Opinie

Lang leve het imago-management

Monarchie Het Koninklijk Huis heeft nooit veel op gehad met vrije nieuwsgaring. In de huidige ‘marketingcratie’ wordt de ministeriële verantwoordelijkheid omzeild, schrijft .
Koningin Máxima bezoekt het Eurovisie Songfestival, in het kader van ‘Meer Muziek in de Klas’.
Koningin Máxima bezoekt het Eurovisie Songfestival, in het kader van ‘Meer Muziek in de Klas’. Foto Patrick van Katwijk / ANP

Met het besluit om haar toelage voorlopig terug te storten, heeft prinses Amalia een probleem dat de Tweede Kamer niet aan kon pakken, zelf opgelost. Ze laat daarmee zien dat ze begrijpt dat het volk de baas is, maar ook dat de macht van haar eigen imago-management misschien wel groter is dan die van het parlement.

Door de koning als ‘onschendbare’ boven de politieke arena uit te tillen en de ministers voor hem verantwoordelijk te maken, werd het conflict tussen de macht van de koning en zeggenschap van het volk vanaf 1840 vreedzaam opgelost. De hele negentiende eeuw lang werd over de toepassing van de liberale Grondwet nog gevochten, maar de parlementaire democratie won de strijd en na de Tweede Wereldoorlog had de koning, die besluiten wel ondertekende maar daarvoor niet verantwoordelijk was, alleen nog symbolische macht.

Die macht werd volop benut. Na de Tweede Wereldoorlog schoof prins Bernhard zichzelf en zijn gezin in het ontredderde Nederland naar voren als baken van nieuwe hoop. Met in het ontluikende mediatijdperk de pers als bondgenoot. Bernhard had een direct lijntje met de krantenredacties. Zijn goede vriend en journalist Sefton Delmer regisseerde de berichtgeving tijdens de Greet Hofmans-affaire en de Amerikaan Alden Hatch schreef in zijn opdracht een boek waarin hij schitterde als oorlogsheld, familieman en redder van het Nederlandse bedrijfsleven.

Maar met de bevrijdingsgolf die Nederland vanaf de jaren zestig overspoelde, werd de ‘lakeienpers’ allengs kritischer. Nu het koningshuis door de volksvertegenwoordiging was ingekapseld, rees een nieuwe vraag: welke vrijheid konden individuen zich binnen het instituut permitteren? Toch niet álles.

Toen koningin Juliana in 1964 weigerde de controversiële huwelijksplannen van haar dochter, Irene, bekend te maken, brak bijna een constitutionele crisis uit. Het nieuwe feministische adagium dat ‘het persoonlijke politiek is’, bleek ook te gelden voor de koninklijke familie. Het huwelijk van Irene en de komst naar het hof van burger Pieter van Vollenhoven werden mediaspektakels en toen in 1976 naar buiten kwam dat Bernhard zich had laten omkopen door vliegtuigbouwer Lockheed, bleek hoe de pers die zich zo bruikbaar getoond had, zich ook tégen hem kon keren.

Geen gelukkig huwelijk

De vrije nieuwsgaring en het Koninklijk Huis vormden geen gelukkig huwelijk. Wie de confrontatie met Bernhard aan ging, kreeg hem én het halve volk tegen zich. Toen historicus Gerard Aalders onthulde dat de verzetsprins tussen 1933 en 1936 lid geweest was van Hitlers nazipartij, werd niet de prins, maar híj met de nek aangekeken en nog op zijn sterfbed gaf Bernhard hem telefonisch de wind van voren.

Hetzelfde overkwam NRC-journalist Harry van Wijnen, nadat hij zich op televisie kritisch had uitgelaten over Bernhards contacten met corrupte overheidsfunctionarissen in Argentinië. Het ‘laag bij de gronds schelden’ nam volgens hem dusdanige vormen aan, dat hij de hoorn erop gooide.

