Reportage

Rode ogen bij Van der Poel na etappezege en gele trui in openingsweekend van de Tour

Tour de France Mathieu van der Poel won de tweede etappe in de Tour de France en pakte de gele trui: een sensationeel sluitstuk van een feestelijk openingsweekeinde.

Mathieu van der Poel heeft zijn eerste gele trui om de schouders
Mathieu van der Poel heeft zijn eerste gele trui om de schouders Foto Stephane Mahe/Reuters

Hoezo mondkap? Mathieu van der Poel staat in zijn gele trui op het podium, een gele leeuw in zijn ene hand en bloemen in de andere, als hij met een ruk het gele vod onder zijn kin trekt. Een lach van de breedste soort wordt zichtbaar – iedereen mag zien hoe blij Van der Poel is dat hij in ieder geval voor een dag de leider is in de Tour de France.

Even daarvoor zat hij nog huilend in de catacomben. Het werd hem allemaal even teveel toen hij hoorde dat hij écht het geel had gepakt – iets wat zijn grootvader, de inmiddels overleden maar nog altijd zeer geliefde oud-renner Raymond Poulidor, nooit was gelukt. „Ik vind het erg moeilijk dat hij er vandaag niet bij kan zijn”, zei Van der Poel met rode ogen na afloop van de ceremonie. „Een foto met hem en zijn kleinzoon in het geel, dat zou heel speciaal zijn geweest.”

Wat Van der Poel zelf flikte zondag op de Mûr-de-Bretagne was ook speciaal. De gemene Bretonse helling, met een stijgingspercentage tot boven de 10 procent, moest twee keer beklommen worden in de finale. In de eerste omloop ging Van der Poel er al vandoor – bewust, zo vertelde hij later, want hij had al uitgerekend dat hij de bonificatieseconden bovenop nodig had als hij überhaupt over het geel wilde nadenken.

Zo met je krachten smijten, dat moeten de meeste renners al snel bekopen. Maar in de tweede omloop sprong Van der Poel opnieuw weg, uit het wiel van de Italiaans kampioen Sonny Colbrelli. Daarna volgden nog ruim 700 lange meters, maar Van der Poel blijft trappen en rijdt solo naar de finish. Als hij de streep passeert, wijst hij naar boven. Voor opa.

Feestje

Het was een spectaculair sluitstuk van een openingsweekend dat toch al een feestje was. Na de strenge coronamaatregelen tijdens de editie van vorig jaar is het publiek dit jaar weer welkom bij de Tour de France, al wordt iedereen vriendelijk verzocht een mondkapje te dragen, afstand te houden en bij start en finish een negatieve coronatest te kunnen overleggen.

Het weerhield de wielerfans er niet van met duizenden langs het parcours te staan tijdens de eerste twee etappes. Op elkaar gepakt en lang niet altijd met het verzochte mondkapje over neus en mond, net als Van der Poel op het podium.

De fans waren overal; in Brest ging op zaterdag nog voor tien uur ’s ochtends het eerste biertje open, ook al moesten de jongelui met een opdruk van Thibaut Pinot op hun shirt nog zeker twee uur wachten op Le Grand Départ. In havenstad Perros-Guirec, de startplaats van de tweede etappe, hief zondag een man op leeftijd zijn glaasje bubbels naar de passerende karavaan, als ware het een begroeting van een oude kompaan. En op de slotklim in Landernau zaterdag, de Côte de la Fosse aux Loups, moesten de renners door de rook en het lawaai van duizenden mensen die langs de route stonden heen. De Fransman Julian Alaphilippe, die de eerste etappe wist te winnen, werd bijkans naar zijn overwinning toe geschreeuwd.

Er waren nog niet zulke mensenmassa’s als in 1974, toen Eddy Merckx, net winnaar geworden van de proloog in Brest, over de hoofden kon lopen, zoveel mensen waren toegestroomd om hem in het geel toe te juichen. Maar druk was het niettemin – tot blijdschap van veel renners. „Het is mooi dat het publiek er weer bij is”, zei Bauke Mollema zaterdag voor de start.

Sociale cohesie

Bretagne is voor Tourorganisator ASO de ideale keuze geweest voor een terugkeer naar ‘normaal’. Een geluk bij een ongeluk: de noordwestelijke regio meldde zich direct toen bleek dat Kopenhagen, de oorspronkelijke startplek voor deze Tour, niet in staat bleek de start te organiseren, omdat het zou samenvallen met wedstrijden van het EK voetbal in de stad. De Deense hoofdstad is nu volgend jaar aan de beurt.

De Bretonse streek heeft een rijke wielergeschiedenis, met voormalige Tour-winnaars als Bernard Hinault (vijfvoudig winnaar), Jean Robic (de eerste naoorlogse Tourwinnaar en Louison Bobet (drievoudig winnaar). Brest was al drie keer eerder, in 1952, 1974 en 2008, de plek voor Le Grand Départ, waarmee het na Parijs de vaakst gekozen startplaats in de Tourhistorie is.

