Recensie

Recensie Theater

Vuilbekkend en schaamteloos incasseert actrice Kim Karssen het zinloze bestaan

Theater In De Grap voert actrice Kim Karssen zichzelf op als standaardhipster die categorisch alles ironiseert. Haar toon is direct, doorwasemd van ontluikende zelfhaat en ongemak.

De Grap, Kim Karssen/De warme Winkel.
De Grap, Kim Karssen/De warme Winkel. Foto Bas de Brouwer

‘Ken je die mop over dat kader? Er was geen kader.” Uit het duel tegen de zinloosheid van het bestaan, komt theatermaker en actrice Kim Karssen onmiskenbaar als verliezer uit de bus: als een gehavende harlekijn doet ze vuilbekkend en schaamteloos verslag van haar dagelijkse strijd.

De Grap is millennialtoneel bij uitstek: Karssen toont zich in deze solovoorstelling als boegbeeld van een dolende generatie die tevergeefs zoekt naar zingeving. Grote thema’s tekenen zich uit in banale situaties: haar datinggeschiedenis vormt een dankbare bron van ongemakkelijke anekdotes die consequent uitmonden in algehele teleurstelling in de mensheid. Syfilis en Sisyphus, dat zijn ongeveer de twee kapstokken waaraan Karssen haar bestaan kan ophangen.

De waarheid als vaststaand gegeven wordt daarbij genadeloos ontmanteld. Volgens Karssen is het hoogst haalbare „het idee dat we ons in dezelfde illusie bevinden”. Karssen, die de voorstelling samen met theatermaker Benjamin Abel Meirhaeghe maakte, is op haar sterkst als ze het absurde tot in de uiterste consequentie doorvoert, bijvoorbeeld als een onverwacht compliment aan een willekeurige voorbijganger, uitmondt in het uitsterven van de gehele mensheid.

Lees ook: de recensie van ‘Mephisto Park’

Karssen is zonder meer een fascinerende actrice, die zeer alert op de zaal reageert en met klein spel voortdurend commentaar op zichzelf geeft. Ze voert zichzelf op als standaardhipster die categorisch alles ironiseert: niet voor niets heet de voorstelling De grap. Die grap blijkt, zoals dat met grappen vaker het geval is, minder onschuldig dan ‘ie lijkt. Want de lijn tussen spot en vernedering is dun, en aan grappen liggen uiteindelijk vaak afgunst of bitterheid ten grondslag.

In vorm flirt ze uitdrukkelijk met het cabaret: als geroutineerd stand-upper opent ze de voorstelling met een droogkomisch persoonlijk relaas vanaf een barkruk op een verder leeg toneel. Haar toon is direct, doorwasemd van ontluikende zelfhaat en ongemak. Daarin ontwaar je af en toe glimpjes van kwetsbaarheid en diepere pijn, waar vervolgens snel weer overheen wordt gewalst met een geconditioneerde zelfrelativering of een veilige, flauwe mop.

Lees ook: ‘Flamboyant spel van Florian Myjer en Kim Karssen in onstuimige bewerking van ‘Oorlog en Vrede’

In een stortbak aan onbeantwoorde levensvragen en op niets uitdraaiende pogingen tot betekenisvol leven, stuit Kim Karssen voortdurend op de desillusie. Ze overtuigt met haar performance in een monoloog die, hoewel vaak hilarisch, inhoudelijk ook wat aan voorspelbaarheid en herhaling lijdt. Maar net als je denkt ‘Ja Kim, nou weten we het wel’, volgt een harde stijlbreuk. In de bizarre, woordloze slotsequentie reduceert Karssen zichzelf tot waar ze zich in het eerste deel nog enigszins tegen verzette: een lustobject en nar in een onbestemde, circusachtige arena, waar je uitsluitend wordt beoordeeld op trucjes, schoonheid en applaus – kortom: het theater, de wereld.