Christine de Boer: ‘Betonstorten bleek echt spectaculair, een belevenis’

Kicks voor niks Geluk hoeft niets te kosten, maar waar vind je het? vraagt haar favoriete Nederlanders naar hun onbetaalbare genietingen. Deze week: Christine de Boer.

Illustratie Martien ter Veen

‘We hebben de garage van mijn ouders omgebouwd tot een vakantiehuisje. Dat kwam zo. Net als half Nederland dachten we het afgelopen jaar: wat moeten wij nu? We wonen in de stad, we hebben een kind, er is geen werk want de theaters zijn dicht, we wonen zo klein, laten we een huisje boeken. Maar alles was zoals iedereen weet: al geboekt of te duur.

„Toen zeiden mijn ouders: wij hebben een lekker huis en een tuin, kunnen we niet hier iets doen? En wij dachten: já, let’s go! Ook al had niemand van ons ervaring, we hadden meteen zoiets van: we gaan alles zelf doen. Behalve het loodgieterswerk.

„Toen bleek dat mijn broer net een elektriciensdiploma aan het halen is, mijn zwager bleek goed met water. En mijn vader heeft zijn hele leven als bruggenbouwer gewerkt en is heel handig. Zo hebben we de schouders eronder gezet.

„We moesten bijvoorbeeld betonstorten, niemand had dat natuurlijk ooit zelf gedaan. Betonstorten bleek echt spectaculair, een belevenis. En schilderen doet iedereen zelf, maar tegelen niet. Dus de badkamer tegelen: dat durfde niemand, mijn vader ook niet.

„Maar ik zei: we besteden het niet uit, dit moeten we kunnen. Ik dacht: hoe moeilijk kan het zijn, op YouTube ga ik kijken hoe het moet. Want als ik het ergens kan leren is het hier, in dit garagehuisje.

„En zo was het. Mijn vader sneed de tegels voor ons, mijn zusje en ik zetten ze erin. Het ziet er meteen schitterend uit als je klaar bent. Daarna ga je de voegen vullen en dan is het helemaal whoeoe en shiny. Je kunt niet geloven dat je het zelf hebt gedaan.

„Belangrijkste tip: de waterpas, en niet onderaan beginnen, maar iets boven de grond, anders ga je scheef.

„Er zijn heel veel klusjes in zo’n huisje die je gedachteloos kunt doen. Ik heb wel vijf kitpistolen leeggespoten – en dan met je natte vinger erlangs. En ja, dan is er veel ruimte in je hoofd om na te denken.

„Het huisje is een slaapkamer van tien vierkante meter met een badkamertje van twee vierkante meter, met daarin een douche, wc en een wastafeltje. We hebben geen keuken, dat is in een apart tuinhuisje: een tafel met een koelkastje. In de slaapkamer hebben we een bureau gezet met een kinderbedje, want we moesten ergens in die ruimte plek hebben voor onze zoon.

„Ik vond het ongelofelijk bijzonder om zo nauw met mijn vader samen te werken. Opeens was ik niet meer een kind dat opkijkt naar een ouder, maar waren we partners. We zijn allebei koppig, maar nu losten we dat als volwassenen op. En als ik per se een trappetje wilde, maakte hij een trappetje. Dat vond ik ontroerend.

„Het is net af. We zijn er twee weekenden een nachtje gaan slapen. Ik merk aan mijn zoontje hoe heerlijk hij het buiten de stad vindt, hij is anderhalf, en hij krijgt een grijns van oor tot oor als hij uit de auto kruipt en door de tuin mag rennen.

„Scenarist Willem Bosch gaf in het begin van de coronatijd een workshop ‘scenario schrijven’. Ik werd daardoor geïnspireerd eens iets voor televisie te maken, in plaats van theater. Het was spannend om iets nieuws te leren, zo begon ik aan het concept voor een muzikale comedyserie.

„Eerst dacht ik: dit ga ik nou eens los van Yentl doen, maar dat bleek ik helemaal niet te willen. Ik schreef meteen een rol voor haar en laat haar alle nieuwe versies als eerste lezen. We vullen elkaar extreem goed aan. Zij vult de gaten in mijn talent, lijkt het. Samen met producent Rachel van Bommel werk ik er nu een jaar aan. Vandaag hebben we besloten: dit is het pitchdocument, we gaan er de boer mee op.”