Recensie

Recensie Theater

Botticelli’s Venus baart Maria met kind in ‘Transverse Orientation’

Holland Festival Transverse Orientation is een symbolische ‘vertelling’ door zes dansers en een danseres over het menselijk streven naar het licht. Dimitris Papaioannou creëert zijn eigen magie met iconische elementen uit mythes, religie en kunstgeschiedenis.

In Transverse Orientation bedwingen dansers een enorme, weerbarstige Minotaurus.
In Transverse Orientation bedwingen dansers een enorme, weerbarstige Minotaurus. Foto Julian Mommert

Wat een feest is Transverse Orientation van Dimitris Papaioannou! In zorgvuldig gecomponeerde taferelen schept hij gelaagde beelden die lang nazinderen, het associatieve vermogen aan het werk zetten, ontroering, lachlust of herkenning oproepen. Maar ook verbazing over de manier waarop de Griek manipuleert met iconische elementen uit de geschiedenis van de mensheid.

De visuele weelde verraadt zijn achtergrond als beeldend kunstenaar én zijn verleden bij Robert Wilson, met wie hij een kraakheldere beeldentaal deelt. Als choreograaf/theatermaker is de Griek echter lichter en losser van toon, al zijn zijn thema’s serieus genoeg.

In Transverse Orientation, een symbolische ‘vertelling’ door zes dansers en een danseres over het menselijk streven naar het licht (vernieuwing, ontwikkeling), voert hij figuren en verwijzingen naar religie, klassieke mythen en kunststromingen uit het verleden op in prachtige, soms absurde taferelen. De donkere gestalten met hun wiebelende bolhoofdjes lijken zo uit een surrealistisch schilderij gestapt, hun onhandig gerommel met ladders uit een slapstick. Er lopen manvrouwwezens rond, veelpotige Bosschiaanse fabeldieren, Shiva, bevallige fauns die van een oude amfora zijn geplukt en een enorme, weerbarstige Minotaurus die de zes dansers moedig ‘bedwingen’. Gruwelijk is de handmatige castratie, verbluffend Botticelli’s Geboorte van Venus, die langzaam uit de druipende massa voor haar buik een baby onthult en zo een Maria met kind baart.

Papaioannou verhult geen enkel visueel effect en elke bouwsteen wordt getoond. Soms letterlijk, zoals in een lange scène met ‘marmeren’ blokken die over het toneel worden verplaatst. Het resultaat is een heerlijke kruising tussen de ‘cleane’ Wilson en de absurde humor van Peeping Tom. Als tot slot een man het meer probeert op te moppen dat onder de opengebroken toneelvloer ligt, voelt dat als visuele echo van Pina Bausch. Veel vreugdevolle herkenning dus, misschien geen echt nieuwe beelden en al voor het einde is de kracht eruit, maar op de schouders van al zijn voorgangers creëert Papaioannou zijn eigen magie.