Wat is mijn hartritmevariabiliteit?

Waar we bij hartslag vaak denken aan het aantal hartslagen per minuut, kun je ook de tijd tússen twee hartslagen in meten. Die verschilt per interval: het hart is nu eenmaal geen metronoom. Het verschil tussen de intervallen noemen we de hartritmevariabiliteit (HRV). Als je hart heel regelmatig klopt, is het verschil tussen de verschillende intervallen klein en spreken we van een lage hartritmevariabiliteit – en dat is slecht nieuws, gek genoeg. Je hartritmevariabiliteit hangt namelijk samen met je autonome zenuwstelsel, dat de werking van onder meer je ademhaling en je spijsvertering aanstuurt. Als dat systeem niet optimaal functioneert, is de variatie in je hartritme kleiner. Dat kan betekenen dat je gestresst of vermoeid bent en dat je dus even gas terug moet nemen. Voordat je ziek wordt, zie je vaak ook al dat je HRV is gedaald.

Bij het vaststellen van de exacte tijd tussen de hartslagen in gaat het niet om seconden, maar om milliseconden. Je HRV laat zich daarom niet meten met een vinger aan de pols. Verschillende wearables hebben een hartritmevariabiliteitsmeter, maar er zijn ook apps voor je mobiele telefoon. Die zijn niet heel nauwkeurig: je hartslag wordt gemeten met je camera, die uit het kleurverschil van je huid probeert op te maken wanneer er extra bloed doorheen stroomt. Performancecoach Henk Kraaijenhof, die HRV twintig jaar geleden in de Nederlandse sportwereld introduceerde, moet daar weinig van hebben: „HRV met een app is meer een speelgoedje. Mensen willen al na 10 seconden resultaat zien, maar eigenlijk meet je je ademhalingscyclus en die duurt al 6 seconden. Je moet 2,5 minuut meten voor een goed resultaat. Bovendien ziet zo’n cameraatje op je vinger wel de golf, maar niet precies de piek van die bloedgolf door je aderen.”