Opinie

Hoe rooskleurig zijn de vooruitzichten eigenlijk?

Maxim Februari

Het Westen heeft een roze bril op en moet die afzetten, kopt het Financieel Dagblad. Oké. Goed punt. Je kunt je trouwens ook voorstellen dat in deze tijden juist behoefte bestaat de roze bril op te houden. Als je erop gaat letten, is het een belangrijke kwestie die speelt in alle actuele discussies: bril op of bril af?

Voor zover ik weet, is de roze bril een vondst van Louis Couperus. In de roman Eline Vere laat hij zijn heldin heen en weer slingeren tussen de plicht alles rooskleurig voor te stellen en de behoefte de werkelijkheid onder ogen te zien. Eline gaat in een montere bui op bezoek bij de oude mevrouw Van Raat, die in haar huis zit te verpieteren – „het leven was haar een uitgebloeide zomer geworden” – en voelt zich bij binnenkomst beklemd om het hart.

„Toen deed zij zich geweld aan”, schrijft Couperus. Eline besluit te glimlachen, vertelt opgewekt over het diner en de opera, „en zij beloofde mevrouw Van Raat eenige boeken te sturen, lieve, lichte lectuur, waarin men de wereld door roze glaasjes bekeek”. Helemaal tevreden is ze over deze benadering bij nader inzien toch niet. „Het deed haar pijn zoo te ratelen, terwijl zij gaarne met de oude vrouw had willen schreien.”

Deze emotionele slingerbeweging kom je nu dus ook tegen in het gesprek met China-deskundige Henk Schulte Nordholt in het FD. Enerzijds begrijpt de deskundige de behoefte van de wereld aan lieve, lichte lectuur. Anderzijds wil hij recht doen aan de beklemming. „Hij wil niet somber overkomen. Maar wie denkt dat de economische en technologische opmars van China nog een halt toegeroepen kan worden, heeft het volgens Henk Schulte Nordholt grondig mis.”

Bril op? Bril af? Je komt het dilemma overal in het nieuws tegen. Moeten we geloven dat wetenschap en technologie vanzelf louter gezondheid en geluk brengen – of moeten we onderweg bijsturen? Mogen we erop vertrouwen dat de laagste inkomens vanzelf stijgen als de welvaart toeneemt – of moeten we ingrijpen? Kunnen we aannemen dat de pandemie voorgoed voorbij is – of moeten we ons schrap zetten? Zijn de vooruitzichten rooskleurig of niet?

Het Westen houdt zijn roze bril graag op, zegt Schulte Nordholt. Terwijl China toch echt afstevent op totalitarisme. En dat niet alleen binnenslands: de politieke macht van China groeit ook buitenslands, want Europese landen zijn economisch en technologisch te afhankelijk geworden om nog kritisch te zijn. „Het verbaast Schulte Nordholt dat veel Europeanen de dreiging – volgens hem de grootste sinds de laatste wereldoorlog – niet zien.”

Waarom houdt het Westen die roze bril eigenlijk op? Ja, vanwege de afhankelijkheid natuurlijk, vanwege het geld, de vaccins en de mondkapjes. En vanwege de zonnepanelen, kun je er zelf aan toevoegen, die heel goed zijn voor het milieu en die door Oeigoeren in concentratiekampen worden vervaardigd. Vanwege de technologie, die heel hip is en waarmee China diep doordringt in onze schakelkasten.

En wie houdt in het Westen die roze bril op, wie kan zich dat permitteren? Degenen die de mondkapjesdeals sluiten, denk ik. Degenen die denken dat alles vanzelf wel goed komt en voor wie alles ook altijd vanzelf goed komt. Hoe rooskleurig je de toekomst ziet, is afhankelijk van het standpunt dat je inneemt en de positie die je in die toekomst zult innemen. De Oeigoeren denken anders over de toekomst dan onze handelsnaties.

Vorige week gaf letterkundige Matthijs de Ridder een online college over het gedicht De Aftocht van Paul van Ostaijen. Daarin bleken dezelfde eeuwige vragen te spelen. Het gedicht is het slot van een cyclus, Bezette Stad, over de Duitse bezetting gedurende de Eerste Wereldoorlog. In De Aftocht trekken de Duitsers weer weg. Hoe rooskleurig zijn de vooruitzichten?

Aanvankelijk bloeit een toekomstideaal op: „verlangen/ fletse rozarozen rijpen/ welken/ val-len.” Maar na het verwelken valt de werkelijkheid tegen: „Asfalt/ verdunde zwart dunne kleuren/ verdunde kleuren/ Holle Hoofden.” En wat hebben de weldenkenden te zeggen? Hetzelfde als altijd: „de mens is goed enz. enz./ je weet wel.” Het komt vanzelf in orde, zeggen ze. „Allons travailler zegt de slimmerik.” Laten we handel drijven en over het diner en de opera praten.

Het Westen moet deze roze bril nu maar eens afzetten, zegt de China-deskundige. En ik zeg dit: als we tegenwoordig toch mopperen op groepen die zich loszingen van de werkelijkheid vanuit de cynische gedachte dat alles misgaat, moeten we ook maar eens brommen op groepen die zich loszingen van de werkelijkheid vanuit de cynische gedachte dat alles vanzelf goed komt. Want in werkelijkheid komt alles ook inderdaad goed. Maar niet vanzelf.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.