Recensie

Recensie Boeken

Wég is de succesvolle schrijfster die moeder werd

Katixa Agirre Deze Baskische schrijfster schrijft over een schrijfster die net moeder is geworden, en die op haar beurt schrijft over een vrouw die haar tweeling heeft vermoord.
Foto Ines Arnshoff/ Getty Images

De verteller van Moeders zullen nooit houdt een checklist bij; de slechte moeder versus de goede schrijfster. Een van de vinkjes leest: ‘De goede schrijfster gebruikt haar moederschap als grondstof voor haar literaire werk, ook al kan ze haar moederrol niet spelen wanneer ze aan het schrijven is.’

Ergens anders – de goede schrijfster loopt vast in haar onderzoek naar een vrouw die haar twee baby’s vermoordde, weet het ook allemaal niet meer – verzucht ze: ‘ik kon alle documentatie en mijn eigen ervaring als moeder gebruiken om een soort essay/dagboek/kroniek te construeren. [...] Als ik eraan begon kon ik me het resultaat al voorstellen: een mengeling van geklaag en genegenheid, [...] een ambivalente en vermoeiende mengelmoes waar iedereen van zou walgen. Een gruwel.’

Het oeuvre van Katixa Agirre (1981, Baskenland) bestaat uit verhalenbundels, romans en kinderboeken en is in negen talen vertaald. Met de roman Moeders zullen nooit heeft ze zich voor een nogal complexe taak gesteld: schrijven over een schrijfster die net moeder is geworden, en die op haar beurt schrijft over een vrouw die haar tweeling heeft vermoord.

De vrouw wil geen afgezaagd of quasi-filosofisch moederboek schrijven, ik neem aan dat Agirre dat ook probeert te vermijden. Eigenlijk wil de vertelster helemaal geen moederboek schrijven, maar tegelijkertijd merkt ze dat het moederschap al haar andere identiteiten heeft opgeslokt. Wég is de schrijfster van een succesvolle politieke thriller! Vanaf nu is ze ‘dat grote, amorfe ding dat aan twee tieten vastzat’.

Obsessie voor moord

En dan blijkt ook nog (openbaring tijdens ‘de moeder der contracties’) dat ze de moordenares, die ze aanvankelijk in een nieuwsbericht tegenkomt, persoonlijk heeft gekend. Niet goed, vooruit, maar ze heeft haar lang genoeg meegemaakt om een grondige obsessie met haar geval te ontwikkelen waar ze, ze is nu eenmaal schrijver, aan toe besluit te geven. Het resultaat is Agirre die schrijft over een vrouw die schrijft over het niet kunnen schrijven over, en daarbij alles aangrijpt om wél te schrijven over. Moord. Moederschap. Het resultaat is een interessante, lichtelijk eclectische en intelligente roman.

Zo lezen de passages waarin de toedracht van de moord uit de doeken wordt gedaan als een thriller, en de rechtbankpassages als iets wat ik niet anders kan beschrijven dan als een up tempo-essay over de juridische, literaire, mythische en filosofische geschiedenis van kindermoordenaressen. De passages waarin de vertelster zich (natuurlijk beschroomd) beklaagt over de intense saaiheid van het moederschap overstijgen in zwartgalligheid en humor de gebruikelijke jammerklachten, hoe terecht die ook zijn: ‘je mag klagen over vermoeidheid, maar niet over verveling. Dat is een lichtzinnige, onbegrijpelijke klacht; als je je verveelt, moet je misschien nog een kind nemen, of zeven kinderen, zoals onze grootmoeders deden, denk je dat die nog tijd hadden om zich te vervelen? Alsjeblieft zeg, word volwassen, je bent moeder.’

Ondertussen verstrijkt er – je knippert even met je ogen en slaat wat bladzijden om – zo een jaar. De eerste verjaardag van het zoontje van de vertelster wordt gevierd, net als, implicieter, de eerste verjaardag voor haar obsessie met de moord. Een boek is er nog steeds niet. Wel een verlengd verlof, bezoeken aan plekken die met de gruwel te maken hebben, schrijfplannen die steeds onzekerder zijn en die duidelijk in de babyloze uren gepropt moeten worden.

Gruwel

Heeft het zin om achter de motivatie van de moordenares te willen komen? Hoe gek kun je worden van een zwangerschap? Hoe bestaat het dat echtparen bij elkaar blijven na het opvoeden van diverse kinderen? Waarom hebben moeders geen ‘magische kern’ waardoor ze alles verdragen, en waarom wordt dat eigenlijk wel gedacht? Wat te doen met die aantrekkelijke journalist die meeschrijft in de rechtszaal, en o, haar eigen huwelijk? Waarom weet niemand wat de werkelijke functie van een wee is?

Een roman over een roman die maar geen roman wordt, een essayistisch, spannend, komisch verslag van de zoektocht naar schrijverschap. Vaak dacht ik onder het lezen: waarom heeft Agirre voor dit boek die fictieve schrijfster nodig? Had ze niet gewoon zelf een essay kunnen schrijven? Maar dat zou wellicht die ‘gruwel’ geworden zijn waar ze haar vertelster voor laat vrezen, of een aftreksel van het schrijven over moederschap dat al bestaat.

Aan de andere kant is het misschien ook wel eens goed om te beseffen dat ‘moederschap’ geen literaire niche hoeft te zijn, aangezien zo’n beetje de helft van de wereldbevolking uit moeders bestaat en we er vrijwel allemaal een hebben. Dit was kennelijk de vorm die Agirre nodig had om haar ideeën in te verwoorden. Zoals de vertelster ergens verzucht: ‘Misschien is het beter om afstand te nemen van de werkelijkheid, dichter naar de fictie toe te gaan. En erop te vertrouwen dat via een van de kieren iets van waarheid zou ontsnappen.’

Geen waarheid over een moord, geen onomstotelijk bewijs voor de morele definitie van het woord ‘moeder’, maar wel de ware, ruwe vragen die het schrijverschap en moederschap voor haar met zich meebrengen.