Reportage

In het Westen verboden, maar Rusland blijft de gevaarlijke stof asbest promoten

Rusland In het Russische plaatsje Asbest ligt een enorme asbestmijn. Moskou blijft witte asbest promoten. Ook de bewoners houden vast aan het product – ze hebben weinig keuze.

De asbestmijn bij de stad Asbest in het Russische district Sverdlovsk.
De asbestmijn bij de stad Asbest in het Russische district Sverdlovsk. Foto’s Andrej Borodulin

Midden in de eindeloze bossen van de Oeral, niet ver van Jekaterinburg, ligt Asbest. En inderdaad: dit Russische stadje herbergt een van de grootste open asbestmijnen ter wereld.

Vanaf het uitkijkpunt aan de rand van de groeve zie je de brede terrassen die decennialang zijn uitgehouwen in de grijze asbesterts. Piepkleine vrachtwagens en kraanmachines rijden in de diepte heen en weer. De fijne wolken asbeststof die ze produceren, drijven weg op de wind, maar niemand die hier werkt, slaat hier acht op. Want achter het stuur zitten de bewoners van Asbest, en die zijn vrijwel allemaal medewerker van het bedrijf dat hier sinds jaar en dag de dienst uitmaakt: Oeralasbest, goed voor zeker 20 procent van de wereldwijde asbestproductie.

Het bedrijf stuurt al decennia dezelfde boodschap de wereld in: de gekrulde vezelvorm van chrysotiel is niet schadelijk. Die boodschap is afkomstig van de Russische asbestlobby, bestaande uit bedrijven als Oeralasbest, de Russische Unie voor chrysotielproducenten en de Russische Asbestassociatie. Werknemers worden al sinds de Sovjet-jaren gelokt met hogere salarissen en vroege pensioenen: 50 jaar voor mannen, 45 jaar voor vrouwen.

Dat steeds meer landen asbest verbieden, zorgt voor een krimpende markt en dat is voor Rusland slecht nieuws. Dat het asbestmineraal door de WHO al eind jaren tachtig als kankerverwekkend werd aangemerkt, en sindsdien in ruim zestig landen is verboden, hangt de Russische asbestsector dan ook liever niet aan de grote klok. Naar asbestgerelateerde ziektes (asbestose, kanker en mesothelioom, ofwel kanker in het borstvlies) wordt weinig onderzoek gedaan en statistieken zijn onbetrouwbaar, zegt men hier.

‘Westerse anti-asbestpsychose’

Daarna ontstond het idee dat ‘witte asbest’ (chrysotiel), in tegenstelling tot de amfibole ‘blauwe’ en ‘bruine’ asbestsoorten, minder schadelijk zou zijn voor de gezondheid, maar daar komen ook steeds meer landen op terug. Rusland, en ook asbestproducent Kazachstan, negeren deze waarschuwingen om de slinkende afzetmarkten niet in gevaar te brengen. Met een keiharde lobby proberen zij landen af te houden van een verbod.

Lees meer over het gevaar van asbest: Eén vezel is al riskant. Hoe ga je daarmee om?

De Russen promoten actief het idee dat westerse landen een „anti-asbestcampagne” hebben opgetuigd om hun eigen, duurdere bouwmaterialen te bevoordelen. „Dat is de reden waarom ze een wereldwijde anti-asbestpsychose hebben aangewakkerd, gepromoot door milieugroeperingen die een internationaal asbestverbod eisen, in plaats van veilig en goed gereguleerd gebruik”, aldus de website van de Russische Asbestassociatie.

Enkele jaren geleden bracht de lobby zelfs een kinderstripboek op de markt, waarin Ridder Chrysotiel het opneemt tegen kwade machten, en zijn broer Amfibool in een Europese gevangenis belandt. Het enige recente onderzoek over de mijn in Asbest werd in 2016 gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrijft Environmental Health. Daarin wordt gesproken van „interessante verschillen”, die echter meer onderzoek vragen.

Russische chrysotielproducenten beseffen maar al te goed dat een erkenning van de risico’s het einde van de sector zal betekenen – met banenverlies voor duizenden werknemers tot gevolg. En dus worden gevaren gebagatelliseerd, wetgeving tegengehouden en bewoners gesust.

Zo kan het dat de indrukwekkende asbestmijn van bezoekers bijna vijf gele sterretjes krijgt op Google Maps. „De kinderen hebben genoten”, meldt een vader in de comments. „Schitterende zonsondergang”, schrijft een vrouw bij een foto van in rood avondlicht badende asbestbergen. „Een coole plek, maar om de een of andere reden niet erg populair”, schrijft ene Anton Poepysjev. Zo zien de Asbesters hun stad het liefst: een bijzondere attractie, geen internationaal gezondheidsrisico.

