Is de vergroening van de Europese landbouw bij voorbaat mislukt?

Vijf vragen over landbouwakkoord Na twee jaar onderhandelen is er een nieuw landbouwakkoord voor de Europese Unie. Maar de vraag is of de geplande vergroening wel genoeg is om de klimaatcrisis te bestrijden.

Een boer verspreidt stikstofmest in zijn tarweveld in het West-Franse Blecourt.
Een boer verspreidt stikstofmest in zijn tarweveld in het West-Franse Blecourt. Foto Pascal Rossignol/Reuters

De honderden miljarden staan klaar, de nieuwe regels zijn afgekaart en alle lidstaten zijn akkoord: de vergroening van de Europese landbouw kan van start. Maar of het voldoende is om de klimaatcrisis te bestrijden wordt van allerlei kanten betwijfeld.

Vrijdag werden Europarlementariërs en EU-lidstaten het na ongeveer twee jaar onderhandelen eens over de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Maandag schaarden ook alle landbouwministers zich achter de afspraken.

Met dit akkoord worden tot 2027 richtlijnen vastgelegd voor de tientallen miljarden aan landbouwsubsidies die de EU jaarlijks verdeelt. Nog altijd gaat een derde van de totale EU-begroting naar landbouw (387 miljard in zeven jaar) waardoor de subsidies van cruciaal belang zijn om de Europese klimaatambities te halen. Vorige week concludeerde de Europese Rekenkamer nog dat de pogingen het landbouwbeleid in lijn te brengen met klimaatambities de afgelopen jaren op vrijwel alle gebieden faalde.

Het verklaart waarom vooral ‘vergroening’ van het beleid de afgelopen tijd centraal stond in de onderhandelingen. Met het akkoord worden nu inderdaad nieuwe klimaateisen aan het landbouwbeleid toegevoegd. Maar activisten, groene politici en wetenschappers uitten direct felle kritiek op de afspraken die volgens hen veel te zwak zijn om daadwerkelijk effect te hebben.

Vijf vragen over het landbouwakkoord:

1. Wat zijn de belangrijkste nieuwe ‘groene’ afspraken?

Voorstanders van het akkoord wijzen erop dat voor het eerst in de 62-jarige geschiedenis van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) een deel van de subsidies verplicht is gekoppeld aan groen beleid. Financiële prikkels voor natuur- en klimaatvriendelijke landbouw, moeten boeren verleiden te gaan vergroenen. Vanaf 2025 gaat 25 procent van de directe landbouwsubsidies naar dit soort zogeheten ‘ecoregelingen’, in de twee jaar daarvoor tenminste 20 procent.

Een doorbraak, aldus voorstanders. „Hiermee ondersteunen we boeren die meer willen doen voor het klimaat en de biodiversiteit, door ze meer te betalen”, aldus de Franse liberale Europarlementariër (en oud-directeur van het Franse Wereldnatuurfonds) Pascal Canfin, een van de onderhandelaars. Ook Eurocommissaris Frans Timmermans (Klimaat) benadrukte de „gamechanger” die de nieuwe financiering is.

Het Europarlement en sommige landen, waaronder Nederland, hadden ingezet op een hoger percentage, waardoor de ‘ecoregelingen’ uiteindelijk het belangrijkste punt waren in de vaak felle onderhandelingen. Voor Nederland zijn de ‘ecoregelingen’ relatief gunstig, omdat Nederlandse boeren binnen Europa bekend staan als innovatief en het percentage vrij eenvoudig gehaald wordt.

2. Waarom is er dan zo veel kritiek?

Omdat over de invulling van de ‘ecoregelingen’ nog veel onduidelijk is. De komende tijd zullen alle EU-landen een ‘strategisch plan’ opstellen, waarin ze uitleggen op welke manier ze invulling gaan geven aan de nieuwe afspraken. Voorafgaand heeft de Europese Commissie wel wat suggesties gedaan voor wat als ‘groen’ kan gelden. Bijvoorbeeld de omslag maken naar biologische landbouw, vee meer ruimte geven of vaker naar buiten laten, gewassen vaker rouleren of het gebruik van pesticides terugdringen.

