Claudia Redout en Gwenda Nielen. „Een vrouw moet zichzelf dubbel zo hard bewijzen voor ze serieus wordt genomen.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Twee oud-luitenant-kolonels: ‘Als vrouw bij defensie loop je op je tenen’

Gwenda Nielen en Claudia Redout Twee vrouwen klommen op tot luitenant-kolonel. Beiden verlieten defensie. Moe van hun strijd tegen vooroordelen en uitsluiting. „Weer moeten uitleggen dat je niet in deeltijd wíl werken. Dat je wél op missie wil, ook al heb je kinderen.”

Gwenda Nielen is 26 als ze op missie gaat naar Uruzgan. Ze is kapitein, heeft een rode baret – die krijg je na een zware mentale en fysieke proef die maar weinig vrouwen doorstaan – en rondde haar schietoefeningen en drills voor de missie met succes af. Maar als een kolonel op werkbezoek komt, vraagt die aan een andere kapitein, waar zij bij staat: „Gaat zij ook mee? Op voetpatrouille?”. Ze is er juist om contact te leggen met de plaatselijke bevolking.

Op de terugweg worden ze beschoten. Nielen moet een vuurpositie innemen en redt zich uitstekend. Na een uur worden ze onder dekking van helikopters opgepikt door een gepantserde bushmaster. De kolonel vraagt haar erna om advies. „Zo gaat het altijd. Een vrouw moet zichzelf dubbel zo hard bewijzen voor ze serieus wordt genomen.” Ze krijgt een gevechtsinsigne voor haar optreden.

Nielen (41) vertelt erover in de woonkamer van Claudia Redout (47) in Hilversum. De drie tienerdochters van Redout en de twee jongere meisjes van Nielen lopen in en uit. De zon schijnt, het kinderbadje is tot de rand gevuld en na een uur staat de pizzabezorger voor de deur.

De twee vrouwen kennen elkaar niet heel goed, maar hun verhalen komen overeen. Ze klommen op tot luitenant-kolonel en werden door defensie als boegbeelden beschouwd. Toen vorig jaar een boek verscheen over vrouwen bij de krijgsmacht, stond Nielen op de cover.

Toen ik mijn rode baret kreeg, werd achter mijn rug gezegd dat ik ’m cadeau had gekregen

Gwenda Nielen

Defensie wil al heel lang een minder homogene krijgsmacht, staat in beleidsstukken. Om een afspiegeling van de maatschappij te zijn en om klaar te zijn voor een modernere en complexere oorlogsvoering. Redout en Nielen hebben zich hier jaren voor ingezet.

Tot 2021, toen waren ze allebei moegestreden.

Nielen vertrok rond de jaarwisseling („Defensie zegt steeds dat er ruimte is voor een ander type mensen, maar die is er nauwelijks”), demissionair minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) nodigde haar nog uit voor een exitgesprek.

Redouts laatste werkdag was op de dag van dit interview („Ik heb me nog nooit zo ‘allochtoon’ gevoeld als in dit laatste jaar, zei ik tegen collega’s”). Op het aanrecht staan de vazen met bloemen voor haar afscheid.

Als deze twee excellerende, door defensie gekoesterde vrouwen het al niet redden, hoe moet het dan met de rest? Op verzoek van NRC willen Nielen en Redout hun ervaringen delen, in dit interview en enkele gesprekken vooraf. Ze hopen dat er iets verandert voor anderen in de krijgsmacht.

Buurthuiskind

Redout groeide op in Den Haag met een Surinaamse moeder in de thuiszorg en een Surinaamse vader die postbeambte is. Ze heeft twee oudere broers en een zusje. „We waren buurthuiskindjes”, zegt ze. „Daar kon ik mezelf ontwikkelen. Thuis was het onrustig.” Ze deed vwo, toen havo, toen weer vwo. Haar hbo-opleiding betaalde ze zelf.

Als junior floormanager bij de H&M leerde ze leiding geven. Ze werd personeelsadviseur bij een verzekeraar, daar wees een collega haar op een vacature bij defensie. In 2001 solliciteerde ze voor psychologisch medewerker bij het selectiecentrum. Haar werd gevraagd wat ze van vrouwelijke navy seals vond, en of ze tegen een stootje kon want ze moest met veel soorten mensen omgaan.

