Het komend kabinet kan miljarden verdelen. Op papier dan.

Kabinetsformatie Geld genoeg, lijkt het, voor een nieuw kabinet met grote investeringsplannen. Maar dat is niet zo maar uit te geven.

Verwachting: negatief begrotingssaldo hinkt richting nul
Verwachting: negatief begrotingssaldo hinkt richting nul

Gesteund door de Tweede Kamer zette informateur Mariëtte Hamer afgelopen dinsdag Mark Rutte (VVD) en Sigrid Kaag (D66) aan het werk om een voorzet te schrijven voor coalitieonderhandelingen met andere partijen. Er was toen één aanwijzing dat dit stuk meer zal zijn dan een „document op hoofdlijnen”.

De twee partijleiders namen op hun eerste afspraak secondanten mee, onder wie de twee financieel specialisten uit de fracties: Mark Harbers (VVD) en Steven van Weyenberg (D66). Dat duidt erop dat de twee formatieteams de komende weken ook met spreadsheets en rekenmachines aan de slag gaan. Hoeveel geld willen ze uittrekken voor gewenste investeringen in de gezondheidszorg, het onderwijs, de infrastructuur, de rechtsstaat en defensie? Hoeveel mag klimaat- en stikstofbeleid gaan kosten? En – aan de inkomstenkant – hoe gaat het alom gewenste nieuwe belastingstelsel eruit zien? En daaraan gerelateerd: hoe is het ingewikkelde en omstreden toeslagenstelsel verantwoord te hervormen? Van Weyenberg deed daar vorig jaar al eens een ingrijpend voorstel voor.

Het hielp dat op diezelfde dinsdag het Centraal Planbureau (CPB) met nieuwe economische vooruitzichten kwam. En die zijn gunstig. Uit de zogeheten Juniraming blijkt dat de Nederlandse economie zich snel herstelt uit de ernstige coronacrisis van de afgelopen vijftien maanden. Daarbij blijft de werkloosheid relatief laag de komende jaren, en herstellen de belastinginkomsten zich snel.

Dat betekent dat de diepe gaten die de pandemie in de overheidfinanciën sloeg, ook weer vollopen. Zowel het begrotingstekort als de staatsschuld is sinds vorig jaar hoog opgelopen. Dat begrotingssaldo – de verhouding tussen inkomsten en uitgaven – zal gaan van -5,9 procent van het bbp dit jaar naar -0,8 procent aan het eind van de komende kabinetsperiode, in 2025. „Een klein tekort”, noteert het CPB droog. De staatsschuld beweegt zich evenzeer de goede kant op: van 58 procent dit jaar tot 53,4 procent in 2022. De combinatie van een bescheiden begrotingstekort en een economische groei van rond de 3 procent zal de staatsschuld automatisch verder laten teruglopen.

Deze gunstige verwachtingen over de overheidsfinanciën zijn goed nieuws voor de onderhandelaars van VVD en D66. Er zijn, in elk geval op papier, tientallen miljarden beschikbaar voor de vele kostbare wensen die zo’n beetje alle politieke partijen hebben – zelfs nog na de tientallen miljarden die het huidige kabinet al in alle steunmaatregelen heeft gestoken. De staatsschuld loopt in absolute getallen weliswaar licht op, tot 522 miljard in 2025, maar omdat de relatieve schuld steeds verder onder de Europese begrotingsnorm van 60 procent kruipt, neemt de begrotingsruimte ook in harde euro’s toe. Nederland zou komend jaar de staatsschuld straffeloos met 33 miljard kunnen laten oplopen, in 2025 zelfs met 65 miljard.

Onder economen en binnen de Europese Unie gaan sinds vorig jaar stemmen op om de strenge begrotingsnormen sowieso te laten vieren: als de economie aantrekt en de rente laag blijft, is een hogere staatschuld niet meer zo problematisch al in de jaren dat het strakke monetaire keurslijf in de eurozone werd bedacht. Met een soepeler staatsschuldnorm van 70 of 80 procent zou de budgettaire ruimte voor een volgend kabinet exponentieel stijgen.

„Niet de rekening doorschuiven”

Alleen: het is niet gezegd dat dit politiek wenselijk is, laat staan dat daar gemakkelijk overeenstemming over te vinden is. Met name VVD en CDA blijven hameren op degelijk begrotingsbeleid. Mark Rutte wees in zijn gesprekken met Hamer op „het belang van financiële kaders”. En CDA-leider Wopke Hoekstra, minister van Financiën, wil „niet de rekening doorschuiven naar volgende generatie”. Terwijl progressieve partijen de teugels best willen laten vieren. PvdA-leider Lilianne Ploumen zei in haar gesprekken met informateur Hamer dat zij een „investeringskabinet” wil, waarbij „de maatschappelijke behoeften voorop staan en niet het budgettaire kader”.

Het CPB en eerder ook de adviserende ambtenaren van de Studiegroep Begrotingsruimte zien zeker ruimte voor eenmalige uitgaven die Nederland uit de crisis kunnen helpen. Daar kan ook het Europese herstelfonds voor worden aangesproken of, in eigen land, het door Hoekstra en oud-VVD-minister Eric Wiebes ingestelde Groeifonds. Maar de staatskas belasten met extra structurele uitgaven vinden zij niet verstandig.

Als een volgend kabinet inderdaad hogere salarissen zou willen voor onderwijs- en zorgpersoneel, of de lasten voor de middenklasse verder willen verlagen, dan moet daar volgens deze adviesorganen dekking op de begroting voor worden gevonden. In de formulering van het CPB: „Structurele intensiveringen en lastenverlichtingen zouden moeten worden gebalanceerd met ombuigingen of lastenverzwaringen elders op de begroting.”

Bezuinigingen en belastingverhogingen, dat is geen aantrekkelijke boodschap voor VVD en D66 om straks in een concept-regeerakkoord aan andere partijen voor te leggen.