Reportage

Unionisten in Belfast voelen zich gepiepeld

Noord-Ierland In juli vinden in Noord-Ierland Oranjemarsen plaats. Gezien de protestantse onvrede over Brexit kan het een onrustige editie worden. „We willen die grens niet.”

Protest van unionisten in Portadown, Noord-Ierland op 5 juni. Ze willen geen grens in de Ierse Zee – die gevolg is van afspraken tussen Londen en Brussle na de Brexit.
Protest van unionisten in Portadown, Noord-Ierland op 5 juni. Ze willen geen grens in de Ierse Zee – die gevolg is van afspraken tussen Londen en Brussle na de Brexit. Foto Clodagh Kilcoyne/Reuters

Het is een bewolkte zaterdagavond op Newtownards Road in het oosten van Belfast. Honderden protestantse families, sommige met een stevige voorraad drank, staan langs de weg als het ene fluit- en tamboerkorps na het andere langs trekt. Mannen hummen mee op de maten van de muziek, vrouwen dansen in hun eentje en iedereen lacht om de reus met de dikke trom die als een bezetene op het vel roffelt.

De Ulster Volunteer Force Flute Band 1912 defileert in donkere uniformen met rode bies, de East Belfast Protestant Boys in blauw, de Ballymacarrett Defenders in grijze hemden met korte mouw. Bij de Great Eastern Bar draait het begin van het jaarlijkse marsseizoen uit op een volksfeest. Een grootvader waggelt midden op straat voor de muziek uit, zijn kleindochter kan het niet aanzien.

Een muurschildering van twee gewapende mannen met bivakmuts herinnert aan de Troubles, de gewapende strijd tussen protestanten en katholieken. De guerrilla-oorlog werd in 1998, na dertig jaar, 3.600 doden en ongeveer 30.000 gewonden formeel beëindigd met het Goedevrijdagakkoord. Brexit heeft de animositeit weer aangewakkerd tussen de twee partijen: de protestantse unionisten die loyaal zijn aan het Verenigd Koninkrijk, en de katholieke nationalisten die lonken naar Dublin. De unionisten voelen zich benadeeld door de manier waarop het Verenigd Koninkrijk uit de EU is gestapt.

De honderden muzikanten die deelnemen aan de East Belfast Battalion Memorial Parade herdenken onder andere Robert Seymour, commandant Oost-Belfast van de Ulster Volunteer Force (UVF) die in 1988 door de IRA werd vermoord in een steegje achter zijn videotheek, als vergelding voor een aanslag op een katholieke pub. ’s Ochtends hebben buurtbewoners zijn graf nog verzorgd.De UVF heeft geweld afgezworen, maar staat, met andere organisaties die actief waren in de Troubles, te boek als terroristische organisatie.

Lees ook: Hoe raakten Noord-Ieren toch weer in de greep van geweld?

Op de hoek waar de parade vertrok, hangt sinds eind 2019 een smetteloos spandoek met twee gewapende en gemaskerde mannen van de UVF. „The prevention of the erosion of our identity is now our priority”, laat het East Belfast Battalion weten. Op de muur naast het doek schreef dit voorjaar iemand het privé-adres van de vorige Ierse Taoiseach (premier) Leo Varadkar. Het is na protest overgeschilderd – maar zijn naam kun je nog lezen.

Over Belfast is wel gezegd dat je nooit zeker weet in hoeverre de geschiedenis er voortleeft in het heden en in hoeverre de stad leeft in het verleden.

De mars verliep zonder incident. Op 12 juli vinden in heel Noord-Ierland Oranjemarsen plaats, waarmee unionisten de overwinning van de protestant Willem III op de katholieke koning Jacobus II van Engeland herdenken (Slag bij de Boyne, 1690). Het is een dag waarop emoties snel overkoken – gezien de protestantse onvrede over Brexit zou het weleens een onrustige editie kunnen worden.

Ierse Zee

Brexit zadelde Europa op met een Iers vraagstuk. In principe zou de grens tussen Noord-Ierland en Ierland een EU-buitengrens moeten worden. Maar niemand wilde grensposten tussen noord en zuid, om de fragiele vrede van het Goedevrijdagakkoord niet in gevaar te brengen. EU en VK kwamen daarom grenscontroles overeen op goederen die van Groot-Brittannië naar Noord-Ierland verscheept worden. De grens kwam zo niet op het Ierse eiland te liggen, maar als het ware in de Ierse Zee tussen de twee eilanden.

De Brexit kwam boven op reeds sluimerende onvrede

Hoe die grenscontroles moeten plaatsvinden, werd beschreven in het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland. Over de uitvoering van dat protocol hebben Brussel en Londen al zes maanden hooglopende ruzie. Het VK vindt dat de EU zich niet flexibel opstelt, de EU vindt dat het VK zich niet aan de afspraken houdt – Londen schortte al eens eenzijdig afspraken op.

De unionisten zijn ongelukkig met het Protocol. Ze willen geen grens in de Ierse Zee. Ze willen net zo behandeld worden als de andere delen van het Verenigd Koninkrijk. Ze voelen zich bedrogen door premier Boris Johnson die beloofde dat er nooit een grens in de Ierse Zee zou komen.

In de kleine unionistische politieke partij DUP is het daarom al maanden onrustig. Protestantse onderhandelaars van het Goedevrijdagakkoord zijn naar de rechter gestapt om het Protocol aan te vechten. Er wordt wekelijks tegen het Protocol gedemonstreerd.