Als het aan Beatrix lag, werd buiten de officiële kanalen om over haar familie überhaupt niet geschreven. Omdat premiers koninklijke trammelant liefst ook vermeden, hielp de ‘Rijksvoorlichtingsdienst’ vanaf haar troonsbestijging in 1980 ijverig mee aan de oprichting van een zwijgcordon.

Beatrix hield niet van journalisten. „De leugen regeert” luidde haar commentaar op de Nederlandse pers in 1999. Ook het verleden werd bewaakt: archieven tot ver in de vorige eeuw konden alleen met haar persoonlijke toestemming geraadpleegd worden. Het besef dat ook koningen recht op een privéleven hebben, won het (meestal) van de nieuwsgierigheid, zodat de drie-eenheid God, vaderland en Oranje de democratisering en de ontkerkelijking van de twintigste eeuw overleefde.

Lees ook: De koning is altijd koning, zegt Rutte

Pijnlijke couleur locale

Maar rond de eeuwwisseling kwamen historici en journalisten weer achter de koninklijke linies. Onderzoekers stortten zich op de geschiedenis van de koningen Willem I, II en III, die toch niet de voorbeeldige, zich wegcijferende aartsvaders bleken te zijn die de koningin zich had voorgesteld. Schrijfster Annejet van der Zijl voorzag de eerdere onthulling over Bernhards naziverleden na onderzoek naar zijn vooroorlogse jaren van pijnlijke couleur locale en Juliana’s biografe, Jolande Withuis, schetste het tragische lot van een getalenteerde, maar gekooide en door haar man gekleineerde vrouw. Voor de beschrijving van de Greet Hofmans-affaire koos Beatrix zelf een onderzoeker uit, ex-justitieambtenaar en historicus Cees Fasseur. Maar ook zijn ‘portret van een huwelijk’ liet van het beeld van koninklijk modelgezin weinig heel.

Tot afschuw van Beatrix kwam in de nieuwe eeuw ook de koningshuisverslaggeving tot leven. In 2001 publiceerden journalisten voorafgaand aan Willem-Alexanders huwelijk met Máxima diens impliciete mondelinge steunbetuiging aan de Argentijnse dictator Jorge Videla en in 2003 deden prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn in HP/De Tijd een boekje open over de omgangsvormen binnen de familie. In datzelfde jaar spoorde misdaadreporter Peter R. de Vries de lijfwacht van topcrimineel Klaas Bruinsma op, die bevestigde dat de verloofde van Beatrix’ tweede zoon, prins Friso, diens hartsvriendin geweest was.

In het onfeilbare beeld ontstonden steeds meer craquelures. Onthullingen in de Volkskrant en NRC Handelsblad torpedeerden in 2009 de aankoop door Willem-Alexander en Máxima van een luxe vakantievilla in het straatarme Mozambique en onderzoeksjournalisten stortten zich behalve op geheime belastingconstructies en ‘deals’ van leden van de koninklijke familie, ook op de begroting van het Koninklijk Huis, die decennialang in nevelen gehuld was.

Het sprookje keert terug

Met de troonwissel in 2013 brak een nieuw tijdperk aan. Máxima, wier talent voor public relations dat van prins Bernhard nog overtrof, betoverde het land en na de moeilijke laatste jaren van Beatrix was het sprookje terug. Ter gelegenheid van hun huwelijk in 2002 hadden Willem-Alexander en Máxima het beschermheerschap van het Oranjefonds cadeau gekregen, een gift mede mogelijk gemaakt door de Postcodeloterij. Met dit wijd vertakte netwerk van goede doelen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en media, werd een nieuw territorium verworven, waar niet pers en parlement, maar de marketing regeert.

De spanning tussen premier en staatshoofd ebde weg. Volgens het liberale adagium van ‘niet hinderen’ kreeg ieder zijn eigen ruimte. De koning verloor zijn rol bij de formatie, maar kreeg daar individuele vrijheid voor terug en Máxima mocht ook nog werken voor een andere baas, de Verenigde Naties (VN).

