Opinie

Herdenken gaat niet ten koste van het nu

Stephan Sanders

Het gaat maar door met die oorlogen, zeker wereldwijd, terwijl wij na de Tweede Wereldoorlog toch plechtig hadden afgesproken: dat nooit meer. Maar zelfs in Europa woedde tien jaar lang de oorlog in voormalig Joegoslavië, tussen 1991-2001.

Ik kan me niet herinneren dat er Nederlanders waren die in die tijd voorstelden om 4 en 5 mei, de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag maar af te schaffen, door deze actuelere kwesties. Er heerst, het kan niet vaak genoeg worden opgemerkt, geen schaarste als het om knechting, conflict en ellende gaat. Aandacht voor het één gaat niet automatisch ten koste van het andere.

Op 1 juli herdenken wij de slavernijperiode, zoals die bestaan heeft in het koloniale Nederland, en we vieren tegelijkertijd de afschaffing daarvan: Keti Koti, het verbreken van de ketenen.

Dat herdenken en vieren gebeurt in Nederland zelf steeds massaler, ook omdat de mensen uit de voormalige koloniën voor een deel naar hier zijn gekomen, en de bewoners met hetzelfde paspoort eraan herinneren wat er onder Nederlandse vlag heeft plaatsgevonden. Als de vaderlandse geschiedenis iets is, dan toch een met elkaar verbonden geheel, ook als de gebeurtenissen zich ver weg over zee afspeelden.

Op het eerste gezicht lijkt slavernij een perfect crime, want de grootste opbrengsten kwamen in Holland terecht, en de grootste ellende deed zich voor in de ‘wingewesten’. Maar inmiddels worden de verbanden gezien en blootgelegd: Nederland heeft zich te verantwoorden.

Veel is bekend over de trans-Atlantische periode, maar het Nederlandse aandeel in de slavernij in Azië en (Zuid-)Afrika is nog maar ten dele blootgelegd.

Mijn verwekker was een gekleurde Zuid-Afrikaan, en hoewel ik de man niet ken, ben ik met al die gekleurde en gemengde Zuid-Afrikanen een van de nakomelingen van die slaven. Als douceurtje kregen ze in de 20ste eeuw de apartheid op hun kop.

En dan bestaat er nog zoiets als de ‘moderne slavernij’. Er blijft genoeg ellende over: dwangarbeid, schuldslavernij, gedwongen prostitutie, kindsoldaten. Hun aantal wordt geschat op zo’n dertig miljoen mensen.

Nu dan de vraag: is het niet veel beter je te richten op de misstanden in het heden dan uit het verleden? Simpel antwoord: neen. Beter gezegd: slavernij en ‘moderne slavernij’ laten zich niet tegen elkaar wegstrepen. Er is geen reden waarom Wij slaven van Suriname van schrijver Anton de Kom zou moeten concurreren met huisbedienden in Dubai, zonder paspoort en met schamele kost en inwoning.

Het gaat bij de herdenking om het historische, Nederlandse aandeel. Een bekende boektitel als Zeevarend Nederland en zijn wereldrijk, 1600-1800 schept zo zijn verplichtingen.

Stephan Sanders schrijft elke maandag op deze plek een column.