Ze werd aangenomen. „Ik had er een geweldige tijd. Met collega’s van allerlei afdelingen probeerden we de beste mensen te selecteren voor de verschillende krijgsmachtonderdelen.”

Na een tussenstop bij de marine, waar ze werd opgeleid tot officier, belandde ze bij een ander krijgsmachtonderdeel, de Koninklijke Marechaussee en is daar gebleven. „Bij de KMar heerst meer een monocultuur, christelijk, conservatief.” Of de kinderen wel van haar man zijn, vragen collega’s. Mag haar man buitenvrouwen hebben? Haar man is ook militair, wit, en hem vragen ze dit soort dingen niet. Wat spreekt ze goed Nederlands, hoort ze. „Hoe vaak ik dáár complimentjes over kreeg.”

Bij elke stap hoger benoemt een collega wel een keer dat ze vrouw is én van kleur. „Commandanten zeiden: ‘Claudia jij bent zo’n boegbeeld voor de KMar, maar dat is niet om hoe je eruit ziet, hoor.’ Telkens dacht ik: waarom zeg je dat nou?”

Nielen: „Toen ik mijn rode baret kreeg, werd achter mijn rug gezegd dat ik ’m cadeau had gekregen.”

Gwenda Nielen bracht haar jeugd door in katholiek Noord-Limburg. Haar vader werkte in een staalbewerkingsbedrijf, haar moeder bij een rozenkwekerij en later bij een slagerij. Nielen hield van feesten en werkte veel: in de kroeg, in het staalbedrijf, bij de slager. Op een dag meldde ze zich met een bon uit de Veronicagids aan bij de KMA, de militaire opleiding. „Ik had geen idee, ik wilde gewoon leuke dingen doen, abseilen enzo.”

Claudia Redout en Gwenda Nielen

Ze bereidde zich maar matig voor op het gesprek. Later vertelt een lid van de selectiecommissie haar: „Je gesprek ging niet zo goed, maar je liep naar buiten en ik dacht ‘lekker kontje’ en toen heb ik van die zes een zeven gemaakt.” Ik heb het maar laten gaan, zegt Nielen.

Horen ze dit soort dingen vaker?

Nielen: „In 2000 deed ik een gevechtscursus bij de commando’s. Mijn nek zat vast. Bij de eerstehulppost zat een vreselijke onderofficier. Doe je T-shirt maar uit, zei hij. Ik zei: ik wil gewoon wat tijgerbalsem mee. Je krijgt het als je je shirt uittrekt, zei hij. Ik liep weg. Een vrouw had haar voet kapot en moest huilen. ‘Je ziet eruit als een vent, gedraag je ernaar’, zei hij.” Vrouwen moesten hun benen scheren voor ze werden geholpen, het leidde hem af. „Nadat dit alles was aangekaart, mochten vrouwen alleen nog met een mannelijke collega naar de verzorger.”

Redout zegt regelmatig opmerkingen te hebben gekregen over haar uiterlijk. Op een borrel werd ze lastig gevallen door een collega. „Collega’s zeiden: ‘Ach joh, zo is hij nu eenmaal als hij iets op heeft’.”

Fysiek onveilig voelden ze zich niet.

Eet geen banaan, zeg niet ‘poes’

De pizzapunten gaan op borden, de drie jongste meisjes zitten met natte haren op de bank een filmpje op de iPad te kijken. De middelste komt terug van rugbytraining.

Als vrouw loop je bij defensie voortdurend op je tenen, zeggen Redout en Nielen. Altijd bedacht op opmerkingen over je uiterlijk of gedrag. Dus: niet een banaan eten. Niet met vier vrouwen in de coffeecorner, dan ben je óf een ‘theekransje’ óf je bent een coup aan het plegen. Niets zeggen wat een seksuele lading kan hebben. Redout: „Niet poes zeggen, maar kat.” Nielen: „Niet zeggen dat je serieus genomen wil worden.”

Handen die ongevraagd je schouders masseren. Mannen die je te dicht bij je mond zoenen op een receptie. Weer moeten uitleggen dat je niet in deeltijd wíl werken. Dat je wél op missie wil, ook al heb je kinderen.

Tot het niet meer gaat.

Mijn nek zat vast, ik wilde tijgerbalsem mee. ‘Je krijgt het als je je shirt uittrekt’, zei de onderofficier.

