Foto Roger Cremers

Interview

Ombudsman Smit (NPO): ‘Ik kan niet met een kanon naar Hilversum’

Ombudsman NPO Margo Smit, ombudsman van de publieke omroepen, krijgt vanaf 1 juli meer slagkracht. Maar of omroepen zich daar iets van aantrekken? „Ik stuit op de grenzen van het instituut.”

‘De NOS is te links. Alles wat rechts is wordt als een gevaar neergezet.’

‘Nieuwsuur zaait paniek over coronarisico’s bij zingen.’

‘Het wordt tijd dat uw journalisten eens Nederlands leren.’

‘De doventolk belemmert het zicht op de ondertiteling.’

Ruim negenhonderd e-mails kwamen er het afgelopen jaar binnen bij Margo Smit. De ombudsman van de publieke omroep is de plek waar kijkers en luisteraars van de NPO hun klachten kwijt kunnen over journalistieke kwesties. Er waren de gebruikelijke opmerkingen over taalgebruik, vermeende fouten, over objectiviteit en discriminatie. Maar vooral de klachten in de categorie ‘aandacht’ vallen in coronajaar 2020 op. Kijkers beklaagden zich veelvuldig over de aandacht voor de pandemie en de besmettingscijfers: werd hen zo geen angst aangejaagd?

Ombudsman Margo Smit gaat het vermoedelijk alleen maar drukker krijgen. Niet alleen wordt haar functie per 1 juli flink verzwaard, maar ook zullen er komend jaar naar alle waarschijnlijkheid twee nieuwe omroepen tot het bestel toetreden: Omroep Zwart en Ongehoord Nederland (ON!). Nieuwelingen die juist op journalistiek gebied niet onomstreden zijn. ON! werd bovendien uit mediakritiek geboren. „Ja, mijn klagers beginnen hun eigen omroep,” zegt ze daarover. „Dat begrijp ik niet zo goed. Waarom wil je ergens zo graag bij horen als je het er zó mee oneens bent?”

Hoe kijkt de ombudsman naar het komend jaar?

Ze neemt de tijd voor een gesprek. Vanaf 1 juli staat haar functie in de Mediawet - een overwinning en een duw in de rug van haar gezag.

Omroepen zijn dan verplicht mee te werken aan haar onderzoek. En belangrijker nog: Smit mag over veel meer programma’s oordelen. Tot voor kort kon ze alleen klachten behandelen over programma’s die de omroepen zelf bestempelen als ‘journalistiek’, met klachten over bijvoorbeeld consumentenprogramma’s zoals Radar, Kassa en de Keuringsdienst van Waarde kon ze niets. Smit: „Programma’s die overduidelijk journalistieke elementen hebben, waarvan de makers zelf ook zeggen: wij zijn journalisten. Daarvan heb ik al die jaren geroepen: dit is raar. We kunnen de kijkers niet uitleggen dat ik klachten daarover niet mag behandelen. Bovendien: je wilt toch dat een uitzending van Schooltv ook aan de journalistieke standaard voldoet?”

Waarom is die wettelijke basis belangrijk?

„Ik vind dat de publieke omroep, die door iedereen bekostigd wordt en die zoveel zendtijd vult met journalistieke informatie, een ondergrens moet hanteren waaraan die informatie moet voldoen. Dat je voor al die programma’s afspreekt: dit is de kwaliteit die wij willen leveren. En die grens, daar gaan we niet overheen.”

Hoe gaan omroepen met uw oordeel om?

„Ik ga er niet over wat ze met mijn oordeel doen: ik heb geen macht, ik kan geen rectificatie eisen. Als het goed is heeft een ombudsman gezag. De ene omroep publiceert mijn oordeel: de NOS doet dat standaard op hun verantwoordingspagina op de site. Maar er zijn ook omroepen waarvan ik na mijn oordeel niets meer hoor.”

