Reportage

‘We gaan alles inhalen’, roepen ze in de Rotterdamse nachtclub Annabel

Clubs weer open In de nacht van vrijdag op zaterdag mochten de clubs voor het eerst sinds vorig jaar maart weer open. NRC bracht een nacht door in het Rotterdamse Annabel.

Foto Olivier Middendorp

De deuren van Poppodium Annabel zijn gesloten, maar voor de ingang staan voor het eerst sinds maart vorig jaar tientallen clubgangers. Op deze vrijdagavond om middernacht werpt Nederland het mondkapje af en gaan de nachtclubs open. Definitief hopen de feestgangers. Het is nu vijf voor twaalf, en de bas dreunt al door muren en buiken. In de rij wordt gedronken, gelachen. Hier en daar wiegt iemand van voet naar voet – een spanningsdansje.

Eigenaar Aziz Yagoub staat achter de dranghekken en geeft de laatste instructies aan het personeel (veel ervan kersvers). „Vijf minuten voor de show, jongens. Probeer ervan te genieten. Naar posities!”

Er wordt afgeteld. De nul wordt met enthousiaste kreten ontvangen: middernacht. De deuren gaan open. In de rode gloed van de neonbuizen lijkt de toegang een gaatje in het universum, een portaal naar de onbevangen tijden van vóórdat de Nederlandse nachtcultuur vastzat in de wurggreep van Covid-19.

„Het wordt een gigantisch volksfeest”, voorspelt Aziz. „Ik denk dat bestuurders onderschat hebben hoe broodnodig dit is. Dat gaan we vanavond terugzien.” De Noorse Tilly verwoordt het anders: „I expect a lot of Jägermeister. And Abba!” De portier scant haar QR-code – ze is eerder vandaag negatief getest. Ze loopt naar binnen en verdwijnt in de menigte.

Summer of love

Toen de geplande versoepelingen – stap 4, de laatste fase van het Covid-19-ontsnappingsplan van de overheid – vorige week woensdag uitlekten, schoot Poppodium Annabel in actie. Een openingsfeest: dj’s geboekt, kaartverkoop voorbereid. Gespannen keek het personeel de persconferentie op vrijdag. Op het moment dat Mark Rutte het woord ‘nachtclubs’ uitsprak werd de online ticketlink gepubliceerd.

Ondanks versoepelingen luidt nog steeds het gebod: niet testen is niet feesten

„Het is hier chaos nu”, zegt Mart Sanders, programmeur van de Annabel, enkele uren voor de opening. „Maar als de deuren straks opengaan wordt het feest.” Sinds kort had Annabel de terrassen open, en eerder werd er een livestream georganiseerd. Maar opschalen naar een feest met 1.500 man, zoals dat van vannacht, is een ander verhaal. „We moesten veel nieuw personeel inhuren. En sommige dj’s hadden ondertussen een andere baan.” Hij lacht: „Maar ja, het is tóch weekend.” Zijn verwachting? „Ik hoop op een summer of love”.

Feestgangers arriveren in tijdslots (00.00, 00.30, 01.00) – om rijen te voorkomen. Het werkt. „De wachttijd is maximaal 11 minuten”, zegt Aziz trots. Voor de eerste binnenkomers is het onwennig. Sommigen bewaren vertwijfeld de anderhalve meter. Niet voor lang. De dansvloer stroomt snel vol, een half uur na opening glimt die van het bier. Een uur na opening is-ie niet meer te zien. Een meisje leunt over het balkon dat de dansvloer omringt. „Jezus, tering, wat is het druk!”, overschreeuwt ze de muziek. „Daar wil je echt niet zijn. Wacht, even een Instastory”. Ze trekt de camera van links naar rechts over de dansende menigte, stopt haar telefoon weg en holt naar beneden.

De reis naar de nachtclub begon voor bezoekers bij de teststraat. Ondanks versoepelingen luidt nog steeds het gebod: niet testen is niet feesten.

Vrijdagochtend staan er lange rijen bij Testen voor Toegang. Men doodt de tijd: ‘Ga jij ook naar een feestje vanavond?’ De rij zoemt met mogelijke verklaringen voor de lange wachttijd: ‘opstartproblemen’, ‘storing’. Nieuwkomers lopen verwonderd op langs de rij, met elke meter zakt de moed verder in de schoenen. ‘Is dit Testen voor Toegang? Ik dacht dat hier een hippe kledingzaak geopend werd!’ Het is de meest gemaakte grap van de ochtend.