Gwenda Nielen

Ze zeggen nog altijd ‘wij’, als het over defensie gaat. Ze voelen zich nog militair. En ze benadrukken dat er vooruitgang is. Landmachtbaas Martin Wijnen koos bewust voor vrouwelijke stafleden. De commandant van het 17e bataljon stelde een diverse gevechtseenheid samen. Meer vrouwen in aannamecommissies. Een man met Marokkaanse roots die beter selecteert.

Redout en Nielen maakten deel uit van een groepje vrouwen dat zo nu en dan lunchte met voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD). „Zij begreep het”, zegt Redout. „Ze voerde de dienstplicht in voor meisjes (net als bij jongens is de opkomstplicht opgeschort, red.) en vroeg ons om advies over de toelating van vrouwen bij de mariniers. Haar staf had het haar afgeraden.”

Er zijn generaals die je kunt aanspreken op hun gedrag. Nielen: „Ik was jarig en dacht: fuck it, ik doe rode nagellak op bij mijn vlekkenpak.’ Na een half uur vergaderen zei de generaal: ‘Gwenda, ik ben toch een beetje afgeleid door jouw nagellak’. Ik reageerde: ‘Generaal, dat zegt meer over jou dan over mij, vrees ik’. Ik hoorde anderen hun adem inzuigen, het werd stil. Hij zei: ‘Ik vrees dat je gelijk hebt’ en de vergadering ging verder.”

Maar dan, de leemlaag. De vaak oudere kolonels. De vriendjespolitiek. Het testosteron. De zelfcensuur. De tráágheid. Redout: „Word je voor de zestiende keer gevraagd voor een diversiteitsclubje.”

Dit voorjaar was er een bijeenkomst over gender. „Zitten aan de ene kant van de tafel alleen vrouwen, onder wie drie donkere, die mogen vertellen hoe het ervoor staat. Aan de andere kant van de tafel zitten de generaals, blank en met goud behangen.”

In bijeenkomsten over diversiteit, zegt ze, is er altijd wel weer een generaal die vraagt: ‘Waarom vinden we dit ook alweer belangrijk?’”

Nielen: „Sommige dingen veranderen gewoon niet. De loopbaanbegeleider zei tegen me: ‘Die rode baret halen, dat moet je niet willen. Ga eerst maar op een gewone functie laten zien dat je het kan.’ Dat zeggen ze niet tegen mannen. Deze week belde een jonge vrouw me die haar opleiding niet had gehaald. Haar hadden ze verteld dat een 5,5 bij vrouwen gezien wordt als een 5,4. Létterlijk ongelijkheid. ‘Ga werken bij de geneeskundige dienst’, adviseerde de opleider van die vrouw, ‘je wilt straks toch kinderen en in deeltijd werken’.”

Vooroordelen, ongelijkheid en uitsluiting komen overal voor, maar bij de krijgsmacht wat meer en extremer, denken Nielen en Redout.

Hoe dat komt? Het ideaalbeeld van een goede militair – een stoere man die zonder morren zijn klussen klaart – is diep verankerd in de krijgsmacht.

Zit je voor de zestiende keer in een diversiteitsclubje. Altijd een generaal die dan vraagt: ‘Waarom is dit ook weer belangrijk?

Claudia Redout

Het begint al bij de opleiding, vertellen de vrouwen. Je traint, werkt en woont met elkaar en wordt gevormd naar een mannelijke norm, een mal. Nielen: „Je hebt van die militaire uitspraken, dat je wordt afgebroken voor je wordt opgebouwd, controle is beter dan vertrouwen, kou is een emotie die je kunt uitschakelen. En al je meerderen zijn en praten zo.”

Nielen vond het aanvankelijk wel prettig. „Het is superduidelijk en als je jong bent zoek je gelijkgestemden. Er zaten mensen die jong en sportief zijn en blank en overwegend man. Introverte mannen hebben het ook zwaar. Dan blijf je over met een vrij homogeen clubje, want alle vrouwen inclusief mijzelf werden ook best masculien.”

Ze ging meer sporten, lokte ruzie uit in de kroeg. „Ik wilde me bewijzen, was one of the guys. Bij ontgroeningen pakte ik vrouwen harder aan dan mannen.”

Komen vrouwen in het leger niet voor elkaar op?

