Reportage

Lhbti’ers in Hongarije overwegen land te verlaten: ‘Ik ben echt doodsbang'

Nieuwe lhbti-wet van Orban Het Hongaarse verbod op ‘homopropaganda’ richting minderjarigen stuit op fel verzet. Lhbti’ers zijn bang of overwegen het land te verlaten.

Transgender vrouw Daniella Milla Tokodi loopt op 12 juni door Boedapest.
Transgender vrouw Daniella Milla Tokodi loopt op 12 juni door Boedapest. Foto Bernadett Szabo / Reuters

Het angstbeeld van Imre Márton (53) is een zwarte auto. Toen hij als jongetje opgroeide in communistisch Hongarije, kwam er op een dag een grote zwarte wagen voorrijden met boze meneren erin die zijn vader meenamen. Zonder te zeggen waarom en waarnaartoe. Zijn vader zat dagen in een cel, voor wat later een valse beschuldiging bleek.

„Daar lig ik nu weer wakker van”, zegt Márton. „Het scenario dat ik in mijn eigen huis ben, met mijn kinderen en mijn kleinkinderen, en dat ze me komen halen. Dat de buren de politie bellen en verklikken dat ik homoseksualiteit toon aan minderjarigen. Dat ik de gevangenis in moet.” Er verschijnt kippenvel op zijn gebruinde armen, terwijl het in Boedapest 38 graden is en we in een bedompt kantoortje zitten. Hij schudt zijn hoofd. „Ik kan niet weer in zo’n samenleving leven.”

Dat Martón kinderen heeft, komt omdat hij „in een vorig leven” getrouwd was met een vrouw. Toen hij in de twintig was, ontdekte hij pas dat hij op mannen valt. „Ik was voor werk op reis in het buitenland en zag mannenlichamen in advertenties van onderbroeken en dacht: dat is wat ik echt wil!”

Daarvoor wist hij niet dat homoseksualiteit bestond. Hij kende geen mensen die ‘uit de kast’ waren. Hij had er op school niets over geleerd. En dat, zo lijkt het, is precies waar het Hongaarse regime van premier Viktor Orbán naar terug wil. Een land waarin homoseksualiteit alleen bestaat achter gesloten slaapkamerdeuren, niet in het openbare leven.

Lees ook: Seksuele voorlichting op school? Niet in de ‘lhbt-vrije’ zones van Polen

Afwijking

Een wet die eerder deze maand werd ingevoerd, verbiedt ‘homopropaganda’ richting minderjarigen. Verpakt in een pakket maatregelen dat „krachtiger optreden tegen pedofiele delinquenten” belooft, staat dat films, programma’s en advertenties gericht op kinderen en jongeren tot 18 jaar geen „afwijking van genderidentiteit, geslachtsverandering of het promoten of vertonen van homoseksualiteit” mogen bevatten.

Voorlichting op scholen, over bijvoorbeeld seksualiteit, pesten of discriminatie, wordt voortaan exclusief domein van door de overheid goedgekeurde organisaties en moet zich verre houden van seksuele diversiteit. „Bescherming die nodig is voor de lichamelijke, geestelijke en morele ontwikkeling van kinderen, en het vanaf de geboorte beschermen en behouden van de onveranderbare identiteit van het kind.”

De homo- en transfobe wet heeft internationaal tot felle reacties geleid. Zeventien EU-regeringsleiders veroordeelden de wet en premier Mark Rutte verbond er voor een Europese top in Brussel vergaande conclusies aan. „Of ze zijn lid van de EU en de waardengemeenschap die daarbij hoort. Of ze gaan eruit”, zei hij over Hongarije (dat niet voornemens is de Europese Unie te verlaten, noch eruit gezet kan worden). Rutte en koning Willem-Alexander zijn uit protest zondag afwezig in Boedapest bij de EK-wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Tsjechië.

Lees ook:‘OneLove’ op de aanvoerdersband – verder mag protest tegen anti-homowet niet gaan van UEFA

Leed

Het duurde na zijn persoonlijke ontdekking nog jaren voordat Imre Márton zijn coming out had. Hij onderging zogenaamde homogenezingstherapie, had affaires en overwoog zelfmoord. „Elke dag als ik in de auto zat en er in tegengestelde richting een vrachtwagen aankwam, dacht ik: dat is de enige uitweg.”

Veel leed had hem bespaard kunnen blijven als hij eerder had geweten dat er meer scenario’s zijn dan huisje-boompje-beestje. Daarom sloot hij zich, toen hij op zijn veertigste van zijn vrouw scheidde, aan bij het vrijwilligersprogramma ‘Leer lhbti’ers kennen’. Daarmee gaan transgenders, intersekse personen, homo’s, lesbiennes en biseksuelen in duo’s op uitnodiging langs Hongaarse scholen om te vertellen over hun persoonlijke ontwikkeling, reacties van hun familie en de samenleving. „En dat we gelukkige mensen zijn”, zegt Andrea Sztraka (29), een andere vrijwilliger. Het is bedoeld om discriminatie tegen te gaan en vooral om jongeren die worstelen met hun seksualiteit te laten zien: je bent niet de enige. Juist dat wordt nu verboden.