Maar critici vinden de eisen veel te vaag, en waarschuwen voor greenwashing - niet groen zijn, maar wel doen alsof. „We hebben nog geen idee wat als ecoregeling wordt geaccepteerd, dus we kunnen niet weten wat het effect gaat zijn”, aldus de Duitse onderhandelaar namens de Groenen Martin Häusling. „Lidstaten houden veel flexibiliteit bij het implementeren, dus alleen strak toezicht door de EU kan voorkomen dat het een nieuw voorbeeld van ‘greenwashing’ wordt”, aldus het Wereldnatuurfonds in een verklaring.

3. Is dat de enige kritiek?

Zeker niet. In het nieuwe GLB worden ook algemene regels voor boeren vastgelegd en vooral daarop kwam de afgelopen dagen veel kritiek uit groene hoek. Die regels zijn heel technisch en gedetailleerd en bepalen bijvoorbeeld hoeveel land boeren braak moeten laten liggen, of en hoeveel land ze naast water als ‘bufferstrook’ moeten aanhouden en wat ze aan gewasrotatie moeten doen.

Veel van deze eisen werden in de onderhandelingen wat afgezwakt. Zo wilde de Europese Commissie eigenlijk dat boeren 10 procent van hun grond braak zouden laten liggen om natuur en biodiversiteit te stimuleren, dat wordt uiteindelijk circa 5 procent. En ook voor andere normen zijn er uitzonderingen ingebouwd, waardoor voor Nederlandse boeren bijvoorbeeld de verplichting vervalt om een bufferstrook van drie meter langs water aan te houden.

Lees ook: Het klimaatdebat zet de Europese landbouw vol in de schijnwerpers

4. Is de vergroening nu bij voorbaat mislukt?

Dat is wel erg sterk uitgedrukt. Lastig bij het beoordelen van de nieuwe afspraken is juist dat veel zal afhangen van hoe EU-landen en de Europese Commissie er in de praktijk mee omgaan. Bijvoorbeeld bij het opstellen van de strategische plannen de komende maanden. Hoeveel ambitie tonen landen daarin? En als die ontbreekt: hoe streng zal de Commissie dan zijn in het afkeuren van de plannen? In de afspraken staat weliswaar een verwijzing opgenomen naar de ‘Green Deal’, het plan om de EU in 2050 klimaatneutraal te maken, maar hoe hard die verbinding is blijft erg onduidelijk.

Daarnaast wil de Commissie in het kader van die ‘Green Deal’ de komende jaren los van het GLB nog met strengere normen komen voor bijvoorbeeld pesticiden- en antibioticagebruik, of voor behoud en bescherming van bosgebied. Ook die nieuwe regels zullen invloed hebben op de Europese landbouw.

Timmermans zelf erkende vrijdag dat hijzelf verder had willen gaan, maar toch tevreden is. „Als je kijkt vanuit het perspectief van iemand die een revolutie wilde, dan ben je niet tevreden. Maar in Europees perspectief is alle verandering een evolutie, via hervormingen. We sturen het landbouwbeleid met dit akkoord echt in een nieuwe, groenere richting.”

Klimaatactivisten, onder wie de Zweedse Greta Thunberg, geven de strijd hoe dan ook nog niet op. Dit najaar moet het Europees Parlement zich in een plenaire stemming nog uitspreken over het akkoord en in aanloop daarnaar breiden zij en andere ngo’s acties voor Europarlementariërs over te halen tegen te stemmen. De kans dat dat lukt is nihil.

5. Waarom is het zo lastig het landbouwbeleid te hervormen?

Omdat boeren voor hun inkomen zo sterk afhankelijk zijn van de landbouwsubsidies, kan elke kleine aanpassing meteen van grote invloed zijn op hun levensstandaard. In veel Europese landen zijn boeren een vocale en invloedrijke belangengroep en hun klacht de afgelopen jaren al voortdurend geconfronteerd te zijn met steeds strengere eisen vindt bij veel Europese politici gehoor.

De voedselzekerheid die de landbouwsubsidies in Europa garanderen worden bovendien als een groot goed gezien. Net als de relatief lage voedselprijzen die de subsidies mogelijk maken. Voor een radicale hervorming zou ook een omslag in consumentengedrag nodig zijn, benadrukte ook de Europese Rekenkamer vorige week. De vleesconsumptie zou bijvoorbeeld veel lager moeten, om de emissieuitstoot door de veeteelt effectief naar beneden te brengen.