Lees ook dit artikel over nachtclubs die van het testen af willen

Testuitslagen kwamen laat

Zestien uur en (vermoedelijk) een slijterij aan drank later hangen de negatief getesten bij elkaar in de armen in de Annabel. Het ging niet vlekkeloos. Testuitslagen kwamen laat, en het omzetten van de uitslagen in de benodigde QR-code lukte sommigen helemaal niet. Naast de dranghekken staan ‘troubleshooters’, probleemoplossers die helpen een negatieve test naar boven te krijgen. Feestgangers zonder test worden weggestuurd, krijgen een voucher. Een man die zijn naam niet wil geven, klaagt: „Ik probeerde hem nog om te kopen. Twintig euro! Dat lukte zelfs niet! In Den Haag hadden ze me gewoon binnengelaten.” Aziz schatert: „Kijk dát moet je opschrijven.”

Het is drie uur ’s-nachts. ‘Pony’ van Ginuwine komt op – al sinds ’96 een clubklassieker – er wordt gejoeld. Van bovenaf gezien deinen duizend heupen als boeien op een onstuimige oceaan. Na meer dan een jaar anderhalve meter afstand trekken dansers naar elkaar toe – ogen ontmoeten, handen raken, lippen kussen en lendenen schuren. In die volgorde. Niemand is nu nog bang voor Covid-19. Veel jongeren verklaren al Covid-19 te hebben gehad. De 22-jarige Luc Schumans: „Na twee keer Covid-19 én een negatieve test? Nee, ik ben niet bang. Het is voorbij.”

„Het is weer zó snel normaal”, schreeuwt Amir Es-Sannouni in het oor. „Maar mensen hebben het veel leuker dan voor corona. Ik ook. Je kan na anderhalf jaar weer nieuwe mensen leren kennen op een feestje. Zelf heb ik geen relatie, dus dit is top.”

Topje van mondmaskers

Het is vier uur, en de enige herinnering aan corona is een meisje met een topje gemaakt van mondmaskers. De dansvloer blijft onverminderd druk. Enkele dronken gasten worden ondersteund door vrienden de club uitgedragen. EHBO-medewerkers doorkruisen de club voor de veiligheid. Rutgers en het Trimbos-instituut waarschuwden deze week: na anderhalf jaar feestvrij kan men de drank, drugs, en flirts van het nachtleven ontwend zijn. Helemaal gevaarlijk: jongeren willen een inhaalslag. Jongeren hebben er geen boodschap aan. „We gaan helemaal inhalen, alles”, zegt Lulu, begin 20. „Écht uitgaan. Maar ik pas wel op hoor.”

Het is vier uur, en de enige herinnering aan corona is een meisje met een topje gemaakt van mondmaskers

Hagar deelt die mening, ze is nu veertien dagen 18, een coronavolwassene. En ze zit midden in de toetsweek, maar de kans om voor de eerste keer uit te gaan laat ze niet schieten. „Het is boven verwachting! Een écht feestje. Veel leuker dan die kinderachtige 16+ feestjes!” En ja, ze zou volgende week wel weer willen gaan.

Lees ook: Voor één nacht gaat Club Shelter open

Het is kwart over vijf en om het laatste half uur in te luiden speelt de dj wéér ‘Pony’ van Ginuwine, al is het dit keer een remix. De grote zaal is halfleeg, de laatste aanwezigen drommen samen rond de dj-booth. Stelletjes ruzieën bij de lockers. En penetrante parfums verliezen de strijd der geuren van het zweet.

Het bier op de grond is opgedroogd en plakkerig – elk danspasje vergt nét iets meer moeite. Toch stuitert het publiek met elke trilling van de kickdrum als superorganisme op van de Rotterdamse dansvloer. Tot het laatste nummer.

De muziek gaat uit, de lichten aan. Bij de uitgang knijpen feestgangers met hun ogen tegen het ochtendlicht dat plotseling binnenvalt. Alsof een strenge moeder de gordijnen van haar tienerzoon openrukt, tijd om wakker te worden.

Voor de deur staan drie jongens na te praten. „Iedereen was zo aan”, zegt een blij lachende Paul Frolke. „Meezingen, dansen. De muziek was slecht maar dat maakt niet uit!” Een van zijn vrienden, Yoshi Verspaget, vult aan: „Om dit alles weer mee te maken… Zelfs de tegenslagen: het testresultaat dat pas een uur voor het feestje binnenkwam, die stress. Zelfs dat was leuk. Want alles is weer nieuw.” Paul: „Het is heerlijk om de zon weer te zien opkomen.”

Een pelgrimstocht van slaapwandelaars vertrekt richting Rotterdam Centraal – op weg naar een trein of een dankbare taxi. Pas onderweg naar huis, met het hoofd op de schouder van een (pasgevonden) partner, daagt het men pas echt: Nederland is weer open.