Vrouwen doen het eigenlijk nooit goed, op de KMA

Vrouwenemancipatie KMA Masculiniteit is nog altijd de norm op de Koninklijke Militaire Academie, blijkt uit interviews met cadetten die Irina Tziamali afnam voor haar afstudeerscriptie.

De Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.
De Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Foto Dieuwertje Bravenboer

Het begon met een vrolijke act, een dansje. De tweedejaars cadetten aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda hadden het goed voorbereid en zelfs de hulp ingeroepen van een plaatselijke dansschool, want wat wisten ze nou van dansjes. Het zorgde voor veel pret vooraf – het wekelijks oefenen van de pasjes en het uitzoeken van een top-40-muziekmix en de nauw aansluitende morphpakken.

Het is een traditie dat tijdens de ontgroening van eerstejaars cadetten op de KMA groepjes ouderejaars voor hen optreden. Een act met alleen vrouwen was er niet eerder. En dus waren de acht vrouwelijke cadetten voorzichtig. Waren de morphpakken niet te uitdagend? Zwarte leggings dan maar, zwarte shirts met hoge hals en gouden maskers, voor de zekerheid.

Eerst kwam enthousiast applaus en gejoel.

Daarna: genadeloze kritiek.

Mannen vonden dat de vrouwen zich „hoereerden voor live publiek”. De kritiek van ouderejaars vrouwen kwam nog harder aan. Met één dansje had de groep de reputatie van alle vrouwen op de KMA teniet gedaan, zeiden die. Er werd zelfs besproken of de dansende vrouwen niet moesten worden aangegeven bij een interne tuchtraad.

De regels voor de acts werden na deze september 2018 aangescherpt. Geen vrouwengroepje trad meer op.

Een nare en wonderlijke ervaring, vond Irina Tziamali (25) het, uit dat dansgroepje. Hoe vaak hadden mannen niet opgetreden in slechts een boxershort en een militair vest, hun lichamen ingesmeerd met baby-olie? Daar hoorde je niemand over.

Wanneer ze een onderwerp voor haar afstudeerscriptie zoekt, ziet ze een uitgelezen kans om mede-cadetten – mannen en vrouwen – te bevragen over wat haar sinds die act is gaan bezighouden: de grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de KMA.

Omringd door een slotgracht

Tziamali las wetenschappelijke studies over gender, normbeelden en dagelijkse informele vorming en observeerde groepsgesprekken. Zes mannen en zes vrouwen sprak ze elk anderhalf uur.

De openhartige scriptie („Meermaals heb ik gehuild”) is sinds anderhalve week openbaar en werd beoordeeld met een negen. De titel is ‘De KMA raad ik mijn toekomstige dochter niet eens aan’.

Haar bevindingen zijn alarmerend.

Lees ook het artikel over twee recent vertrokken luitenant-kolonels: ‘Als vrouw bij defensie loop je op je tenen’

De KMA is een verzameling eeuwenoude gebouwen van baksteen naast het stadspark in het centrum van Breda. Elk jaar worden er zo’n 350 nieuwe mensen opgeleid voor een leidinggevende functie in de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee. Ongeveer een op de drie is vrouw. Op de locatie in Den Helder lopen beduidend minder vrouwelijke cadetten en adelborsten rond.

Vier jaar lang wonen, werken en leven de cadetten in het internaat in Breda, omringd door een slotgracht. Ook na vijven is er van alles te doen. Er zijn tientallen verenigingen en een bar, de Spijkerbar, ook op het terrein. Vanaf hun 17de of 18de jaar zitten ze dus met elkaar in een ‘bubbel’. Tziamali: „Bepaalde ongeschreven normen worden daardoor makkelijker geaccepteerd.”

In het kort komt het hierop neer. Op de KMA worden alle cadetten beoordeeld op hun masculiniteit, man of vrouw. Een vrouwelijke cadet zal dus nooit excelleren, niet in krachtmetingen en niet in leidinggeven. Leiders moeten daadkrachtig zijn, zelfverzekerd en assertief en op de voorgrond treden. Maar als vrouwen er iets afleren is het wel om op de voorgrond te treden of zichzelf te zijn. Ze moeten zich conformeren, meedoen met de mannen. Sommige kaderleden geven het voorbeeld. Ook zij geven vrouwen het gevoel zwakker te zijn.

