UMCG komt met specialistische zorg voor slachtoffers misstanden turnwereld

Misstanden Volgens een rapport over misstanden in de turnwereld krijgen slachtoffers niet altijd de specialistische zorg die ze nodig hebben. Dat wil demissionair minister Van Ark veranderen.
In april verscheen een kritisch rapport over grensoverschrijdend gedrag in de turnwereld.
In april verscheen een kritisch rapport over grensoverschrijdend gedrag in de turnwereld. Foto Remko de Waal / ANP

Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) komt met een speciale behandeling op maat voor slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag in de turnsport. Dat schrijft demissionair minister Tamara van Ark (Medische Zorg, VVD) vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. De behandeling moet ervoor zorgen dat (voormalige) turners die slachtoffer zijn geweest van grensoverschrijdend gedrag de specialistische en langdurige zorg krijgen die ze nodig hebben.

Uit het recent verschenen rapport Ongelijke leggers bleek dat twee derde van de voormalige turners in de turn- of gymsport te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag. Daaronder valt onder meer belediging, intimidatie, chantage, controledrang, isolatie, dwang en vernedering. Het heeft bij voornamelijk oud-turnsters diepe sporen achter gelaten in de vorm van depressies, zelfmoordgedachten en prikkelbaarheid. Omdat de slachtoffers volgens het rapport niet de specialistische en langdurige zorg krijgen die ze nodig hebben, komt het UMCG nu, op verzoek van sportorganisatie NOC*NSF, met een speciale behandeling op maat.

Slachtofferhulp Nederland begint daarnaast een pilot-meldpunt waar slachtoffers uit de turnsport kunnen aankloppen voor meer informatie, juridische ondersteuning of financiële vragen. Van Ark schrijft ook bereid te zijn om de sport financieel te ondersteunen. Het rapport Ongelijke leggers pleitte voor excuses voor de slachtoffers; deze heeft de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek inmiddels gemaakt. Daarnaast stelt het rapport dat de slachtoffers een financiële tegemoetkoming moeten krijgen. Dat vindt Van Ark „in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de sport”. Ze is er wel over in gesprek met NOC*NSF.