Lees ook Mediaminister Slob: ‘Veelverdieners in Hilversum zijn een uitstervende soort’

Smit onderzoekt en oordeelt hoofdzakelijk op basis van klachten. Klachten die zij - dat is ze verplicht - altijd eerst naar de omroepen stuurt. Komen de partijen er niet uit, dan begint zij zelf een onderzoek. De journalistieke code van de publieke omroepen is de lat waarlangs zij de programma’s vervolgens legt. Om tot een oordeel te komen vraagt Smit toegang tot alle relevante stukken: van e-mail- tot WhatsApp-verkeer. Hiermee kan ze reconstrueren hoe een uitzending tot stand gekomen is en kan ze bijvoorbeeld vaststellen of er voldoende wederhoor gepleegd is. Vooralsnog heeft ze die stukken ook altijd gekregen. Wat haar opviel: de toon van de klachten verhardde dit coronajaar. In plaats van vragen vuren klagers vaker stelligheden op haar af. En dan heeft het weinig zin om uit te zoeken of een klacht gerond is, legt Smit uit. Dan bijt de ander zich vast in zijn gelijk. „Ze vragen niet: ontbreekt er niet een kant van het verhaal? Ze schrijven: u doet het fout.”

Als je vanuit de politiek het NOS Journaal als fake news wegzet, dan gooi je meer ruiten in dan die van de NOS alleen. Het is een schimmel aan de wortel

Smit kan ook op eigen initiatief onderzoek doen. Bij journalistiek handelen dat vragen oproept, bijvoorbeeld, kwesties waarover op sociale media discussie is. Toen FVD-leider Thierry Baudet afgelopen maart, in de aanloop naar de verkiezingen, als ‘co-presentator’ mocht aanschuiven in Goedemorgen Nederland, kondigde hij het NOS Journaal aan als ‘fake news-journaal’. Dat is nu precies zo’n zaak die, aldus Smit, zonder twijfel om het oordeel van de ombudsman vraagt. Ze priemt een vinger in de richting van het Binnenhof, waar we tijdens het interview niet ver vandaan zitten. „Omdat ik hierin een breder fenomeen zie: dat rücksichtlos schieten op de journalistiek. Als je vanuit de politiek het NOS Journaal als fake news wegzet, dan gooi je meer ruiten in dan die van de NOS alleen. Het is een schimmel aan de wortel. Zo’n opmerking gaat de hele journalistiek aan. De NOS is de grootste nieuwsfabriek van Nederland, als je daar de bijl aan zet, dan beschadig je meer dan alleen de NOS.”

Hing u direct aan de telefoon bij WNL-hoofdredacteur Bert Huisjes?

„Ja, ik heb hem gebeld. Ik ga niet over de mening van gasten in Goedemorgen Nederland, maar op het moment dat iemand een journalistieke rol inneemt, als mede-presentator, dan valt een politicus als Baudet ineens toch onder mij. Hij wordt dan medemaker. Bert Huisjes en ik zijn het niet eens geworden. Zijn statement heb ik op mijn site onder mijn oordeel gezet.”

Lees ook: De pandemie was Baudets ondergang én redding

Er zijn toch ook onderwerpen waarover geen discussie mogelijk is? Het betalen van geïnterviewden, zoals Powned deed in een documentaire over motorclub No Surrender.

„In feite zeg ik ook over Baudet en zijn rol in Goedemorgen Nederland: dat kan in mijn ogen niet.”

En als Powned nu zegt: het zal ons een worst wezen, wij betalen gasten ook de volgende keer weer?

„Dat kan. Dat is nu eenmaal het lot van de ombudsman. De enige die de journalistiek een sanctie kan opleggen is de rechter. Dat vind ik ook terecht: de autonomie van redacties is een groot goed. Ik heb geen kanonnen en geweren om naar Hilversum te trekken en te zeggen: doe wat. Ik kan maar één ding: de buitenwereld laten merken wat de ombudsman ervan vindt.”

Maar wat nu als omroepen consequent andere journalistieke normen hanteren dan de journalistieke code van de NPO voorschrijft? Als omroepen ruimte laten aan complotdenkers? Misinformatie verspreiden? Als ze van binnenuit schade toebrengen aan het omroepbestel?

Ontoereikende criteria

Toezichthouder Commissariaat voor de Media, de Raad voor Cultuur en de NPO publiceerden onlangs hun advies over de toetreding tot het bestel in 2022 door Omroep Zwart en Ongehoord Nederland (ON!). Demissionair minister Arie Slob (CU, Media) moet voor 1 augustus hierover een definitief besluit nemen.