Vrouwen worden niet voor vol aangezien. Ze worden buitengesloten, slet genoemd – „ook al kleed je je als een non”, zegt Tziamali – en als lustobject behandeld. In de scriptie staat het netjes: „De seksualisatie van het vrouwelijk lichaam door de dominante mannelijke groep, kwam veelvuldig aan bod” in gesprekken.

Lijsten gaan rond met rondjes en kruisjes bij de foto’s van leuke en minder leuke vrouwen. Een vrouw mijdt de Spijkerbar omdat mannen „gewoon kijken of ze iets konden met je. Het gaat meteen weer op die manier.”

Een ander: „Je kan op de KMA maar beter een relatie hebben.” Dat komt „je reputatie [...] ten goede.”

Die vrouwelijke reputatie, daar heeft iedereen het steeds over. De mannelijke komt niet ter sprake.

Vrouwelijke onderhoudsmiddelen

Op de KMA worden de toekomstige militaire leiders gevormd. Wat is er aan de hand?

Het begint eigenlijk nog vóór de cadetten het terrein betreden, vertelt Tziamali in de gouverneurszaal op de academie. De krijgsmacht trekt veel jongens aan die oorlogsfilms of reclamespotjes van defensie zagen en denken een soort commando-opleiding te gaan volgen. „Sommigen waren heel verbaasd dat hier vrouwen rondliepen.”

Al in de eerste week zetten kaderleden een duidelijk beeld neer. Een goede militair is sterk en fit. In de kleedkamer keuren mannelijke cadetten elkaars lichaam, vertelt er een aan Tziamali. „Als iemand zich omkleedt dan is het ook: ‘Zo, jij bent breed geworden, goede kast’.” Wie is aangekomen, krijgt dat ook te horen.

Moeten militairen dan niet atletisch zijn om zo goed mogelijk te kunnen strijden?

Tziamali: „Na deze opleiding krijg ik een kantoorbaan bij de afdeling personeelszaken van de luchtmacht. Sowieso is de fysieke belasting bij de luchtmacht of marechaussee minder.” Bij veruit de meeste functies bij defensie wordt slechts de lichtste van zes fitheidsniveaus geëist.

Ook in praktische zaken is de academie niet zo ingesteld op vrouwen. Als ze moeten pakken voor een oefening staat een sport-bh niet op de paklijst. En wat bedoelt de KMA met ‘vrouwelijke onderhoudsmiddelen’? Zijn dat tampons, maandverband, de pil?

Vrouwen doen het eigenlijk nooit goed. Als one of the guys krijgen ze het meeste respect, maar horen ze er nog altijd niet bij; ze doen te veel hun best, vinden mannen dan. En of ze make-up op doen of niet, altijd wel vraagt een man: moet dat nou zo? „Tijdens de interviews merkte ik dat vrouwen op hun tenen aan het lopen waren”, vertelt Tziamali: „Ik voelde daar zoveel pijn in.”

Waar andere studenten kunnen feesten, falen en intieme relaties kunnen aangaan, zonder daar door een toekomstig werkgever op te worden aangesproken, slepen de cadetten hun reputatie tot aan hun pensioen mee. Vandaar dat ‘de groep’ en die reputatie zo belangrijk zijn.

Een vrouwelijke cadet vertelt: „Een man kan met vijf vrouwen zoenen in een week maar als een vrouw één keer met een man zoent in maanden; dat is dan erg”. Een op de vier vrouwen zou slachtoffer zijn van slut shaming.

Een slechte reputatie op de KMA kan je latere loopbaan enorm schaden, benadrukt Tziamali. „Alles wat je zegt of doet wordt meegenomen door ouderejaars die later bepalen of jij een functie krijgt. Dat zorgt voor spanning en een groot machtsspel. Als jij ‘de slet’ van de KMA bent, kun je het in je loopbaan echt lastig krijgen.”

