Reportage

Roglic tegen Pogacar? Het verschil met de Tour de France van vorig jaar is groot

Tour de France De Tour de France lijkt net als in 2020 een strijd te gaan worden tussen de Slovenen Tadej Pogacar en Primoz Roglic. En toch wordt het een heel andere Tour dan vorig jaar.

Tadej Pogacar (links) en Primoz Roglic in de Tour de France van vorig jaar.
Tadej Pogacar (links) en Primoz Roglic in de Tour de France van vorig jaar. Foto Frank Faugere/Presse

Het begint te schemeren in Brest en de mixed zone voor de media loopt langzaam leeg. Tegen de achtergrond van de zeehaven van de Bretonse stad is net de ploegenpresentatie van de Tour de France afgelopen; inmiddels zorgt een symfonie van lokale doedelzakblazers op het podium voor vermaak. Renners om te interviewen zijn er niet meer, op twee na: Tadej Pogacar en Primoz Roglic.

De twee Slovenen, de nummers 1 en 2 van vorig jaar, zijn de meest bevraagde renners van deze avond. Zonder bij elkaar in de buurt te komen werken ze zich door interview na interview heen. Gek is dat niet: Pogacar (22) en opnieuw Roglic (31) zijn de topfavorieten voor de gele trui deze Tour. Velen hopen op een spectaculaire strijd tussen Pog en Rog, net als vorig jaar.

In de inleidende persconferenties hielden beide renners zich op de vlakte over elkaar. „Ik weet dat er sterke teams zijn en we zullen tijdens de wedstrijd zien wie het sterkst is”, zei Pogacar. Roglic gaf aan dat zijn relatie met zijn jongere landgenoot niet veranderd is sinds hun strijd vorig jaar: „We trokken vorig jaar al weinig samen op en dat doen we nu ook niet.”

Wat ook niet is veranderd zijn de strenge maatregelen die Tour-organisator ASO heeft genomen om een corona-uitbraak te voorkomen. De renners zitten in afgezonderde bubbels, mondkapjes en afstand houden zijn verplicht en per medium (tv, radio, schrijvende pers) mag er dagelijks één journalist van elk land de mixed zone in. Wel zijn toeschouwers weer welkom langs het parcours, maar selfies nemen en handtekeningen vragen zijn verboden en voor toegang tot de start- en finishlocaties moet je een negatief testbewijs kunnen overleggen.

Dezelfde favorieten, dezelfde coronamaatregelen; krijgen we dan een kopie van de Tour van vorig jaar? Absoluut niet. Drie redenen waarom dit een compleet andere Ronde van Frankrijk wordt.

Rolverdeling

Strade Bianche, Milaan-Sanremo, de Tour de l’Ain, drie etappes in Critérium du Dauphiné; Jumbo-Visma was vorig seizoen in aanloop naar de Tour duidelijk de sterkste ploeg van de wereld. Het team zou in 2020 in totaal 23 wedstrijden winnen en eindigde het jaar boven aan de ploegenranglijst van de UCI.

Bij het begin van de Tour, in augustus in Nice, waren ook alle ogen gericht op de geel-zwarte brigade. „Eerst was er corona, en toen we daarna begonnen te fietsen, waren Roglic en [Wout] Van Aert in topvorm en wonnen wij zowat elke wedstrijd waar we aan meededen”, zegt ploegleider Merijn Zeeman. „Dat wij daarna alle druk op onze schouders kregen, dat ontstond automatisch. Daardoor was er geen ander doel meer dan de gele trui.”

Als vanzelf domineerde Jumbo-Visma in de Tour. Vrijwel continu controleerde de ploeg de koers en won drie etappes. Roglic was de favoriet voor de eindzege en voldeed aan die verwachtingen door tot de laatste zaterdag in het geel te rijden.

Pogacar kwam daarentegen als outsider naar de Tour. In 2019 had hij weliswaar laten zien dat hij een bijzonder talent was door derde te worden in zijn eerste grote ronde, de Vuelta, maar tijdens de Tour werd hij vooral gezien als favoriet voor de witte trui, voor de beste jongere. Dat veranderde in de eerste twee weken toen hij als enige, zonder steun van zijn ploeggenoten van UAE Team Emirates, weerstand bleek te kunnen bieden aan Jumbo-Visma. Iedereen rekende op een heel mooie, tweede plek – tot die tijdrit op de Planche des Belles Filles, waarin hij zijn achterstand van 57 seconden omboog in een minuut voorsprong.