Aquarelverf

„Wat wilt u nu eigenlijk weten?”, vraagt de persmedewerkster van Oeralasbest op vinnige toon. De ontmoeting op een pleintje midden in Asbest is toevallig, want de jonge vrouw is met zwangerschapsverlof en haar werkgever reageerde niet op een interviewverzoek. Met een jengelend kind aan de arm duwt ze een kinderwagen over de speelplaats. Veel wil ze niet kwijt, en ook haar naam geeft ze niet. Wat ze wel kan zeggen is dat de risico’s van de mijn „goed beheersbaar” zijn, de veiligheidsnormen „op orde”, en dat de ‘witte’ asbest dat hier gewonnen wordt „heel anders” is dan de veel gevaarlijker blauwe en bruine varianten. „Ik woon en voed hier mijn kinderen op. Zou ik dat doen als het gevaarlijk was?”

Als je een raam opent, waait stof binnen. Wat erin zit, weet ik niet

Aleksandr Kabloekov oncoloog

In het centrum van de stad zit een groep tieners met schetsboeken op schoot in de schaduw van een paar bomen. Het object van hun tekenoefening is een flink blok asbesthoudende steen met een mijnwagentje ernaast. Geconcentreerd vangen de kinderen de grijze steen met witte aderen in het zwart en bruin van de aquarelverf.

Het rotsblok markeert de ingang van het plaatselijke asbestmuseum. Daar lepelt gids Svetlana Michajlova geroutineerd de rijke geschiedenis van het wondermateriaal op. Ze vertelt over de achttiende-eeuwse industrieel Nikita Demidov die het vezelige, vuurvaste mineraal onder de noemer ‘berglinnen’ omarmde, en er beschermende kleding voor zijn arbeiders van liet maken, en een tafelkleed voor tsaar Peter. Over de kosmonauten die zonder de bescherming van hun asbestpak nooit door de dampkring waren gekomen. En over de immer uitdijende mijn, die de wereld nog zeker een eeuw lang van asbest kan voorzien.

Lees ook deze reportage uit de Canadese plaats Asbestos: Bekend geworden door kankerverwekkende vezel, wil Asbestos zijn naam kwijt

Bij vragen over de gezondheidsrisico’s versnelt haar pas zich langs de met asbest gevulde vitrines. „Ik heb daar niets over te zeggen”, zegt ze met een frons. „Als het leven ons hier bevalt, dan is er kennelijk geen probleem.”

'Iets anders is er niet'

De enige plek in Asbest waar een zweem twijfel doorklinkt, is de wachtkamer van de plaatselijke poliklinika. Hier zitten de gepensioneerde Vladimir (70) en Tamara (71) te wachten op de enige oncoloog die Asbest rijk is. Veertig jaar werkten de twee in de stad: zij als huisarts, hij in de groeve. Tamara zag vele soorten kanker in haar praktijk, maar of die aan de mijn te relateren zijn, weet ze niet en van mesothelioom heeft ze nog nooit gehoord. „Ach, alles is slecht”, bromt haar man, die het internationale asbestverbod „belachelijk” noemt. „In vaste samenstelling is chrysotiel niet schadelijk.” Volgens hem is het idee dat asbest schadelijk is, een westers „complot” om geld te verdienen. Op de vraag wat er in de stofwolken zit die uit de mijn opstijgen, doet hij er brommend het zwijgen toe.

Een bankje verderop zit de gepensioneerde Ljoedmila Ivanova. Volgens haar is de mijn wel degelijk een bron van zorg onder de bevolking, maar zwijgen ze erover tegen buitenstaanders. „De mensen moeten werken en iets anders is er niet.” Ook zij werkte in Sovjet-jaren in de groeve. „Het salaris was hoger en we waren trots op ons werk. We geloofden dat we een bijdrage leverden aan ons land.” Nu heeft ze spijt van haar jaren in de mijn en vreest ze voor haar gezondheid. „Maar als iemand ziek is, dan ga je natuurlijk niet naar de details vragen.”

Een waarschuwingsbord in de buurt van de asbestmijnen in Asbest. Foto Andrey Borodulin

Ivanova heeft geen geluk. Haar oncoloog, de enige van Asbest, heeft vandaag zijn laatste werkdag. „Als we naar de statistieken kijken, komt hier niet meer kanker voor dan elders in Rusland”, zegt Aleksandr Kabloekov aan het einde van zijn spreekuur. Volgens Kabloekov zijn de mensen zelf het grootste obstakel. „Het probleem is dat de bevolking hier weinig geeft om haar gezondheid. De jongeren trekken weg zodra ze kunnen, de ouderen blijven achter. En die laten zich niet graag onderzoeken. Ze roken en drinken en trekken pas zo laat aan de bel, dat ons weinig meer rest dan palliatieve zorg.”

Geen aanlokkelijk carrièreperspectief voor een jonge arts, en daarom houdt Kabloekov het na een jaar in Asbest voor gezien. „Ik kan u niet vertellen of het hier gevaarlijk is, of hoe de luchtkwaliteit hier is. Maar u hebt zelf kunnen zien hoe smerig deze stad is. Als je een raam openzet, waait het stof naar binnen. Wat erin zit, weet ik niet.”