Het Tour-peloton onderweg in Bretagne met op kop David Gaudu (derde van rechts), jongen van de streek. Foto Benoit Tessier/Reuters

Waar komt die Bretonse liefde voor de fiets vandaan? Denis Charles, die al 25 jaar betrokken is bij Landivisienne Cycliste, een fietsclub in het Bretonse dorp Landivisiau, weet het ook niet precies. „Maar waarschijnlijk heeft het ermee te maken dat in de negentiende eeuw Bretagne een arme regio was, met slechte wegen. De streek was moeilijk of niet bereikbaar met paard en wagen of de stroomtrein, dus de fiets ontwikkelde zich tot dé manier om dorpen met elkaar te verbinden. De fiets zorgde daarmee voor sociale cohesie in de regio.”

Met dat fundament gingen de Bretonners als vanzelf wedstrijden organiseren. Volgens David Gaudu, de Franse Groupama-FDJ-renner die in de streek is geboren, worden er bijna elk weekend wel drie of vier wedstrijden verreden. „We hebben het geluk gehad dat hier in het verleden heel veel kampioenen vandaan zijn gekomen, zoals Bernard Hinault en Jean Robic. Bretagne is boven alles een fietsregio.”

Daarom zijn alle Bretonners ook zo blij dat de Tour uitgerekend nu, na een vervelend coronajaar, in Bretagne begint, zegt fietswinkeleigenaar Olivier Creach. „Dit gebied kan na alle coronamaatregelen wel wat promotie gebruiken.” In zijn etalage staan een paar hele dure Orbea-racefietsen te blinken. Hij slijt zijn fietsen al twintig jaar, zegt hij. „Wat betreft fietsen hebben we hier in Bretagne een reputatie hoog te houden.”

Voor ‘opi en omi’

Helaas toonde het publiek zich dit weekend niet alleen van zijn beste kant. Zaterdag veroorzaakte een onoplettende toeschouwer, die opa en oma (‘opi en omi’) op televisie wilde begroeten, voor een massale valpartij nadat Jumbo-renner Tony Martin tegen haar kartonnen bord aanreed. Het gevolg: vier uitvallers, onder wie de Movistar-renner Marc Soler die twee armen brak, en velen die de Tour al na dag 1 gebutst moeten voortzetten. Zo kwam Wilco Kelderman, die nog wel vijfde werd, met een gekneusde elleboog over de streep.

Tourorganisator ASO kondigde aan een aanklacht tegen de toeschouwer in te dienen. Voor veel ploegen is dat niet genoeg. „Het was een treurige aanschouwing”, zegt ploegleider Merijn Zeeman van Jumbo-Visma, van wie zowat de hele ploeg slachtoffer werd van de grote valpartij zaterdag.

„Als je de Tour de France organiseert, dan weet je dat het duizenden mensen aantrekt. Dan moet je zorgen dat het publiek niet op de weg staat, dat laten ze toch ook niet toe op de Formule 1 in Zandvoort?”

Zeeman pleit voor meer hekken, desnoods langs het hele parcours. Hij krijgt bijval van anderen. „Waarom niet? Het is wel het veiligst voor ons”, zegt Dylan van Baarle van Ineos. „Maar dan nog zal je mensen hebben die met borden over de hekken hangen.”

Etappewinnaar Julian Alaphilippe, die zaterdag in het geel werd gehuldigd, riep vanaf het podium de toeschouwers op zich te gedragen. „Iedereen is blij dat het publiek terug is, maar het is teleurstellend dat de crash door de fans werd veroorzaakt. Ze moeten allemaal blijven opletten en voorzichtig zijn.”

De volgende dag leek het, zoals dat wel vaker gaat bij de Tour, allemaal alweer vergeten te zijn. Het publiek op de Mûr-de-Bretagne, ook wel de Alpe d’Huez van de regio genoemd, gedroeg zich voorbeeldig, al kwam er een kartonnen bord langs met daarop een flinke verwensing in de richting van ‘opi en omi’. Maar het draaide zondag allemaal om het kunststukje van Van der Poel.

Hijzelf had zich niet zo met alle hectiek bezig gehouden, zei Van der Poel zaterdag na de eerste etappe. „Het is overal hectisch tegenwoordig. Het lijkt nu erger omdat het voor het eerst in twee jaar weer met publiek is, maar in Vlaanderen staat er ook altijd veel publiek.”

Van der Poel leek aanvankelijk maar weinig onder de indruk van het in ere herstelde circus van de Tour. Pas een dag later werd duidelijk wat de Ronde van Frankrijk allemaal kan betekenen, óók voor Mathieu van der Poel, toen hij gehuld in de gele trui de glimlach onder zijn mondkap liet zien.