Eén man als fondsenwerver, adviseur, donateur, lobbyist: is dit integer, CDA?

Deze week: waarom Omtzigts klacht over de kwetsbare relatie van het CDA met donateurs wel degelijk hout snijdt.

Ofwel: een partij versus de realiteit van de eigen integriteitsregels.

Een paar weken terug verdiepte ik me in de integriteitsregels van het CDA. Over kwesties als ‘de onverenigbaarheid van functies’ of een ongewenste ‘cumulatie’ ervan.

De reden was – toen nog – de zaak-Sywert van Lienden. In Buitenhof had Van Lienden erkend dat hij „een puinzooi” had gecreëerd door vorig jaar niet te openbaren dat hij dik verdiende aan de mondkapjesimport. Evengoed had hij nazomer 2020 wel degelijk de integriteitscommissie van het CDA verwittigd, zei hij, wat het CDA prompt ontkende.

En je dacht: hoe zit dat?

Zo kwam ik bij die integriteitscommissie uit, bij de integriteitsregels, en de wijze waarop die eind vorig jaar waren ververst.

Intussen bleek me ook hoe het met Van Lienden was gelopen. Hij verkende vorig jaar de mogelijkheid van een Kamerlidmaatschap, en vulde daarvoor eind augustus een CDA-formulier in met integriteit in de kop. Onder het punt kwetsbaarheden schreef Van Lienden dat hij met de mondkapjes een omzet van boven de honderd miljoen euro had gemaakt en er flink aan had verdiend.

Het formulier ging 31 augustus naar een commissie die de kandidaatstelling begeleidde. Niet de integriteitscommissie. Maar je kon onmogelijk volhouden dat de partij niet van zijn winsten had geweten.

Sterker: je had volop aanwijzingen dat ook partijprominenten waren geïnformeerd.

Maar de kwestie verdween naar de achtergrond toen vier dagen later het memo-Omtzigt uitlekte. De focus richtte zich op de passage dat een coronaherstelplan van lijsttrekker Wopke Hoekstra voorstellen bevatte die partijdonateurs wensten.

„Daar heb ik moeite mee”, schreef Omtzigt. „Het maakt het CDA kwetsbaar.”

De partij bestreed het, beïnvloeding door donateurs was „niet aan de orde” en ook dit thema waaide over.

Maar je zat nog met die integriteitsregels: waren die dan nageleefd?

Omtzigts claim draaide om ondernemer Hans van der Wind (1963). Hij verdiende een vermogen aan de verkoop van tweedehands schoolboeken, waarvan de aanschafkosten tijdens Balkenende IV (2007-10) op voorstel van de PvdA werden overgenomen door het Rijk.

Van der Wind doneert sinds 2006 aan de partij, en opereert sinds de campagne van 2017 als CDA-fondsenwerver.

Een bijzondere wereld. Zo is een van de CDA-donateurs de Stichting Nederlands Ondernemersklimaat (campagnebijdrage dit jaar: 247.000 euro), die opkomt voor familiebedrijven en volgens de statuten doneert „aan instanties en partijen die haar doelen delen”.

Ook heb je de CDA Business Club (campagnebijdrage dit jaar: 673.000 euro) met de bekende lobbyist Rob Meines als een van de bestuurders, die „leden exclusief toegang tot de CDA-politici” belooft.

Zo kreeg Hans van der Wind Haagse invloed. Het bleek toen hij 28 november vorig jaar het partijbestuur schreef dat de zakenwereld amper geld in de CDA-campagne wilde steken, aldus een mail die Omtzigt in zijn memo noemt. Precies in die periode bewerkte toenmalig partijvoorzitter Rutger Ploum Hugo de Jonge om het lijsttrekkerschap neer te leggen, wat hij 10 december deed.

CDA’ers zagen daarna ook dat Van der Wind – door Hoekstra in het campagneteam gehaald - binnen de partij zorgen uitte over de zogenoemde Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Dit is een fiscale voorziening voor familiebedrijven: een erfenis of schenking wordt laag of niet belast wanneer bedrijfsvermogen binnen een familie overgaat, bijvoorbeeld van ouders naar kinderen.

Maar de BOR is omstreden. Ambtenaren van Financiën schreven april 2020 dat de regeling „zeer grote vermogens” bevoordeelt. Veertig procent van de 2,8 miljard euro die de BOR in 2010-2016 kostte, kwam bij 2 procent van de rechthebbenden terecht: een fiscale subsidie van 1,1 miljard euro voor driehonderd mensen.