Hoe anders is dat dit jaar. Als titelverdediger is Pogacar de grote favoriet. „Als je begint aan de Tour met de winnaar van vorig jaar, dan zul je een bepaalde verantwoordelijkheid moeten nemen”, geeft zijn ploegleider Allan Peiper, toe.

De voorbereiding is erop aangepast. De ploeg ging vaker op trainingskamp in het hooggebergte en Pogacar reed sinds zijn overwinning zege in Luik-Bastenaken-Luik, eind april, alleen nog de Ronde van Slovenië, die hij ook won. „Daardoor hadden we meer tijd om hem te laten rusten, een hoogtestage te doen en een periode van verkenningen in te plannen”, zegt Peiper.

Ook in UAE Team Emirates zijn de veranderingen merkbaar. Naast Pogacar staan alleen David de la Cruz en Davide Formolo opnieuw aan de start. Voor sprinter Alexander Kristoff, vorig jaar winnaar van de eerste etappe en drager van de gele trui, was geen plaats. Peiper heeft zes volwaardige helpers willen meenemen. „We moeten de capaciteit hebben om een situatie recht te zetten als dat nodig is.”

Ook bij Jumbo-Visma is de Tour dit jaar anders benaderd. Kopman Roglic reed na ‘Luik’ geen wedstrijd meer. In plaats daarvan ging hij trainen in de Sierra Nevada en Tignes. „Primoz gaf aan dat hij misschien te gretig is in wedstrijden en dat hem dat kan opbreken in de laatste week van de Tour”, zegt Zeeman. De alternatieve aanloop moet dat scenario dit keer voorkomen.

Verder kampt de ploeg met blessures. Wout van Aert, vorig jaar uitblinker in veel etappes, heeft een maand nauwelijks kunnen trainen door een blindedarmoperatie. Het is de vraag hoe goed hij is, al won hij afgelopen zondag wel het Belgisch kampioenschap op de weg. En de jonge Deense debutant Jonas Vingegaard, de vervanger van klassementsman Tom Dumoulin, kampte in de voorbereiding met een blessure aan de achillespees. „Wij zijn zeker niet de topfavoriet”, zegt ploegleider Zeeman.

Jumbo-Visma is niet van plan zo dominant te gaan rijden als in 2020, zegt Robert Gesink, die aan zijn tiende Tour de France begint. „Vorig jaar heeft Pogacar achter ons treintje aangereden, dat gaat hem niet meer lukken.” De topfavoriet is toch echt Pogacar, zegt Zeeman. „Hij zal de koers moeten gaan dragen, dat staat vast.”

UAE-ploegleider Peiper zegt op zijn beurt dat zijn ploeg de koers ook niet gaat controleren. „Dat willen we niet en hoeven we ook niet. We gaan ons eigen ding doen.”

Het parcours

Op en neer, heen en weer, draaien en keren; zo is het openingsweekend in Bretagne het best te definiëren. „Dag een is een soort Strade Bianche zonder zand”, luidt de omschrijving van Gesink. De eerste twee etappes zijn ideaal voor puncheurs, miniklassiekers met aan het eind een gemene helling – in etappe 1 de Côte de la Fosse aux Loups en in etappe 2 de Mûr-de-Bretagne.

Daarna krijgt het parcours een klassiek karakter, met een lange aanloop tot de belangrijke etappes voor het klassement. De eerste bergen doemen pas op in etappe 8, als de finish in skidorp Le Grand Bornand in de Alpen ligt. De beslissing zal vermoedelijk pas vallen in de laatste week, na een paar zware Pyreneeënetappes.

Het verschil met de editie van vorig jaar is groot. Toen kwamen de eerste bergen al in het openingsweekend voorbij vanuit startplaats Nice, gevolgd door acht bergetappes en vier finishes bergop. Nu zijn dat er zes en ligt de eindstreep drie keer op een bergtop. Er zitten mooie uitschieters tussen, met een dubbele beklimming van de Mont Ventoux en op Quatorze Juillet de koninginnenrit die eindigt boven op de Col du Portet, maar het is veel minder een Tour voor klimmers dan in 2020.

