Opinie

Zeg, maar waar is dat rapport over fouten van de krant eigenlijk gebleven?

De ombudsman

Een rapport over fouten in de jeugdzorg werd stilgehouden, meldde de voorpagina. Kijk, dat is altijd mooi nieuws, ook nu weer: verdwenen memo’s, ondergeschoven onderzoeken, stilgehouden rapporten.

Alleen schoot me wel een jij-bak te binnen. Want hoe zit het met rapporten over de krant zelf?

In Slijpen aan de geest, zijn kroniek van vijftig jaar NRC Handelsblad, behandelt John Kroon uitgebreid de ‘Friso-zaak’, de hevigste ophef over de krant uit die jaren. Maar een sleuteldocument, het rapport van de externe onderzoeker die de hoofdredactie te hulp riep, kon hij niet vinden.

Het verleden is een vreemd land, hoor je wel van historici – maar tien jaar terug hoef je toch nog niet te verdwalen? Is dat rapport, waarvan NRC destijds wél de conclusies publiceerde maar de rest stilhield, intussen soms verdwenen?

Het zal toch niet waar zijn – en dat is het ook niet. Maar de zoektocht ernaar levert wel een inkijkje op in de chaotische staat van een krantenarchief.

Voor nieuwe lezers (of oudere die de zaak hebben verdrongen): NRC raakte in februari 2012 in opspraak door een voorpagina-reportage over prins Friso, een dag nadat die in Oostenrijk bij het skiën was verongelukt. Een verslaggever was in de buurt (haar man, neurochirurg, bezocht er een congres) en schreef ter plaatse een stuk. De redactie zette het op de voorpagina en een dag later was de rel een feit. Lezers reageerden woest: sensatiezucht! Ook ik was kritisch over het gebrek aan distantie.

De toenmalige hoofdredactie schaarde zich aanvankelijk vierkant achter de berichtgeving. Het tij keerde toen bleek dat Friso’s toestand hopeloos was (terwijl NRC had gemeld dat hij „nog een kans” had). Er kwam extern onderzoek door oud-ombudsman van de Volkskrant Thom Meens.

Hij schreef zijn conclusies op in de krant, en die logen er niet om: de redactie was in gebreke gebleven: te weinig kritische vragen, geen tegenspraak. Probleem: die conclusies waren moeilijk te beoordelen, want de hoofdredactie besloot het rapport zelf niet openbaar te maken. Kroon noemt dat fijntjes „opmerkelijk”, gelet op de openheid die journalisten doorgaans van anderen verwachten of vragen.

Argumenten, destijds: ook de krant heeft een zorgplicht voor werknemers, voor wie het rapport pijnlijk of schadelijk kan zijn; het rapport bevatte ongetoetste beweringen (Meens spreekt dat tegen), en ja, de krant wilde de zaak ook niet weer oprakelen, het was al erg genoeg geweest.

Bijna tien jaar later is de urgentie ervan natuurlijk vele malen lager. Niet alleen heelt de tijd ook journalistieke wonden, de feiten in de zaak zijn allang beschreven, onder meer in deze rubriek.

Maar de geschiedenis wil ook wat, dus waar is dat rapport gebleven? Het moet toch in elk geval wel zijn bewáárd. Overigens, onderzoek naar fouten van de China-correspondent werd vijf jaar later onverkort online gezet, wat óók kritiek opriep.

De huidige hoofdredactie liet me weten het rapport niet te hebben of te weten waar het te vinden is. Ja, de auteur heeft het (maar die beloofde geheimhouding). Het ontbreekt in het archief waar alle redacteuren bij kunnen – dat ligt nog voor de hand – maar dook ook niet op uit het elektronische archief van de hoofdredactie, dat Kroon kon inzien. Notulen evenmin, die zijn na 2010 niet meer gemaakt, om het hoofdredactionele beraad intiem te houden – maar dus ook spoorloos.

Alleen, dat rapport wás er.

Meens meldt me dat hij het op 2 april 2012 ’s nachts mailde aan de vier leden van de hoofdredactie. Twee van hen zijn inmiddels uit dienst – hoofdredacteur Peter Vandermeersch werkt in Ierland, zijn plaatsvervanger Joost Oranje werd hoofdredacteur van het (deze week bekroonde) programma Nieuwsuur – beiden laten me weten het niet meer te hebben. Het is dan ook een NRC-onderzoek.

Van het rapport werd een printje gemaakt, herinnert Oranje zich. Enkele hoofdrolspelers mochten het inzien (de verslaggever, de chef Binnenland en de chef Zaterdag) en qualitate qua de voorzitter van de redactieraad en de ombudsman, om na te gaan of het strookte met de gepubliceerde conclusies. Hoe dat ging beschrijft Kroon: ze mochten het lezen, maar „geen aantekeningen maken en er niet uit citeren”. Na lezing ging het gezwind terug in de tas van de adjunct die het was komen brengen.

Kroon vermeldt dat ik het onder die voorwaarden weigerde te lezen. Dat klopt. Ik wilde liever niet weten wat erin stond dan het wél weten maar het niet mogen opschrijven. Bovendien. het kon toch ook bewerkt worden gepubliceerd? Het leverde een verbale botsing op met de hoofdredacteur; de verhoudingen werden hersteld bij een (alcoholvrij) glas.

Wat gebeurde er daarna? Dat printje, de hard copy, moet zijn bewaard op het secretariaat van de hoofdredactie, „in een mapje”. Oranjes toenmalige collega Marcella Breedeveld, nu directeur personeel, zegt latere adjuncten te hebben geadviseerd het te lezen, ter lering.

Twee leden van de toenmalige hoofdredactie die nog wél bij NRC Media werken – Breedeveld en Weekend-reporter Hans Steketee – laten weten het rapport daarnaast in hun eigen e-mail te hebben, zoals in 2012 verstuurd. Evenals de toenmalige persoonlijke assistent van hoofdredacteur Vandermeersch, nu met een functie elders bij NRC.

Dat is iets. Maar waar is dat mapje dan gebleven?

Achter het secretariaat van de hoofdredactie in Amsterdam bevindt zich een - afsluitbaar - hok, grotendeels gevuld met relatiegeschenken, flesjes bronwater, chocola, koekjes, en een lange rij dossiers van de Raad voor de Journalistiek. Een blik door de open deur leverde op dat achterin ook enkele dozen zijn opgeslagen met het opschrift ‘Archief PV’ – hé, bekende initialen.

Zou daarin...? Ik vroeg de huidige hoofdredacteur of hij een inkijk-operatie wilde laten uitvoeren om een inventarislijst van de inhoud te maken. Van de week kwam de uitkomst: veel knipsels, maar geen rapport. Ook geen mapje. Helaas.

Nou goed, het rapport is er dus nog – in ten minste drie e-mailfolders. Maar ja, dat is natuurlijk geen archivering. Het is meer een soort zwerven en ook nogal ahistorisch. De hoofdredacteur zegt me het op enig moment te zullen opvragen – terecht.

Een krant is geen overheidsdienst die rekenschap dient af te leggen aan de Tweede Kamer of waar burgers via de Wob documenten kunnen opvragen in een oude of nieuwe bestuurscultuur. Krantenarchieven zijn bovendien notoir onsystematisch. Maar een goed archief blijft een vereiste, zeker voor delicate dossiers. Ook een afgekoelde hete aardappel moet netjes in een bakje worden gelegd, zou je zeggen – of in een gloednieuw mapje gestoken.

Anders wordt het pas echt een onmogelijke klus voor de John Kroon die in 2070 de geschiedenis van honderd jaar NRC moet schrijven.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.