Witbrood en worstjes

In de protestantse enclave rond Sandy Row liepen protesten dit voorjaar uit op dagenlange rellen. In juni is het er stil. De rolluiken van de meeste winkels zijn gesloten. Op lantaarnpalen zijn stickers geplakt: No Irish Sea Border. Op een zwarte muur staat: British and Proud. Het is even geen moment voor journalisten. De jonge vrouw achter de toonbank in de coffeeshop zegt dat ze niet van Belfast is en in de wijk niemand kent. Een man in blauw trainingspak, die net witbrood en worstjes heeft gehaald, loopt snel door. Snoepwinkel Candy Row verkoopt naast snoep ook vlaggen met unionistische symbolen. De verkoper heeft geen idee wie al die stickers heeft geplakt, zegt hij.

Unionisten in Portadown, 5 juni.

Foto Clodagh Kilcoyne/Reuters

Om het volgende protestantse bastion te bereiken voert de route eerst door niemandsland, dan door katholiek terrein, herkenbaar aan de Ierse vlag, vervolgens over een weg die met stalen poorten vergrendeld kan worden. Daarachter ligt ‘the Shankill’, een winkelstraat annex openluchtmuseum annex gedenkplaats voor gevallen unionistische strijders en omgekomen burgers. Op een plaquette wordt de IRA gelijkgesteld aan IS.

De verkoper van de Shankill Historical Society, een kleine winkel waar de ene protestantse vlag na de andere over de toonbank gaat, wil wel praten maar niet met zijn achternaam in de krant. „Noem me maar John from the Shankill.” Op Shankill demonstreerden eerder deze maand enkele duizenden mensen tegen het Protocol. Als finale werd een reusachtig spandoek waarop Ierse eenwording werd bepleit, onder luid gejoel in brand gestoken. John was erbij. „We willen die grens niet. Johnson moet dat oplossen. We zijn geen lid meer van de EU, dus van de EU hoeven we ook niets meer te verwachten.” Waarom zijn die grenscontroles toch zo’n ergernis? „Het zet ons apart van de rest van het VK. We willen net zo behandeld worden als Wales, Engeland en Schotland. We willen niet richting Ierland geduwd worden.”

Slachtofferschap

Voor de buitenstaander is discussie over het Protocol een technocratisch dispuut over douaneformulieren en wachttijden voor vrachtauto’s, over de keuring van worstjes en de vraag of er genoeg personeel is om schapen te inspecteren die van Schotland naar Ierland moeten. Voor unionisten is het een constitutionele kwestie en daarmee een kwestie van identiteit, legt Iain Carlisle, directeur van de Grand Orange Lodge of Ireland uit. Zijn Lodge organiseert de Oranjemarsen en exploiteert het Museum of Orange Heritage.

„Wat we op straat zien, is de oprechte frustratie van mensen die het gevoel hebben dat hun nationale identiteit en soevereiniteit als deel van het VK is ondermijnd, die het gevoel hebben dat Noord-Ierland een afgezonderde plek is geworden.”

Protest van unionisten op 18 juni in Newtownards, Noord-Ierland.

Foto Peter Morrison/AP

De unionisten, zegt Carlisle, hebben sinds eind jaren negentig veel moeten slikken. Het pardon voor politieke gevangenen, het vertrek van Britse troepen die voor hun veiligheid zorgden, de opheffing van hun politie, de positieve discriminatie van nationalisten voor een betere afspiegeling van politie, ambtenarij en rechtspraak. „Er werd veel onder het tapijt geveegd om de vrede te bewaren. Op den duur groeide de frustratie.”

De unionisten raakten in de achterhoede. De nationalisten zijn jonger en zullen daardoor vroeg of laat in de meerderheid zijn. De unionisten zijn bang dat ze dan een referendum afdwingen over fusie van Noord-Ierland met Ierland.

De protestanten vinden ook dat ze in culturele concurrentie met de nationalisten het onderspit delven. „Er is hier een cultuuroorlog gaande”, zegt Carlisle. Iers nationalisme heeft een aantrekkelijke, softe kant: muziek, dans, taal. Terwijl onze cultuur altijd wordt afgeschilderd als confronterend, strijdbaar. We hebben ook muzikale tradities, maar worden gezien als gevaarlijke gekken. Het is onze eigen schuld: we vertellen ons verhaal niet goed en hebben weinig vrienden in de wereld. Je hebt een Ierse pub in elke stad, maar niemand weet veel over de protestantse traditie.”

De Brexit-discussie en het Protocol kwamen, zegt Carlisle, bovenop die sluimerende onvrede. „Er groeide ressentiment: we worden als vanzelfsprekend gezien. Unionisten voelen zich vervolgd, niet begrepen, ondervertegenwoordigd. Er groeit een unionistische gemeenschap van slachtofferschap.”

De Orange Lodge probeert buiten het Brexit-debat te blijven en zich te concentreren op een vredig verloop van de marsen volgende maand. „We komen hier met de dag wel meer onder druk te staan van onze leden die vragen waarom we niet mee protesteren. Ik denk dat we in de loop van juli steeds meer protesten zullen zien.”

Verwacht hij onlusten? „Ik denk niet dat het uitdraait op grootschalig geweld”, zegt Carlisle. „Waarom zouden unionisten vechten met overheidstroepen om unionisten te blijven? Dat is gewoon niet logisch. Maar als je een dwarsdoorsnede van de bevolking op straat krijgt dan zul je ook jonge mensen zien die zich achtergesteld voelen, jongeren uit wijken met armoede en werkloosheid, gesegregeerde, gefrustreerde wijken. Mensen die vinden dat hun cultuur wordt aangevallen.”