Twee resoluut schuddende hoofden. Integendeel. Vrouwen weten: als één niet aan de norm voldoet, slaat dat terug op hen allen. Ze gaan op in de mannenwereld.

Ook na de opleiding trekken militairen intensief met elkaar op. Vijf maanden op een boot, een half jaar in een tentenkamp. Het versterkt alles: de kameraadschap, de loyaliteit, het blindelings op elkaar vertrouwen, maar ook de machocultuur.

Claudia Redout in 2015 in Mazar-e- Sharif, Afghanistan. Foto Eva Klijn/ KMar

Vrouwen lopen tegen praktische dingen aan. De commandant die vóór de meerdaagse training niet wil zeggen of er Dixi’s zijn, zodat een vrouw niet weet of ze de pil moet doorslikken. De twee minuten plaspauze die voor vrouwen kort is, waardoor ze minder gaan drinken en slechter presteren.

Nielen: „Als mannen gefrustreerd zijn mogen ze met hun vuist hard op een PGU-kast slaan, of flink vloeken of gaan zuipen. Dat wordt geaccepteerd. Maar als vrouwen huilen uit frustratie, wordt hun verteld dat het niet professioneel is.”

Redout: „Ik kreeg van mijn commandant te horen dat ik te emotioneel was.”

De machocultuur zit overal, zeggen ze. Redout: „Ik volgde een les krijgswetenschappen, daar stelden de onderdelen zich voor. Iedereen kwam opgepompt binnen”. Haar stem laag, armen omhoog: „WUAH ER BESTAAT ZOIETS ALS LUCHT EN WIJ VERDELEN HET LUCHTRUIM. EN DAN IS ER ZOIETS ALS LAND EN DAAR KOMEN WIJ OM DE HOEK. EN WÁTER, ZOVEEL PROCENT VAN DE AARDE BESTAAT UIT WATER.”

Nielen lacht. Redout: „Ik zei het gewoon: ‘Ik vind het testosterongehalte in deze zaal verstikkend’.”

Wat ook niet helpt: militairen spreken elkaar niet makkelijk aan. De kameraadschap zit dat in de weg. Een sterke hiërarchie ook, je passeert je meerdere niet.

Nielen: „In de praktijk is er een hoge drempel om te melden. Ik heb eens een melding gedaan over een integriteitskwestie bij mijn commandant. Kan je het bewijzen, vroeg hij? Weet je het wel zeker? Degenen om wie het ging, hadden hem verzekerd dat er niets aan de hand was. Of ik niet zelf met hen in gesprek wilde. Hell no.”

En tot slot, je komt elkaar overal tegen. Militairen wisselen elke twee, drie jaar van functie. De onderofficier die wilde dat Nielen haar shirt uitdeed? Op Nielens eerste functie werd hij haar plaatsvervangend commandant. „Tegen mijn commandant zei ik: ‘Dit gaat niet werken.’ Hij zei: ‘Je doet het er maar mee.’”

Mama Muis

Lang doen ze mee, vol overgave. Ze maken zelf grappen over hun vrouw-zijn als ze bevorderd worden, dan zijn ze het maar voor.

Ze zijn al wat ouder als ze zien dat het ook anders kan. Nielen leert tijdens een masterstudie sociologie over culturen, stereotypen en vooroordelen. „Een openbaring”. Ze slaagt cum laude en gaat leiding geven aan een afdeling die bijdraagt aan de modernisering van militair optreden. Aan haar vragen ze tijdens de sollicitatie of ze vaak huilt op haar werk, of ze kan omgaan met dominante mannen en of ze nog meer kinderen wil, vertelt Nielen.

Lees hier over een moderne vorm van oorlogsvoering: het beïnvloeden van gedrag

Redout gaat als genderadviseur op missie naar Afghanistan. Haar kinderen krijgen van defensie een voorlichtingsboekje over Papa Muis die op uitzending gaat, terwijl Mama Muis thuis wast en kookt.

In Afghanistan wordt Redout bij sommige belangrijke vergaderingen niet, of laat, uitgenodigd. „Genderadviseur is een functie die niet door iedereen serieus wordt genomen. Ik werd in vergaderingen ook als enige bij mijn voornaam genoemd en niet bij rang of functie.” Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) ziet haar aan voor een Afghaanse tolk. Ze ontmoet bij een kamp van het Afghaanse leger vrouwen die onder een lakentje in een zeecontainer zonder ramen slapen, naast een hondenkennel. De missie maakt haar bewust van de kwetsbare positie van vrouwen. „Op dat kamp zijn, als vrouw, heeft iets met me gedaan. Ik was er zo alleen.”

