Datacenters in Nederland bedienen vooral buitenlandse markt

Onderzoek Zo’n driekwart van de datacenters in Nederland bedienen afnemers in het buitenland. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van het kabinet.
Het datacenter van Microsoft in Middenmeer, Noord-Holland. In totaal staan er op het industrieterrein Agriport naast de A7 in totaal 65 hectaren aan datacenters van de Amerikaanse techgiganten Microsoft en Google.
Het datacenter van Microsoft in Middenmeer, Noord-Holland. In totaal staan er op het industrieterrein Agriport naast de A7 in totaal 65 hectaren aan datacenters van de Amerikaanse techgiganten Microsoft en Google. Foto Rob Engelaar/ANP/ Hollandse Hoogte

Er staan in Nederland relatief veel datacenters in verhouding tot de binnenlandse marktvraag: zo’n driekwart van de datacenters in Nederland bedient de buitenlandse markt. Dat blijkt uit een onlangs gepubliceerd onderzoek dat is uitgevoerd door onderzoeksbureau Buck Consultans in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het ministerie wilde inventariseren of de overheid de komst van nieuwe datacenters moet blijven faciliteren.

Vergeleken met andere Europese landen telt Nederland relatief veel bedrijven, organisaties en onderzoeksinstellingen die data verwerken en dus behoefte hebben aan centra om de gegevens op te slaan. Voorlopig is er voldoende capaciteit om aan de Nederlandse vraag te voldoen. Maar mocht de behoefte toenemen, dan hoeven er volgens de onderzoekers in de toekomst geen nieuwe datacenters bij te komen: de Europese verbindingen zijn sterk genoeg, zodat Nederlandse organisaties hun data ook in het buitenland kunnen bewaren. Dat zou nauwelijks van invloed zijn op de digitale infrastructuur, en Nederlandse universiteiten of onderzoeksinstellingen zullen daar dus niet onder lijden.

Lees ook: Nieuwe datacenters? Het papierwerk komt later wel

Wel stellen de onderzoekers dat het voor alle in Europa gevestigde bedrijven van belang is dat de datacentrumcapaciteit toeneemt op het continent. De data-economie draagt met 3,7 procent (27 miljard euro) bij aan het Bruto Nationaal Product (BNP). In Europa ligt dat percentage alleen in Estland en het Verenigd Koninkrijk hoger. Uit het onderzoek blijkt verder dat 4,1 procent van de Nederlanders werkt in de data-sector (in de breedste zin); een vergelijkbaar percentage als in Letland en Denemarken. Maar fors minder dan Luxemburg (9,1 procent) of het Verenigd Koninkrijk (5,4 procent).