Opnieuw coronasteun voor openbaar vervoer

Openbaar vervoer Het openbaar vervoer lijdt miljoenenverliezen als gevolg van de coronacrisis. Volgend jaar compenseert het Rijk opnieuw de exploitatietekorten als passagiers wegblijven.

NS leed vorig jaar ondanks de staatssteun van 818 miljoen euro een recordverlies van 2,6 miljard euro.
NS leed vorig jaar ondanks de staatssteun van 818 miljoen euro een recordverlies van 2,6 miljard euro. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Het Rijk dekt ook volgend jaar de financiële tekorten in het openbaar vervoer als gevolg van de coronacrisis af. De zogeheten ‘beschikbaarheidsvergoeding’ waarmee vervoersbedrijven hun exploitatietekorten als gevolg van de massale passagiersuitval konden compenseren, wordt verlengd tot september volgend jaar. Dat heeft de ministerraad vrijdag besloten.

Vervoersbedrijven (NS, stads- en streekvervoer) leden dit en vorig jaar miljardenverliezen door het wegblijven van passagiers. Op het hoogtepunt liep het aantal reizigers terug tot 20 procent van voor de crisis, toen dat er nog zo’n 2,4 miljoen reizigers per dag waren. Daar stond die beschikbaarheidsvergoeding tegenover: zo’n 370 miljoen euro per kwartaal. Tot 95 procent van de exploitatietekorten werd daarmee afgedekt. Zo konden de vervoersbedrijven door, ondanks de nagenoeg lege bussen, trams en treinen.

Recordverliezen

Het was lange tijd onzeker of die tekorten ook in 2022 zouden worden afgedekt. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) nam daar in februari bij de presentatie van de NS-jaarcijfers al een voorschot op. „Dan zijn dergelijke dienstregelingen niet meer vol te houden”, zei hij in reactie op het recordverlies van 2,6 miljard euro dat NS vorig jaar leed. Ondanks de staatssteun van 818 miljoen euro. „Dan moet NS met minder treinen gaan rijden”, zei Hoekstra, als minister ook nog enig aandeelhouder van NS. Vervoersbedrijven hielden de afgelopen maanden rekening met financieel zware tijden en uitgeklede dienstregelingen tot 40 procent van het huidige aanbod.

Maar verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) komt nu toch over de brug met een verlenging van die beschikbaarheidsvergoeding, in de verwachting overigens, dat die niet zo duur zal uitpakken als in 2020 en 2021 (jaarlijks 1,5 miljard euro) omdat het aantal passagiers de afgelopen maanden weer een stijgende lijn laat zien. Landelijk is de bezettingsgraad inmiddels zo’n 55 procent, eind van het jaar is dat 70 tot 80 procent, is de verwachting. Alleen NS en het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB blijven daarbij achter omdat die sterk afhankelijk zijn van dagjesmensen en toeristen. Vooralsnog reserveert Van Veldhoven tot september volgend jaar een bedrag van 140 miljoen euro. Als de passagiersaantallen tegenvallen, wordt dat meer.

Staatssteun

Vervoersbedrijven kunnen tot die tijd niet alleen een beroep op die beschikbaarheidsvergoeding doen. Met het ministerie van OC&W is afgesproken dat ook de vergoeding voor de OV-studentenkaart overeind blijft, hoewel studenten daar sinds de coronacrisis veel minder gebruik van maken. Ook provincies laten hun subsidieniveau aan de streekvervoerders intact, hoewel ook daar het aantal daadwerkelijk vervoerde passagiers onder de afspraken in de concessies blijven. De financiële afspraken lopen tot september volgend jaar omdat het ministerie tot die tijd toestemming van de Europese Commissie heeft om die gebruikersvergoeding uit te keren. Die wordt in de praktijk gezien als een vorm van staatssteun waar Brussel als gevolg van de coronapandemie ontheffing voor heeft verleend.