Redout wordt majoor en medeverantwoordelijk voor de strategische loopbaanplanning van de top van de marechaussee. Ze zet zich vol in voor vrouwen op die hoge functies. Soms lukt dat.

Ook Nielen zet zich in voor verandering. Dat gaat niet zomaar. Ze wil à 5.600 euro een pilot opzetten voor een cursus over vooroordelen voor militairen. Iedereen vindt het een goed idee en toch lukt het niet. Ze hoort, zegt ze: ‘Ja als we allemáál losse pilots gaan doen’; ‘misschien kan het in lijn met de routekaart’; ‘neem het even op met mijn adviseur’. „De adviseur van de toenmalige commandant der strijdkrachten zei: ‘Laten we eerst kijken of het zinvol is’. Mensen zeggen dat ze verandering willen, maar branden hun vingers liever niet, of zien het probleem niet echt.”

Voor een seminar over de positie van vrouwen in de krijgsmacht, melden zich alleen vrouwen.

Redout: „Ik zei recent tegen mijn collega: ‘Ik zie voor de vijfde keer in een paar maanden dat iemand met een iets minder Nederlandse naam uit de opleiding gaat. ‘Verrek’, zei hij, ‘je hebt gelijk’. We zijn gewoon niet sensitief genoeg om in te schatten of iemand iets anders nodig heeft.”

Ook op dit hoge niveau in de organisatie wordt Redout door een collega gevraagd om de nieuwe kandidaten op te halen voor het sollicitatiegesprek . „Jij bent zo moederlijk, zei hij.” Ze weigert.

Gwenda Nielen op missie in Afghanistan in 2016. Foto Gerben van Es/ defensie

Hoe hoger de vrouwen komen, hoe meer tegenstand ze ervaren. Nielen: „Vanaf de kolonelsrang wordt het pittig. Als je kolonel wordt als vrouw, heb je sowieso een man gepasseerd.”

Redout: „Ik heb mij ingezet voor een vrouwelijke kolonel die commandant kon worden van de grootste eenheid van de marechaussee. Over haar werd gezegd: ze is alleen met zichzelf bezig. Maar dat was niet zo. Ze postte veel op Facebook, maar ook in uniform om de organisatie te promoten. Zo grappig, want veel kerels deden dat ook. Ze werd het niet. Toen ze gepasseerd werd voor alweer een man, was het voor mij klaar. Alle hoop verdween. Ik heb denk ik te dicht tegen het hoogste segment van defensie gezeten. Het ging naar mijn idee niet meer om wezenlijke dingen, maar om door de rangen omhoog schieten. In mijn exitgesprek zei ik dat ik het gevoel had er niet bij te horen.”

Nielen: „In de zomer van 2020 kwam ik zelfs na een lange vakantie niet uitgerust terug. Het kostte me zoveel energie om te dealen met moeilijke dingen die niets met de inhoud te maken hebben maar met hoe we met elkaar omgaan.”

Eind vorig jaar zou Nielen commandant worden van een eenheid. „Ik had daar goede ideeën voor, de juiste opleiding, het perfecte netwerk, alles. In mijn gesprek zei de generaal: ‘Kun je wel een stapje terug doen, zodat het niet om jou draait?’. Hij bedoelde denk ik: kan je accepteren dat het om mij draait? Hij zei ook: ‘Ik heb liever iemand anders, maar ik ben professioneel genoeg om met jou te werken’. Defensie tilde het besluit over de jaarwisseling heen. In de kerstvakantie ging ik om me heen kijken en werd ik zó enthousiast van wat ik nog meer zou kunnen doen. Ik diende mijn ontslag in.”

Hebben ze hun werkgever een eerlijke kans gegeven om hen te behouden? Hebben ze hun commandant gewaarschuwd dat als niets veranderde, ze zouden vertrekken?

Nielen: „Nee. Ik zag het niet aankomen. Al die druppels in die emmer ervaarde ik niet zo. Ik voelde me gefrustreerd, maar was strijdbaar. Tot die laatste druppel kwam en toen was het meteen te laat.”

