Recensie

Recensie Theater

Schönbergs ‘Pierrot lunaire’ als absurdistische opnamesessie

Holland Festival Regisseur Freitas rekte de atonale klassieker Pierrot lunaire op tot een avondvullende absurdistische voorstelling. Het werkte, dankzij het superieure spel van de musici.

Het decor in de voorstelling Pierrot Lunaire doet denken aan een opnamestudio.
Het decor in de voorstelling Pierrot Lunaire doet denken aan een opnamestudio. Foto Nurith Wagner-Strauss

Pierrot, de clown met de lach en de traan, rijdt het binnenwerk van een piano binnen. Toeschouwers mogen een toets aanslaan, waarna Pierrot hen afsnauwt. Dan tilt hij het binnenwerk in de vleugel op het podium, neemt plaats en croont een jazzy versie van ‘Nothing compares 2 U’. Schönbergs liedcyclus Pierrot lunaire (1912) mag dan een klassieker zijn, van een overdreven eerbiedige benadering was geen sprake bij topensemble Klangforum Wien in het Holland Festival.

Pierrot lunaire duurt een kleine veertig minuten, maar choreograaf Marlene Monteiro Freitas maakte er een voorstelling van bijna anderhalf uur van. Haar niet-narratieve regie was opgebouwd uit ogenschijnlijk willekeurige incidenten, zoals een geweldig vraag-antwoord-spel tussen een bevlogen voorganger en zijn ongeïnspireerde congregatie. Voortdurend waren er onbeduidende interacties tussen de musici, die in achterstevoren gedragen predikantenkostuums en met uitgestreken gezichten rondscharrelden.

Lees ook: Met Daan Roosegaarde erbij zit de zaal vol voor Schönberg

De ambigue Pierrot indachtig kon je op twee manieren kijken. Als een langdradige, nogal statische aaneenschakeling van absurdistische miniscènes zonder richting en samenhang. Of je zag muziek: een fantasievolle verbeelding van een unieke klankwereld, die juist vanwege de deconstructie van het tonale richtingsgevoel ooit zo revolutionair was.

Een medische schouwzaal, een gigantisch wafelijzer, een oranje kansel, een catwalk: het decor, met rondom het publiek, kon van alles zijn, maar het was bovenal een opnamestudio. Telkens wanneer de robotisch bewegende, maar losjes en superieur spelende musici in een Pierrot-lied doken lichtte een ‘record’-lampje op. Ze communiceerden via walkie talkies, die ook de feedback-loop creëerden voor een gruwelijke executie by sound.

In het midden, op een draaiende troon, zetelde zangeres Sofia Jernberg, in een paarse toga met papieren biretta. Haar schitterende voordracht was atypisch: niet ongebreideld en expressionistisch, maar juist ingetogen, vlak en precies. Het contrast maakte haar ijle kreten en afgrondelijk gegromde uitroep „Mond!” des te indringender.