Hoe je je kleedt, wat je zegt en hoe je gedraagt als vrouw, heeft bovendien een weerslag op alle vrouwen op de KMA. Vrouwen worden boos op cadetten die de reputatie van vrouwen op de academie schaden.

Weer dat dansje. Hadden de ouderejaars vrouwen niet juist de jongere moeten steunen? Tziamali: „Helemaal mee eens.” Maar door haar onderzoek snapt ze hun gedrag beter. „De ouderejaars vrouwen waren met minder in hun jaar. Ze hadden dus nog meer een duidelijke uitzonderingspositie. Dan ben je je meer bewust van je doen en laten en wat andere vrouwen doen.”

Cadetten wonen, werken en leven vier jaar lang in het internaat van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Een goede kont

Tziamali had al twee jaar wiskunde in Nijmegen gestudeerd en er een vrouwendispuut opgericht voor ze naar de KMA ging. In haar ‘vlucht’ cadetten zit maar één andere vrouw en dus probeert ze ook op de KMA een vereniging op te zetten voor alleen vrouwen.

Haar verzoek wordt afgewezen. Mannen mogen niet worden buitengesloten, is het argument. Maar een vrouwelijke vazal bij de mannen wordt niet geaccepteerd. Het argument is: het is een mannenbolwerk en dat moet het blijven.

Lang denkt Tziamali dat ze de enige is die tegen al deze zaken aanloopt en dat de andere vrouwen er beter mee omgaan. Na haar scriptie denkt ze dat niet meer.

Vrouwen zouden elkaar moeten helpen, zegt ze, ook om elkaar te beschermen tegen opdringerige mannen.

Sommige vrouwen twijfelen om naar feestjes te gaan. Tziamali: „Je gaat er heen, omdat de groep zo belangrijk is. Je kleedt je leuk aan en dan komen zaken voor, zeker als er alcohol in het spel is.”

Worden vrouwen aangerand? „Dat ben ik niet tegengekomen in gesprekken.”

Als vrouwelijke cadetten uitgaan in de stad voelen ze zich veilig met al die getrainde mannen erbij. Dat gevoel verdwijnt soms als bij terugkeer op de KMA een mannelijke cadet meeloopt met een vrouw. „Dan ontstaat er ongemak en voelen ze zich soms onveilig”, zegt Tziamali.

De drempel om incidenten te melden is hoog. „Als er iets gebeurt dan is toch snel de vraag: was het echt zo erg?”

Kan ze een voorbeeld noemen?

In haar scriptie gaat het over een vrouw die ontdekt dat in de bar over haar gesproken werd als die „met de goede kont”. Tziamali: „Dat is niet per se een grap om te melden of met een kaderlid te bespreken. Maar wat als zoiets heel vaak gebeurt?”

Haar scriptie zette een aantal veranderingen in gang, microrevoluties, noemt zij ze. Er kwam een WhatsApp-groep met alleen vrouwen, om af te spreken samen een biertje te drinken en pijnlijke kwesties te bespreken. „Zo ontstaat empowerment.”

Tziamali ziet meer bemoedigende stappen. Eerstejaars kregen uitgelegd hoe de fysieke belastbaarheid van mannen en vrouwen verschilt. „Als vrouwen erna te horen kregen ‘loop eens door!’, verwezen ze naar dat moment. Verfrissend!”

Wat kan de KMA doen aan wat respondenten een ‘toxische’ of ‘giftige’ sfeer noemen? Leidinggevenden zouden volgens Tziamali meer kunnen doen aan het begeleiden van cadetten buiten de lesuren. „Het internaat is een snelkookpan voor sociale processen. Die bieden een uitgelezen kans om cadetten te vragen: waarom doe je de dingen eigenlijk zoals je die doet? Door alledaagse zaken in twijfel te trekken ontstaat bewustwording.”

Reageren? Onderzoek@nrc.nl