Urgenda begint nieuwe klimaatrechtszaak tegen de staat om dwangsom op te leggen

Rechtszaak Volgens directeur Marjan Minnesma heeft de Nederlandse overheid te weinig gevolg gegeven aan het vonnis in de eerdere Urgenda-klimaatzaak.
Directeur van Stichting Urgenda Marjan Minnesma na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer.
Directeur van Stichting Urgenda Marjan Minnesma na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Klimaatorganisatie Stichting Urgenda stapt opnieuw naar de rechter, dit keer om een dwangsom op te leggen aan de Nederlandse staat. Volgens directeur Marjan Minnesma is er te weinig gevolg gegeven aan het vonnis in de Urgenda-zaak van 2015, dat in 2019 werd bekrachtigd door de Hoge Raad. Het vonnis vereist dat de staat maatregelen onderneemt om de CO₂ uitstoot in 2020 te reduceren met 25 procent ten opzichte van 1990. Minnesma kondigde de nieuwe rechtszaak van Urgenda aan in het tv-programma Buitenhof op zondagmiddag.

„We gaan het vonnis niet halen,” zegt Minnesma in het programma. Hoewel de coronacrisis zorgde voor minder uitstoot in het jaar 2020, is de Nederlandse CO₂-uitstoot nog geen kwart lager dan in 1990. Volgens Minnesma heeft Urgenda concrete plannen aangedragen om het doel wel te behalen en het was daarom haar hoop dat een dwangsom niet nodig zou zijn. Tegen NRC zei ze in november al: „Ik wil niet terug naar de rechter, maar ik wil niet genaaid worden.”

Hoe hoog de dwangsom zal zijn kon Minnesma in de uitzending nog niet zeggen; er is geen precedent. „Normaal doet de overheid wat de rechter zegt en hoef je haar dus geen dwangsom op te leggen”. Ze verwacht dat het bedrag tussen de 100 miljoen en 2 miljard euro zal liggen, „maar het is aan de rechter om de hoogte te bepalen.”

Ook is Urgenda van plan naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te stappen. Volgens Minnesma schendt de Nederlandse staat de mensenrechten door het vonnis van de rechter naast zich neer te leggen. „Voor Rutte, die Orbán kapittelt, is het heel vervelend als je in het rijtje komt te staan van landen als Rusland die het mensenrechtenverdrag niet naleven.” De stichting overweegt ook nog een zaak over de voor 2030 afgesproken reductie van 55 procent ten opzichte van 1990 aan te spannen. In Frankrijk en Duitsland zijn rechtszaken over de preciezere plannen om de doelen te behalen al gewonnen door klimaatorganisaties.