Opinie

Democratische landen, stel eens een grens!

Autoritaire staten schenden met vernuftige spionagesoftware naar hartenlust mensenrechten.

Marietje Schaake

Franse onderzoeksrechters klaagden gisteren, na eindeloos juridisch getouwtrek, vier leidinggevenden bij Amesys aan voor medeplichtigheid bij martelingen in Libië en Egypte. Het is voor het eerst dat verkopers van spionagetechnologie rechtstreeks verantwoordelijk worden gehouden. Eerder werden hooguit boetes uitgedeeld als er – ondanks de bestaande sancties – toch technologie werd verkocht aan regimes in, zeg, Syrië of Soedan.

Spionagetechnologie is hét onderdrukkingswapen van deze tijd. Met dank aan de laatste technologische snufjes worden kritische journalisten in de gaten gehouden, dissidenten gevolgd en informatie uit hun e-mail en sms’jes getapt. Gezichtsherkenningstechnologie geeft autoritaire staten nog extra munitie in handen.

Niet alleen Chinese, maar ook westerse bedrijven spelen een grote rol op de markt van techproducten die ongezien telefoons en computers van een doelwit kunnen binnendringen.

Al in 2008 verkocht het Europese Nokia-Siemens bijvoorbeeld monitoringsystemen aan de Iraanse machthebbers. Daardoor konden die het internetverkeer in hun land nauwgezet in de gaten houden.

Overal in de Arabische wereld werden in die tijd internet en mobiele telefoons belangrijke schakels bij het uiten van protesten, organiseren van demonstraties en vastleggen van mensenrechtenschendingen.

De meeste jongeren die meededen aan de vreedzame demonstraties zullen niet geweten hebben dat het Franse Amesys destijds hofleverancier was van spionagetechnologie aan het Gaddafi-regime in Libië. Het bedrijf verkocht ook spullen aan Egypte. En sindsdien is deze miljardenindustrie wereldwijd alleen maar gegroeid.

Steeds weer blijkt hoe belangrijk technologie is voor dictators. Nadat journalist Jamal Khashoggi in 2018 op de Saoedische ambassade in Istanbul werd vermoord en in stukken gezaagd, bleek dat al zijn bewegingen de maanden daarvoor waren gevolgd – met dank aan het Israëlische NSO Group. Dat bedrijf functioneert effectief als een private inlichtingendienst. Zo injecteerde het telefoons van doelwitten met spionagesoftware via WhatsApp.

Dat zelfs Amazon-baas Jeff Bezos werd gehackt, via een bestand dat verstuurd was met behulp van een WhatsAppje door de Saoedische kroonprins, had een wake-upcall moeten zijn. De leverancier van deze technologie? Uit onderzoek bleken dat zowel NSO Group als Hacking Team, een Italiaans bedrijf, te zijn.

Het lijkt niet uit te maken dat spionagebedrijven actief het buitenlandbeleid van democratische landen ondermijnen. Een autoritaire staat veroordelen vanwege inperking van de persvrijheid is natuurlijk hol als die tegelijkertijd net een mooie deal heeft gesloten met een Europees of Israëlisch bedrijf ter verfijning van diezelfde onderdrukking.

Lange tijd konden spionagebedrijven ongehinderd hun gang gaan. De voormalige speciaal gezant van de Verenigde Naties, David Kaye, riep in 2018 op om de verkoop van spionagemiddelen tijdelijk op te schorten vanwege de schending van mensenrechten die je daarmee faciliteert.

Dat leidde echter nog niet tot wereldwijde afspraken over beter toezicht. Pas deze maand is de Europese wetgeving ietwat gemoderniseerd, met als doel meer controle op de handel in dit soort technologie.

Hopelijk draagt de nieuwe Franse rechtszaak bij tot het stopzetten van de vrijwel ongeremde verkoop van spionagesystemen. Als democratische landen daar de intrinsieke motivatie voor missen, helpt het hen misschien in de wetenschap dat bedrijven uit China of het Midden-Oosten nu marktleider zijn op het gebied van onderdrukkingssoftware.

Het zou me niet verbazen als ook in Nederland telefoons en computers van journalisten en bestuursvoorzitters door buitenlandse regimes of criminelen worden gehackt. Zolang democratische landen niet gezamenlijk optreden tegen spionagetechnologie, dragen zij daar zelf aan dat soort mensenrechtenschendingen.

Marietje Schaake, voormalig Europarlementariër, werkt voor de universiteit van Stanford, waar ze zich vooral bezighoudt met kunstmatige intelligentie. Ze schrijft een tweewekelijkse rubriek over leven en werken in Silicon Valley.