Redout: „Ja!”

Nielen: „Ik dacht: als ik verder ga krijg ik een burn-out.”

Redout: „Of ruzie.”

Nielen: „Je zit zo in het systeem, dat je het niet wil zien.”

Redout: „Ik kreeg een burn-out in 2017, omdat ik me druk maakte om dingen die er blijkbaar voor anderen niet toe deden. Ik kwam ineens tot het besef, ik kan het niet meer.”

Nielen: „Dat je wéér hoort: ‘Gaan we zeker iets mee doen! Kan je een plan maken?’”

Redout: „Ik zei dan: ik maak alleen nog een plan als je belooft dat ook uit te voeren.”

Wat ze zo missen: dat de top een statement maakt. Dat generaals zich publiekelijk uitspreken tegen racisme en seksisme bij de krijgsmacht en daar gevolg aan geven. Leidinggevenden lachen mee met seksistische grappen. De staatssecretaris van Defensie promoot een kalender met knappe, schaars geklede mannelijke mariniers.

De toenmalige commandant der strijdkrachten was verbaasd dat onder zijn buitenlandse collega’s geen enkele vrouw was en vroeg zich in een post op Linkedin af: moet daarin geen verandering komen? Toen daarop allerlei seksistische reacties kwamen, stelde Nielen hem voor ‘zullen we een themacampagne laten maken?’. ‘Eerst zelf maar eens nadenken’, appte hij terug.

Nielen nu: „We denken al zo lang na.”

Redout: „In Australië heeft de commandant der strijdkrachten gezegd dat in zijn leger geen plek is voor mensen die anderen uitsluiten, pesten of oneerbiedig behandelen. Een hele bups is toen ontslagen. Heel inspirerend. Dat mis ik hier. Pas eind vorig jaar wilde defensie niets meer met Zwarte Piet te maken hebben. Toen ik in de besloten Facebookgroep van de marechaussee de reacties daarop zag, schrok ik. Ik dacht dat we verder waren.”

En nu? Zouden ze het toejuichen als hun dochters op een dag besluiten het leger in te gaan?

Ja, zegt Nielen meteen. „Ik heb veel geleerd. En ondanks alle frustraties kijk ik met voldoening terug. Leidinggeven gaat me makkelijk af. En omdat ik ondanks alles authentiek wist te blijven, weet ik nu wie ik ben. Dat zou ik mijn dochters gunnen. Maar ik wil ook dat ze mondig en nieuwsgierig blijven. Ik zou op de achtergrond goed opletten of ze niet afstompen. Dat is wel wat dit systeem met je doet.”

Nee, zegt Redout zacht. Ze kijkt naar haar jongste op de bank. Tranen springen in haar ogen. „Misschien is het heel erg om te zeggen. Maar alles wat mijn man en ik in die meiden hebben gestopt aan zelfvertrouwen, bewustwording en dat je mag zijn wie je bent: ik ben bang dat het kapot gaat, dat ze met andere ogen naar de wereld moeten kijken. Ik zou het niet aanmoedigen.”

Nielen: „Ik denk wel: het zijn types als mijn meiden die het verschil kunnen maken.”

Redout: „Absoluut! En als er straks meer meiden zijn, hopelijk, wordt alles misschien normaal.”


Gwenda Nielen

Gwenda Nielen (Boxmeer, 1979) deed haar officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Ze behaalde na zeer zware proeven de rode baret, als een van de weinige vrouwen en ging op uitzending in onder meer Afghanistan en Irak. Na het behalen van een master sociologie ging Nielen zich steeds meer toeleggen op de psychologische kant van oorlogsvoering, zoals het beïnvloeden van gedrag en het bestrijden van desinformatie. Ze werd uiteindelijk luitenant-kolonel (overste).


Claudia Redout

Claudia Redout (Den Haag, 1973) deed eerst een hbo-opleiding personeel en arbeid, voordat ze haar militaire scholing kreeg aan het Koninklijk Instituut Marine (KIM). Bij de marine hield ze zich bezig met werving en selectie van personeel. Redout ging in 2015 als gender adviseur op uitzending naar Afghanistan. Bij de marechaussee deed ze de laatste jaren loopbaanbegeleiding voor het hogere kader. Redout werd uiteindelijk luitenant-kolonel.

Foto’s Dieuwertje Bravenboer.