen liever vergeten.

Ook voor de inheemse bevolking van de Verenigde Staten brengt het nieuws pijnlijke herinneringen naar boven aan een geschiedenis die veel lijkt op die van Canada. In de VS is deze geschiedenis echter nauwelijks onderdeel van het collectieve geheugen.

Gezien de Amerikaanse onwetendheid is het geen wonder dat dit verleden ook in Nederland amper ter discussie staat. Hoe belangrijk het is om deze geschiedenissen naast elkaar te zien, blijkt uit de verslaggeving over dit onderwerp. NRC-correspondent Frank Kuin schrijft bijvoorbeeld (15/6) dat de omgang met inheemse volkeren een „zwarte vlek is op de geschiedenis van het land, zoals het slavernijverleden dat is in de Verenigde Staten”. Deze observatie bevat een kern van waarheid, maar het is illustratief dat Kuin voorbijgaat aan het Amerikaanse kostschoolverleden.

Geweld, ziekte en stigmatisering

In de VS waren er volgens de National Native American Boarding School Healing Coalition (NABS) zeker 367 van zulke kostscholen en gingen in 1926 meer dan zestigduizend inheemse kinderen, 83 procent van de kinderen van schoolgaande leeftijd, naar zo’n school.

Net als in Canada scheidde de overheid vanaf de jaren 1870 op deze manier bijna een eeuw lang kinderen van hun families in een poging het ‘Indiaanse probleem’ op te lossen. Net als in Canada kregen kinderen op Amerikaanse kostscholen te maken met geweld, ziekte en de stigmatisering van hun talen en culturen. Net als in Canada hadden sommige scholen een eigen begraafplaats omdat sommige kinderen hun schooltijd niet overleefden, maar zijn geen precieze sterftecijfers bekend.

Naast deze overeenkomsten zijn er echter ook belangrijke verschillen, zoals de rol van religie. Waar de Canadese overheid het onderwijs grotendeels uit handen gaf aan religieuze instanties vielen de meeste scholen in de VS na 1900 rechtstreeks onder de federale overheid.

Lees ook: Canada’s inheemsen weten: er liggen nog veel meer kinderen bij scholen begraven

Schoolhoofden waren ambtenaren die verantwoording aflegden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Religie was vooral een geïdealiseerd onderdeel van de Amerikaanse cultuur naast kapitalisme en vaderlandsliefde. Het dagelijks leven op scholen in de VS werd niet door religieuze rituelen gekenmerkt, maar door een militaire cultuur van uniforms, marsen en discipline.

Voor leerlingen betekende het een zwaar leven dat vaak een fysieke en psychologische tol eiste. De regering van Franklin Delano Roosevelt schafte deze militaire systemen in de jaren dertig af, maar de essentie van het kostschoolsysteem bleef onveranderd. Tot 1970 kregen veel inheemse jongeren ver van huis les op scholen waar integratie in de Amerikaanse samenleving leidend was.

Ondanks verschillen in de aard en ontwikkeling van de kostscholen in de twee landen is ook de nasleep vergelijkbaar. Assimilatie mislukte, maar veel oud-leerlingen en hun kinderen en kleinkinderen kampen met trauma’s – met alle gevolgen van dien.

Op papier heeft de Amerikaanse overheid in 2010 excuses gemaakt, maar die verklaring leidde nergens toe

Gemeenschappen zijn getekend door een gebrek aan sociale cohesie en twijfels over de eigen identiteit. Desalniettemin is er bij niet-inheemse Amerikanen maar weinig weet van deze geschiedenis. Dat heeft alles te maken met de manier waarop de Amerikaanse overheid omgaat met dit verleden.

Weinig animo

Op papier heeft de overheid in 2010 excuses gemaakt, maar die verklaring zat begraven in een Defensiewet en leidde nergens toe. Een wetsvoorstel om een Waarheids- en Verzoeningscommissie op te zetten sneuvelde afgelopen september in het Huis van Afgevaardigden.

Ook nu lijkt er onder niet-inheemse Amerikanen weinig animo om te reflecteren op het eigen verleden. Oproepen om de kostschoolgeschiedenis te erkennen, komen vooral vanuit organisaties van inheemse Amerikanen als NABS. Een belangrijk verschil is dit keer echter wel dat inheemse Amerikanen dichter bij het centrum van de macht staan dan ooit nu Deb Haaland (die deel uitmaakt van de Laguna Pueblo-stam) minister van Binnenlandse Zaken is. In een recent artikel voor The Washington Post schreef Haaland over de ervaringen van haar eigen familie met kostscholen en benadrukte het belang van erkenning en heling.

Gezien het Amerikaanse onbegrip over de ervaringen van inheemse gemeenschappen is het niet verwonderlijk dat de discussie over kostscholen zich ook in Nederland tot de Canadese context beperkt. Dat het gebrek aan debat heling en gerechtigheid in de weg zit, laat echter zien dat het belangrijk is het er toch over te hebben.