Het voelt alsof we terug gaan in de tijd

Andrea Sztraka lhbti-vrijwilliger

Op de houten tafel voor Sztraka en Márton ligt een boekje voor tieners en hun leraren getiteld ‘Is het nog een taboe?’, met op de kaft een tekening van twee meisjes die, met een angstige blik in hun ogen, elkaars hand vasthouden. „Jaren geleden hadden we een boekje ‘Niet langer een taboe’. Het voelt alsof we terug gaan in de tijd”, zegt Sztraka. Márton: „We moeten een nieuw boek uitbrengen: ‘Het is weer een taboe’.”

Lees ook:Moet de Hongaarse Laura voor eeuwig als Richárd door het leven?

Ze kunnen erom lachen, maar de wet en de anti-lhbti-retoriek hebben werkelijke consequenties in hun leven. Hongarije stond binnen Midden-Europa lange tijd relatief liberaal tegenover seksuele minderheden, onder andere omdat religie er een veel minder grote rol speelt dan in bijvoorbeeld Polen. Zo vond in Boedapest al in 1993, vier jaar na het afschudden van het communisme, de eerste Pride-manifestatie plaats. Sinds 2009 bestaat er geregistreerd partnerschap voor stellen van gelijk geslacht. Maar de laatste jaren zijn gelijke rechten in verval. Zo werd het transgenders vorig jaar onmogelijk gemaakt om hun geslacht te veranderen in hun paspoort en is adoptie voor paren van hetzelfde geslacht verboden.

„Tijdens de migratiecrisis werden asielzoekers tot zondebok gemaakt door de regering. Tot die haatcampagne stonden Hongaren best open voor vluchtelingen, maar door de propaganda daalde die steun dramatisch. Ik ben bang dat nu hetzelfde gebeurt met lhbti’ers. Dat de acceptatie in de samenleving afneemt”, zegt Sztraka. Zij kwam er op de universiteit achter dat ze verliefd kon worden op vrouwen. Ze maakte al mee dat ze in 2018 „zonder problemen” met haar toenmalige vriendin meeging naar een familiereünie, maar in 2019 „waren we niet meer welkom”.

„De nieuwe wet is een klap”, zegt Sztraka. „Maar er is jaren propaganda aan vooraf gegaan.” In de Hongaarse media, die bijna allemaal gelieerd zijn aan Orbáns Fidesz-partij, wordt aanhoudend verkondigd dat het voorlichtingsprogramma scholieren indoctrineert, dat de vrijwilligers in de klas met hun genitalen staan te zwaaien en op jacht zijn naar kinderen. Sztraka: „Heel bewust wordt homoseksualiteit gekoppeld aan pedofilie. En wie is er niet voor het beschermen van kinderen?”

Conservatief slachtoffer

Orbán laaft zich aan de activistische en internationale kritiek op de wet. Zo kan hij voor zijn achterban doen alsof niet de lhbti-minderheid, maar híj, en de conservatieve Hongaren voor wie hij zegt te staan, het slachtoffer zijn van het verwerpelijke, westerse liberalisme. Er zit meer politieke motivatie achter de timing van de anti-lhbti-campagne. Volgend jaar zijn er verkiezingen in Hongarije en voor het eerst sinds Orbán in 2010 aan de macht kwam, heeft de voltallige oppositie zich tegen hem verenigd. In peilingen gaan ze nek-aan-nek. Maar de oppositie, van groenen tot extreem-rechts, is verdeeld over seksuele diversiteit. Juist op dit thema kan Orbán de partijen tegen elkaar uitspelen.

Daarnaast zag hij hoe de matig populaire Poolse president Andrzej Duda vorig jaar verkiezingen won door vol op het orgel te gaan tegen ‘lhbt-ideologie’. „Elke minuut dat de campagne over dit onderwerp gaat, gaat het niet over werkelijke problemen: hoe onze rechtsstaat ondermijnd wordt, het relatief hoge aantal Covid-doden in Hongarije of het feit dat hij hier van ons belastinggeld een Chinese universiteit laat bouwen”, stelt Sztraka vast. „Hij wil de redder van de natie zijn door niet-bestaande vijanden te creëren. Dit keer zijn wij aan de beurt. Dat jongeren zelfmoord plegen omdat ze niet zichzelf durven zijn, of mensen verhuizen omdat ze het niet meer aankunnen, is voor de regering onbelangrijk.”

Hoe de nieuwe wet praktisch moet worden gehandhaafd, is onduidelijk. „De tekst is bewust vrij vaag. Niemand weet precies wat het propageren van homoseksualiteit inhoudt. Waarschijnlijk is deze niet bedoeld om mensen te straffen, maar om af te schrikken. Media, scholen en burgers zullen waarschijnlijk aan zelfcensuur doen om maar niet in problemen te komen.” Ze merkt het aan de reacties van haar familie. „Ze vinden het niet erg dat ik lesbisch ben, maar wel dat ik er voor uit kom en activistisch ben. Het verhaal dat wij een ideologie verspreiden in plaats van gewoon onszelf willen zijn, slaat enorm aan.”

Toch voelt Sztraka zich, in ieder geval in haar bubbel in Boedapest, niet onwelkom of onveilig. Maar Márton overweegt sterk om het land te verlaten. „Ik ben echt doodsbang, wanhopig en depressief van die wet. Dit Hongarije is mijn land niet meer.”