Hoewel alle drie uitkomen op een positief advies, staan de rapporten bol van de zorgen en kritiek: de adviseurs stellen vast dat het geven van een gefundeerd advies met de huidige toetsingscriteria niet goed mogelijk is. Niet alleen is moeilijk vast te stellen of omroepen een verrijking zijn voor het bestel, het is wettelijk gezien onmogelijk om omroepen te weigeren die daaraan afbreuk doen.
Daarnaast zien de adviseurs nog zorgen en aandachtspunten als het om de twee nieuwe omroepen gaat. Zo stelt de Raad dat Omroep Zwart „alert dient te blijven op journalistieke waarden”. De Raad heeft „met bezorgdheid heeft kennisgenomen” van een „recent incident waarbij een van de oprichters van Zwart een EO-journalist op onaanvaardbare wijze onder druk heeft gezet om materiaal te verwijderen”.

Het bestel is nu als een gans die van bovenaf volgestopt wordt

Het adviesorgaan ziet een „risico” in de toetreding van Ongehoord Nederland (ON!) tot het bestel. In eerdere uitingen van de omroep online signaleren de adviseurs bijvoorbeeld desinformatie. Onderzoeksprogramma Pointer (KRO-NCRV) telde in één video van de aspirant-omroep al 28 onjuiste en onbewezen uitspraken over het coronavirus. Daarnaast zien ze „framende” en „ongefundeerde” berichten over de NOS. ON!-oprichter Arnold Karskens houdt al jaren een ‘zwartboek’ over het NOS Journaal bij, waarin hij voorbeelden verzamelt van berichtgeving die volgens hem nepnieuws of manipulatie is. De Raad voor Cultuur waarschuwt: „Indien ON! persisteert in de consequente diskwalificatie van de NOS als betrouwbare nieuwsvoorziening dreigt de omroep het bestel als geheel aanzienlijke schade toe te brengen.” En ook: „Het knelt daarom des te meer dat erkenningsaanvragen van aspirant-omroepen met het huidige toetsingskader niet ondubbelzinnig op dergelijke belangrijke waarden beoordeeld kunnen worden.”

Uw taak is „helpen bij het hooghouden van de journalistieke kwaliteit bij de publieke omroepen”. Vervult de komst van ON! u met vrees?

„Ik vind het interessant. Ik ben bijzonder benieuwd wat ze gaan toevoegen aan het bestel. Officieel kan ik pas iets vinden van de producties van een omroep als die er zijn. Overigens heeft Arnold Karskens al eens zestien klachten over de NOS op mijn bord gelegd. Zo wilde hij de Ombudsman aan zijn kant krijgen. Maar er zat werkelijk niets bij wat hout snijdt.”

Wij lezen in de drie adviezen tussen de regels: de betrokken instanties zien de komst van ON! niet onverdeeld zitten.

„Dat is jullie lezing. Je kunt wel zien dat al die adviesorganen worstelen met de criteria. Als ik één boodschap zou mogen meegeven aan de toekomstige minister van Media: kijk goed naar die toetsingscriteria, want blijkbaar is er geen goed instrumentarium om te oordelen over omroepen en de vraag of ze een toevoeging zijn voor het bestel.

Lees ook: Het treft ons als je zegt ‘daar heb je die cijferfetisjisten van de NPO weer’

„Het bestel is nu als een gans die van boven volgestopt wordt, er komen telkens nieuwe omroepen bij, maar de uitgang is niet te vinden. Er gaat vrijwel nooit een omroep weg. Alleen de grens van 50.000 leden is een hard criterium. Dat is niks, als ik hier de markt op loop heb ik die al bij elkaar.”

Consulteert de minister voor zijn beslissing over de toetreding van de nieuwe omroepen ook de ombudsman?

„Daarover kan ik niets zeggen. Wat ik wel kan zeggen: in alle drie de adviezen is toegevoegd dat de nieuwe omroepen beloven zich te zullen houden aan de journalistieke code van de NPO. Dat is niet voor niks gebeurd.”

De minister moet nog besluiten of de omroepen worden toegelaten. Is dit het moment om te zeggen: ik maak me grote zorgen?

„Nee dat kan niet. Ik kan alleen achteraf oordelen. Dat is het nadeel van ombudsman zijn. Ik stuit op de grenzen van het instituut.”