De Raad van State was al in 2016 sceptisch. De linkse partijen en D66 bepleitten najaar 2020 in hun verkiezingsprogramma’s afschaffing of versobering. En nu coalities bijna altijd een linkse of progressieve partij bevatten, wist je vanaf dat moment dat de BOR na de verkiezingen kón sneuvelen.

Het CDA is van oudsher Haags steunpilaar van familiebedrijven. Dus de partij verdedigde de BOR in haar verkiezingsprogramma, en kort tevoren kondigde het Kamerlid Hilde Palland (CDA) hiervoor een initiatiefvoorstel aan. Dit diende ze 9 februari in, vlak voor de verkiezingen – „bestendiging van [...] de BOR” was „van cruciaal belang”.

En hoewel ze benadrukte dat de pleidooien van Hans van der Wind geen invloed hadden op haar standpunt, was Palland een van de CDA-politici die me in een mail bevestigden dat de fondsenwerver de partij aanschreef over het belang van de BOR.

Het plaatst Omtzigts klacht in context: die ging erom dat in de zogenoemde New Deal van lijsttrekker Wopke Hoekstra op 27 februari – een plan voor Nederland na corona – „een lijstje maatregelen stond die door MKB-sponsoren gewenst worden”, zoals ‘behoud en vereenvoudiging’ van de BOR.

Hij zei dus niet dat de partij was omgekocht, hij zei: dit is riskant voor de partij.

Feit is dat na het initiatiefvoorstel en de New Deal fondsenwerver Van der Wind persoonlijk groot geld in de CDA-campagne stopte. 12 februari: 175.000 euro. 23 februari: 175.000 euro. 11 maart: 108.000 euro. 17 maart: 175.000 en 250.000 euro. 19 maart: 175.000 euro.

Maar volgens CDA’ers die hiervan wisten was er geen relatie: Van der Wind had deze steun, zeiden ze, najaar 2020 al toegezegd. En nu niet was aangetoond dat de megadonateur Van der Wind partijstandpunten had beïnvloed, vonden ze Omtzigts kritiek sowieso koude drukte.

Evengoed vertelden zelfs bekende CDA’ers dat zij destijds niet wisten dat Van der Wind in de campagne maar liefst vier rollen vervulde: fondsenwerver, megadonateur, campagneadviseur en lobbyist voor de BOR.

,,Dat hóórt zo niet’’, zei er een.

Zodoende bekeek ik opnieuw de integriteitsregels van het CDA, vervat in het ‘Eindrapport van de werkgroep integriteitsbeleid CDA’, die de nieuwe ‘Gedragscode integriteit’ opstelde.

Het stuk werd nota bene vlak voor de campagne, 16 november 2020, in het landelijk bestuur behandeld – en vervolgens gepubliceerd.

Het stond vol normatieve waarnemingen. Er is te weinig aandacht voor „integriteit binnen de partij”. Een analyse van de Politieke Integriteitsindex leert dat „met name de onverenigbaarheid van functies” riskant is in het CDA. Dat „dienstbaarheid naar burgers niet [moet] omslaan in ombudspolitiek”. Dat CDA’ers „het belang van burgers boven hun privébelang [moeten] stellen om de schijn van vermenging van deze twee vermijden”. Dat „cumulatie is uitgesloten van politieke functies, partijfuncties en/of maatschappelijke functies die het aanzien (-) van de partij schaadt”.

Allerlei mensen zijn Pieter Omtzigt als een heilige gaan behandelen, het lijkt me allemaal erg overdreven: ook hij vergist zich wel eens.

Maar als je de melding in zijn memo goed leest, en je kent de feiten, dan begrijp je dat zijn opmerkingen hout snijden.

Je hebt de schijn dat het CDA wensen van donateurs opvolgt. Je hebt de vier campagnerollen van de megadonateur. Je hebt het strijdige handelen met de eigen integriteitsnormen van de partij.

Als ergens bleek dat – in Omtzigts woorden – de checks and balances ontbraken, dat er macht zonder tegenmacht was, dan zat het in dit aspect van de campagne.

Dus je zou zeggen: CDA, overdrijf niet wat hier misging, bewijs voor omkoping ontbreekt, maar onderken ook dat Omtzigt zéér terechte kritiek aankaartte, ook al is hij geen partijlid meer.