Ook vanwege de twee lange, vlakke tijdritten die in het parcours zijn opgenomen. In totaal moet het peloton het bijna 60 kilometer opnemen tegen de klok. Ideaal voor klassementsmannen met een grote motor. Primoz Roglic heeft beide parcoursen uitgebreid verkend. „Zoals je vorig jaar hebt kunnen zien kunnen de tijdritten cruciaal zijn. Ik heb daarom de afgelopen weken veel getraind met de tijdritfiets.”

De uitslag van de eerste tijdrit, in etappe 5, zal de strategie van de ploegen voor de rest van de Tour bepalen, zegt Servais Knaven, ploegleider van Ineos Grenadiers. „Wie daar de koppositie pakt, kan op een hele andere manier de bergen in dan de achtervolgers die tijd hebben verloren. Daar wordt duidelijk wie verdedigend kan gaan rijden, en wie aanvallend moet gaan koersen.”

Ineos Grenadiers

Drie tegen drie. De Tour van vorig jaar had een gevecht moeten worden tussen de kopmannen van Jumbo-Visma – Roglic, Dumoulin en Steven Kruijswijk – en van Ineos Grenadiers, dat met Chris Froome, Egan Bernal en Geraint Thomas zou aantreden.

Het liep helemaal anders, met name bij Ineos. Froome bleek niet op tijd te zijn hersteld van zijn harde val in de Dauphiné het jaar ervoor, en Thomas was niet op tijd in vorm. Alleen titelverdediger Bernal reisde af naar Frankrijk, waar hij na de zeventiende etappe afstapte vanwege pijn in zijn rug. Richard Carapaz, een van de vervangers van Froome en Thomas, liet pas van zich horen in de laatste week toen de gele trui uit zicht was.

Dit jaar is het vooral de vraag wie er geen klassementsambities heeft bij Ineos, dat met drie voormalige groterondewinnaars aan de start in Brest staat: Geraint Thomas (Tour 2018), Richard Carapaz (Giro 2019) en Tao Geoghegan Hart (Giro 2020). Richie Porte, vorig jaar derde in de Tour en daarmee the best of the rest achter de twee Slovenen, is de vierde podiumkandidaat. Ze zijn allemaal nog in vorm ook. Ineos heeft vrijwel elke meerdaagse koers waar het dit jaar aan meedeed, gewonnen. Tour van Romandië? Geraint Thomas. Giro d’Italia? Egan Bernal. Critérium du Dauphiné? Richie Porte. Ronde van Zwitserland? Richard Carapaz.

„Op papier zijn we zeker de sterkste ploeg”, zegt ploegleider Knaven. „We kunnen verschillende troeven uitspelen. Maar het staat of valt bij de sterkste kopman, anders win je de Tour niet.”

Wie die kopman is, daarover willen zowel Knaven als de renners niets kwijt. De koers zal het uitwijzen, herhalen de teamleden als een mantra. Knaven: „Er zal een moment komen dat ze voor elkaar moeten gaan rijden, maar we gaan zeker in de eerste week niet al iemand opofferen. Ze zijn ook allemaal realistisch: uiteindelijk is het doel dat we de Tour winnen, en het maakt mij niet uit met wie.” Ineos is een van de weinige ploegen, zegt Knaven, die in staat zou moeten zijn de twee topfavorieten Pogacar en Roglic bergop te isoleren.

Wat opvalt is dat Ineos aanvallender rijdt dan voorheen, toen de ‘trein’ van toen nog Team Sky wedstrijden zodanig controleerde dat elke vorm van spanning ontbrak. Het besef dat ze ook op een andere manier kunnen winnen, kwam vorig jaar in de Tour. „Binnen de ploeg was die laatste week, met onder meer de etappezege voor [Michal] Kwiatkowski, wel een eye-opener”, zegt Knaven. „En vervolgens pakte het in de Giro dit jaar ook heel succesvol uit: al onze jongens reden wel in een of meerdere etappes vooraan en uiteindelijk won Bernal nog het klassement ook.”

Kortom: de Britse formatie, winnaar van zeven van de laatste negen Tours, kan zowel in teamverband als met individuele renners het verschil maken. Knaven: „Voor ons telt alleen de gele trui, straks in Parijs.”