De grenzen tussen politiek, overheid, (internationale) liefdadigheid, lobbyisme, commercie en journalistiek raakten in de multimediale 21e eeuw vervaagd. Terwijl de politiek steeds meer verdeeld raakte, bestormden ongekozen influencers het Binnenhof. Niet de inmiddels uit negentien fracties bestaande Tweede Kamer, maar een door de Postcodeloterij gesponsorde rechtszaak verplichtte de regering zich aan de klimaatdoelen te houden.

Kabinetsformateur Hamer ontving de afgelopen weken zoveel maatschappelijke organisaties, dat columnist Martin Sommer sprak van „de nulgraad van de vertegenwoordigende politiek”. Parallel aan die parlementaire onmacht verrees intussen een omvangrijk koninklijk goede doelenrijk. Daar raakt de ministeriële verantwoordelijkheid gemakkelijk zoek.

Of de koning optreedt voor de Nederlandse Staat, de VN, de Postcodeloterij of alle drie, is niet altijd duidelijk. Toen Máxima tijdens een VN-vergadering in 2019 werd gefotografeerd in gesprek met de Saoedische prins Mohammed bin Salman, verdacht van het in stukken zagen van een journalist, deed minister Blok Kamervragen daarover af met de opmerking dat haar werk voor de VN „niet wordt vermengd met andere onderwerpen”.

Burgermeisjes

De andere kant van de koninklijke onschendbaarheid is persoonlijke terughoudendheid. Maar die is aan het hof verdwenen. De komst van ‘burgermeisjes’ bracht ambitie mee. Van half-goddelijke hoedanigheid is het koningschap geëvolueerd naar een persoonlijke carrière waar men graag de schouders onder zet.

Prins Constantijn en zijn vrouw, Laurentien, hebben van koninklijk zijn hun beroep gemaakt. In 2017 richtten zij een stichting op die bij wil dragen aan een „inclusieve, rechtvaardige en duurzame samenleving”. Het onder ministeriële verantwoordelijkheid opererende paar houdt zich bezig met het „identificeren van collectieve behoeften” en het „smeden” van „impactvolle allianties”. Jaarlijks komt circa 1,3 miljoen euro binnen uit subsidies en giften, die besteed wordt aan thema’s als migratie, kinderrechten, onderwijsvernieuwing en duurzaamheid.

Ambtenaar/zakenman/opiniemaker Sywert van Lienden opereerde ook op het breukvlak tussen overheid en eigen onderneming toen hij afgelopen voorjaar mondkapjes importeerde. Toen de Volkskrant onthulde dat hij daar zelf miljoenen mee verdiende, nam prins Constantijn, die hem in contact bracht met een vrachtvervoerder, het via Twitter voor hem op. De Volkskrant had „geen harde bewijzen”, vond hij, Van Lienden moest het „voordeel van de twijfel” krijgen.

De koning, door hoogleraar Paul Bovend’Eerdt staatsrechtelijk als ‘onverantwoordelijke koning’ omschreven, treedt in de nieuwe dynamische wereld steeds vaker op als zichzelf. Met een eigen video haalde hij de angel uit de woede over zijn vertrek naar Griekenland. In schattig meisjeshandschrift maakte zijn oudste dochter haar eigen maatschappelijke statement. De koningin werkte mee aan een documentaire en een boek over zichzelf. Maar terwijl ministers hun WhatsApps openbaar moeten maken, wordt eenvoudige informatie over het koninklijk reilen en zeilen nog altijd niet verstrekt en verbiedt de ‘mediacode’ het maken van niet-officiële foto’s.

De liberale bepaling dat de ministers verantwoordelijk zijn en de koning onschendbaar is, maakte twee eeuwen geleden democratie in het koninkrijk mogelijk. Maar als maatschappelijke marketing de macht van het parlement overneemt, werkt die oude toverformule niet meer.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.