‘We hebben kinderen. Kijk. Die zijn ook zwart’

In Ally Wat voorafging: na een ongemakkelijk bezoek aan zijn vader, voor Vaderdag, kon Jasper eindelijk weer aan het werk. Het theater ging weer open.

In Ally

Eerst dacht Monique dat ze het niet goed had verstaan. Voor de zekerheid vroeg ze het nog een keer: „Wáárvoor moet je naar Amsterdam?” Jasper wilde al naar buiten lopen, naar zijn auto – waarom moest hij van Monique terugkomen? „Wat?”, vroeg hij. „Ik had toch gezegd dat ik dat zomerfeest moet regelen?”

Monique vond dat Jasper zich overmoedig gedroeg sinds zijn vaccinatie. Hij had alleen nog de eerste prik gekregen. En nu hoorde ze hem steeds bellen over een feest dat hij wilde organiseren in de tuin van zijn theater.

„Denk je dat het een goed idee is om nu al een feest te geven?”, vroeg ze.

„Het is buiten. En ik denk dat het tijd is voor een feest. Eindelijk mogen we open.” Nu liep Jasper naar zijn auto.

Aan de voorkant van het huis in Almere stond een bankje. Daar ging Monique op zitten. „Met wie ga je dat vandaag regelen dan?”, vroeg ze. „Met welke collega?”

Jasper had de autodeur al geopend. Hij bleef staan. „Waarom vraag je dat?”

Monique pulkte aan een plaknagel die los zat. Ze keek Jasper niet aan toen ze vroeg: „Die meid met wie je die fling had, die werkt nu voor jou toch?”

De deur van de auto ging weer dicht, Jasper kwam naast Monique op het bankje zitten. „Ze werkt nu voor het theater. Dat kon niet anders. Maar tussen mij en Samantha zal niets meer gebeuren. Dat beloof ik.”

„Wat is er gebeurd tussen ons?”, vroeg Monique. „In het begin was het anders.”

Eerst was Jasper stil. Daarna: „Ik weet het.” Weer stil. En toen: „Ik wil ook dat het wordt zoals in het begin.”

„Waarom ben je altijd zo boos?”

Jasper wist het niet zeker. Hij had een grote fout gemaakt met Samantha. Dat zorgde voor veel spanningen.

Nu trok Monique de plaknagel van haar duim af. Weer zonder Jasper aan te kijken: „Het lijkt wel of je áltijd boos bent. Vorige week, bij je vader thuis, toen ik vroeg of je hem al had verteld over die schietpartij van Vince. En over hoe jij dat hebt opgelost.”

Jasper stond op. „Soms wordt het te veel.” Hij liep naar de auto. „Maar ik moet nu echt gaan.” Jasper liep terug om Monique een zoen op haar mond te geven. „Ik hou van je.”

In het theater had Jasper afgesproken met Samantha en de cateraar voor het zomerfeest, Jan-Jaap. Gespecialiseerd in puur eten. Lokaal ook. En ambachtelijk. Hij noemde zichzelf JJ en ondertekende zijn mails met: JayJay. Het idee voor een zomerfeest kwam van Jasper. Twee weken geleden hadden hij, Samantha en de andere collega’s de eerste bespreking gehad die gewoon in het theater was, niet meer via Zoom. Samantha hoorde over het feest en benoemde zichzelf tot partyplanner.

Jasper en Samantha zaten al te wachten in de vergaderzaal, na bijna anderhalf jaar rook het daar wat muf, toen JJ arriveerde. Eerst begon hij aan een lang verhaal over de tandarts waar hij net vandaan kwam. Volgens JJ was het een gat in de markt: iedereen lag daar tijdens de behandeling zo lang op zijn rug omhoog te staren – wat als je een bedrijf oprichtte dat beeldschermen monteerde aan de plafonds van al die hutten, zodat de patiënten iets hadden om naar te kijken?

En er was nog iets: de tandarts vertelde dat ze een overstroming hadden met die regen vorige week. Hij zei dat de hele praktijk blank stond. „Dus toen riep ik dat je dat niet meer mag zeggen. Ik verbeterde hem: tegenwoordig moet je zeggen dat het wit stond.” JJ moest lachen. Daarna, tegen Samantha: „Ik heb ook een Surinaamse vrouw.”

Samantha vroeg: „Dus?”

„We hebben kinderen.” JJ zocht hun foto’s op zijn telefoon. „Kijk maar. Die zijn ook zwart. Voor de helft dan.”

„Dus?”, vroeg Samantha nog een keer.

„Al dat gedoe het laatste jaar, over dat je niets meer mag zeggen omdat het anders racistisch is. Iedereen is bang. Ik niet.”

„Hoezo?”, vroeg Samantha.

JJ pakte zijn telefoon weer. „Kijk mijn kinderen dan.”

Samantha stond op en zei dat ze naar het toilet moest.

JJ praatte verder, over hoe ook white privilege voor hem niet bestond, want hij had zich opgewerkt uit een arm gezin uit een dorp in Twente. „En nu heb ik een eigen cateringbedrijf.”

Samantha kwam terug en kondigde aan dat ze eerst even de gastenlijst moesten opstellen, dan was meteen duidelijk hoe groot de bestelling zou worden bij JJ.

„Komen je kinderen?”, vroeg ze Jasper. „En je vrouw?”