Als er weinig getest wordt, geeft de hoeveelheid virus in het riool een goed beeld van de verspreiding van corona

Coronavirus De verspreiding van het virus wordt moeilijker te volgen met positieve testen. Het belang van het riool neemt daarom toe.

Rioolwater dat wordt gebruikt voor onderzoek naar coronavirusdeeltjes. Dit moet een grotere rol gaan spelen in het opsporen van een nieuwe corona-opleving.
Rioolwater dat wordt gebruikt voor onderzoek naar coronavirusdeeltjes. Dit moet een grotere rol gaan spelen in het opsporen van een nieuwe corona-opleving. Foto Robin Utrecht/ANP

Het coronavirus in de gaten houden wordt steeds lastiger nu meer mensen zijn gevaccineerd. Als ze toch besmet raken, merken ze daar mogelijk niets van. Ook het aantal tests dat bij de GGD’s wordt afgenomen, daalt. Daarnaast zijn de ziekenhuisopnames flink teruggelopen.

Om de verspreiding van het virus toch te kunnen volgen, is de hoop gevestigd op het riool. „Daarin zie je zowel virus van mensen met als zonder klachten”, zegt Ana Maria de Roda Husman, afdelingshoofd milieu bij het RIVM en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Uitbraken zijn via het riool op te sporen: bij ongeveer de helft van de besmette mensen komen virusdeeltjes in de ontlasting terecht. De Europese Commissie adviseert alle lidstaten daarom rioolonderzoek op te tuigen.

Landelijk beeld

Rioolmetingen geven ook een landelijk beeld van de verspreiding van varianten. In een monster zit de ontlasting van tienduizenden mensen die op een rioolwaterzuiveringsinstallatie zijn aangesloten. Het alternatief, kiemsurveillance, is een steekproef van welke varianten voorkomen onder mensen die positief getest zijn op het virus.

In Nederland wordt al ruim een jaar onderzoek gedaan in het riool, door het RIVM. Het afgelopen jaar gebeurde dat bij ruim driehonderd zuiveringsinstallaties. Tot nu toe werden de rioolcijfers vooral gezien als een ‘bevestiging’ van het beeld dat uit het aantal positieve testen en ziekenhuisopnames naar voren kwam, vertelt De Roda Husman. Maar in het najaar, als het virus mogelijk weer opleeft, moet het netwerk van rioolmetingen klaar zijn om vroegtijdig lokale brandhaarden op te sporen. Zeker als het testen wordt afgeschaald, zo schreef demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) op 18 juni aan de Tweede Kamer.

Waarschuwing uit het riool

Tot ruim een maand geleden was het aantal positieve testen en ziekenhuisopnames voortdurend hoog. „Dan heb je de rioolmetingen niet nodig om virus aan te tonen”, legt De Roda Husman uit. Nu wel. „Als na drie weken geen virus in het riool ineens twee weken wél weer virus aanwezig is, dan is er duidelijke een opleving”, vertelt De Roda Husman. „Dat kan bijvoorbeeld de introductie van de Deltavariant betekenen, door mensen die terugkomen van vakantie.”

Lees ook: Het coronavirus in het riool is nog lastig te begrijpen

Wel moet het aantal metingen nog verdubbeld worden om een uitbraak snel op te sporen. Nu gaat er per meetpunt twee keer per week een fles bruingeelgekleurd water naar het RIVM. Vanaf september moet dit vier keer per week zijn, vanaf december elke dag. Daarvoor stelde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een overeenkomst op met de waterschappen.

Sneller kan niet, vanwege de „complexiteit van het proces”, schreef het kabinet de Tweede Kamer op 21 juni. Er moeten nieuwe bemonsteringskasten worden geleverd en geïnstalleerd, nieuwe monsternemers aangenomen en de labcapaciteit moet fors worden vergroot.

Daarnaast is nu onduidelijk hoeveel virusdeeltjes een besmet persoon uitscheidt. Eerder was dat wel bekend, aan de hand van ziekenhuisopnames en positieve testen. Maar van gevaccineerde mensen die besmet raken, komen waarschijnlijk minder virusdeeltjes in hun ontlasting terecht, omdat ze niet ziek worden. Nu meer mensen gevaccineerd zijn, moet daarom opnieuw worden uitgerekend hoeveel deeltjes gemiddeld worden uitgescheiden en in het riool belanden, en of er dus een opleving van het virus is.

Bij een heropleving van het virus waarschuwt het RIVM de lokale GGD. Het is vervolgens aan de GGD’s wat daarmee te doen. „Ze kunnen bijvoorbeeld grootschalig testen in de gemeente, bron- en contactonderzoek doen, of – door ons en het waterschap – nader onderzoek laten doen wat de bron is van virusdeeltjes in het riool.”

Ook virusvarianten kunnen via het riool goed opgespoord worden. In de eerste vijf maanden van dit jaar zag De Roda Husman de Britse variant zich als „een olievlek over het land uitspreiden”.

De Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten „zijn maar sporadisch te zien in het land.” In de data van juni, die nog geanalyseerd worden, verwacht ze vaker de Deltavariant te gaan zien.

Lees ook: De coronapandemie laat zijn sporen na in het riool

Het nadeel van de analyse van virusvarianten via het riool is dat het twee tot drie weken duurt. Het bepalen van het rna van een virusvariant, sequencen, is ingewikkeld in rioolwater. De virusdeeltjes van een grote groep mensen zit door elkaar. Het is „een heel gepuzzel” om uit te vinden of een stukje virus bij eenzelfde persoon of een ander persoon hoort, legt De Roda Husman uit.

Rioolonderzoek blijft

De uitbreiding van de rioolmetingen is blijvend, in elk geval tot eind 2025. Daarvoor betaalt het ministerie van VWS de waterschappen jaarlijks zo'n 15 miljoen euro, blijkt uit de overeenkomst tussen deze partijen.

Naast het vroegtijdig ontdekken van infectieziekten, kunnen de metingen ook ingezet worden voor het in de gaten houden van het gebruik van drugs, alcohol en medicijnen. Zelfs of er in een gemeente relatief veel obesitas voorkomt zou via het riool onderzocht kunnen worden. Bij mensen met deze ziekte komen andere bacteriën, via hun ontlasting, in het riool terecht.