Opinie

De formatie heeft baat bij laatste fluitsignaal

Louise O. Fresco

Ook voor wie niet van nature neigt tot verslaving aan voetbal valt er veel te genieten gedurende het EK. Je leert een hoop over mensen en macht. En dus over politiek. Politiek is een vorm van voetbal, met iets andere middelen en regels. Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer de overeenkomsten opvallen. Ruben Oppenheimer voelde dit haarscherp aan met zijn fraaie spotprent vorige week van de eindstand in de „Poule des Doods”: nul punten voor alle partijen in de formatie.

Het spel is een competitie met meerdere teams. In een voetbaltoernooi zijn dat er vele, en in elke wedstrijd twee. In Nederland omvat het politiek toernooi tegenwoordig 17 teams, maar meestal gaat de strijd tussen twee. In de Tweede Kamer zijn VVD-PVV, PvdA-SP, CDA-PvdD altijd goed voor een flink gevecht, pardon, debat. De finale wordt nu gespeeld door VVD en D66, volgend op de verkiezing van de club van het jaar.

Het heilige spel omvat in beide gevallen uitgebreide geschreven en vooral eindeloze ongeschreven regels. Die bestaan uit naar voren optrekken, de aanval inzetten, verdedigen, terugspelen naar de basis, en dat alles in eindeloze herhaling. Loopjes langs de lijn, blokvorming, slordige passes, positionering, scoren, doorbreken. Op het voetbalveld en in de politiek struikelt men op dezelfde wijze. Iemand anders probeert de show te stelen of loopt je voor de voeten. Of je valt in je eigen valkuil. Zoals Sartre ooit zou hebben gezegd: „Bij voetbal wordt alles gecompliceerd door de aanwezigheid van de andere partij.” Vervang voetbal door politiek en je hebt de huidige formatie.

Bij voetbal en bij politiek wordt de individuele inzet afgerekend: de inspanning, niet het resultaat. In elk team, in het voetbal en in de politiek, vind je sterren, solisten en dwarsliggers.

Niets is belangrijker dan de stijl. Te veel zichtbaar moeite doen is een teken van zwakte. Je moet het moeiteloos, soms bijna achteloos kunnen spelen, zie onze premier. Improviseren; beetje trainen, beetje dossier kennis. Belangrijk zijn ook de theatrale wapens uit het arsenaal: beledigd weglopen, gepijnigd kijken, uitwijken, blessures voorwenden, schorsing vragen, steun zoeken bij een ploeggenoot. Met een beetje acteertalent word je superster, in beide arena’s.

Politiek en voetbal worden gevolgd door een miljoenenpubliek van deskundigen die altijd om snelheid roepen. Die duidelijke voorkeuren hebben voor combinaties en uiteraard weten hoe het had gemoeten.

Er zijn twee grote verschillen, daar waar de politiek van voetbal kan leren en niet andersom. Voetbal stookt het vuur van de passie en identificatie op. Alle jongetjes willen op Georginio of Memphis lijken, meisjes steeds meer op Lieke. Zelden is een politicus het icoon waarmee mensen zich willen vereenzelvigen. Ook uiterlijk niet: geen gekleurde Hugo de Jonge-schoenen van de vice-premier, noch het Lilianne Ploumen-kapsel. Ongebreidelde voetbalpassie kan tot narigheid leiden maar ook tot hartverwarmende samenhorigheid. Waar zijn de politieke sterren die de harten doen kloppen?

En cruciaal: het laatste fluitsignaal. Bij voetbal zit aan de speeltijd een harde limiet. Soms een half uur verlenging en als dat niets oplevert, dan volgen onherroepelijk de strafschoppen. Daarmee is de uitkomst altijd duidelijk: verlies, winst of gelijkspel. Wordt het niet eens tijd voor een vergelijkbaar mechanisme bij kabinetsformaties? Een maand voor de informatie en twee voor de formatie. Hupsakee, meer tijd krijgen jullie niet! Anders volgt een penaltyserie.

Wie weet verlangen politici stiekem wel naar zo’n verlossing. ‘Onder druk wordt alles vloeibaar’ is een geliefd gezegde in Den Haag. Welnu, laten we een aftikkende formatieklok instellen. Of zou politiek uiteindelijk een eeuwigdurende voetbalwedstrijd zijn, zonder winnaars of verliezers?

Louise O. Fresco is schrijfster en voorzitter raad van bestuur van Wageningen University & Research (louiseofresco.com).