Voetbalbestuurders worstelen met de eisen en grillen van de fanatieke achterban

Fanatieke aanhang Bij NAC vertrok de trainer omdat hij zich niet veilig voelde, voorstanders van een nieuw Feyenoord-stadion zijn bedreigd. Bestuurders weten zich vaak geen raad met fanatieke supporters.

Maurice Steijn als coach van NAC Breda tijdens de play-offs om promotie en degradatie tegen NEC, in mei.
Maurice Steijn als coach van NAC Breda tijdens de play-offs om promotie en degradatie tegen NEC, in mei. Foto Maurice van Steen/ANP

Nog op 15 juni klonken commissarissen van voetbalclub NAC Breda standvastig en bedachtzaam in hun bericht aan de achterban. „Wij willen het patroon van ontslag bij onenigheid of druk van buitenaf doorbreken. Dat lijkt gewoonte geworden in het voetbal, en helaas ook bij onze club, maar dat is geen duurzame aanpak. Het is duur, werkt beschadigend en verslechtert de prestaties van onze club.”

Aanleiding voor het statement was onrust onder supporters over de moeizame samenwerking tussen technisch directeur Ton Lokhoff en trainer Maurice Steijn, een conflict dat bijna als gebruikelijk op straat belandde. Openlijke onenigheid leidde meestal vlot tot ontslag.

Dat moest maar eens afgelopen zijn, vonden de commissarissen, overwegend ervaren managers uit het bedrijfsleven. Te vaak had de clubleiding zich door sentiment, druk van supporters en dagkoersen laten leiden. Dertien trainers versleet NAC in de voorbije tien jaar, bestuurders kwamen en gingen alsof het interim-functies betrof.

Maar de resultaten leerden: nieuwe gezichten waren vrijwel nooit de oplossing. Integendeel. Na ruim een decennium in de subtop en middenmoot van de eredivisie, is de club al sinds omstreeks 2013 in verval. Afgelopen seizoen werd NAC vijfde op het tweede niveau.

Nu, slechts anderhalve week na het statement van de rvc, is zowel Lokhoff als Steijn vertrokken. Eerst stapte de technisch directeur op, die nauwelijks twee maanden eerder was aangesteld en een uitgebreid verleden heeft bij NAC. Dat wekte de woede van de fanatieke aanhang, die Lokhoff beschouwt als clubicoon. In een ‘ultimatum’ – eindtijd zaterdag 19 juni 23.59 uur – eisten ze het ontslag van trainer Steijn, die toch al niet populair was bij de achterban. Gaf de clubleiding geen gehoor aan het ultimatum, dan zouden „gepaste acties” volgen. Wat die behelsden, mochten bestuurders en trainer zelf bedenken.

Ze besloten het niet af te wachten. Steijn vertrok nog voor het verstrijken van de deadline, hij zei zich niet veilig meer te voelen. Een dag later maakten de drie grootaandeelhouders van de club, in 2014 ingestapt, bekend hun belangen te willen verkopen.

Breda Loco’s

Hoe concreet de bedreigingen waren tegen Maurice Steijn is niet helemaal duidelijk. Algemeen directeur Mattijs Manders en een clubwoordvoerder wilden geen vragen beantwoorden van NRC. Enkele dagen nadat een belangrijk lid van zijn organisatie om veiligheidsredenen is opgestapt, schrijft Manders in een app-bericht dat hij zich wil „richten op een nieuwe trainer en een elftal voor komend seizoen.” „Wij willen graag door. De supporters ook.”

De lokale politie zegt geen aanleiding te zien voor strafrechtelijk onderzoek. Leon Deckers, bestuurslid van ‘Breda Loco’s’, een van de supportersverenigingen die het ultimatum ondertekenden, benadrukt dat de ondertekenaars geweld altijd afkeuren. „Wij betwijfelen zeer of er dreigementen zijn geuit. Maar er is een verschil tussen je bedreigd voelen en bedreigd zijn.”

Een kleine vijftig kilometer verderop bestaat dat onderscheid niet meer voor Ard Buijsen. De Rotterdamse architect was naar eigen zeggen voorheen betrokken bij Feyenoord City, het plan voor een nieuw voetbalstadion plus gebiedsontwikkeling aan de Maas. Hij geldt bovendien als een uitgesproken voorstander van het project, dat de steun heeft van de clubleiding, maar bij veel supporters op felle weerstand stuit. Zodanig zelfs dat Buijsen, Feyenoord-directeur Mark Koevermans en nog twee medewerkers van de club begin deze maand thuis bezoek kregen van boze fans en de gemeente zich genoodzaakt zag besprekingen en inspraakavonden over Feyenoord City uit te stellen. De club, die een historie heeft van bedreigingen door supporters, wilde er toen niets over kwijt aan het AD, behalve dat intimidatie en dreigementen „totaal belachelijk” zijn.

Op vragen van NRC over het voorval kon Feyenoord donderdag niet reageren. Buijsen wel. „Ze bonkten op de ramen en schreeuwden verwensingen als ‘kanker-Ard’ – het bekende repertoire. Sindsdien gaat mijn gezin anders over straat.”

The people’s game

De bestuurscrisis bij NAC verschilt in veel opzichten van de explosieve discussie rond Feyenoord City. Maar één ding hebben ze gemeen: voetbalbestuurders die worstelen met de eisen en grillen van de fanatieke achterban, de enige echte constante binnen een club.

Dat zijn de mensen die het eerste elftal naar de overwinning kunnen schreeuwen. Die sfeer maken in het stadion. Die in meerderheid geweld afwijzen en er – als corona dat toelaat – altijd zijn, ook als de resultaten tegenvallen. Die tegenwicht kunnen bieden, ook aan de commercialisering van de sport. Denk aan de massale supportersprotesten tegen de Super League, het plan van twaalf Europese topclubs om zich in een gesloten elitecompetitie af te scheiden van de rest. Nog geen 48 uur na aankondiging was de Super League alweer begraven.The people’s game, saved by the people”, twitterde Gary Lineker destijds.

Maar fanatieke supportersgroepen maken voetbalclubs – hoewel relatief kleine bedrijven – ook bijzonder moeilijk bestuurbaar. Vooral als de prestaties achterblijven en invloedrijke mensen rond de club, meestal zonder formele functie, zich roeren.

„Natuurlijk hebben supportersgroepen invloed op beleid”, zegt Bert van Oostveen, voormalig directeur betaald voetbal bij de KNVB. „Op een gezonde manier is daar niets mis mee. Maar supporters kunnen goed bestuur ook in de weg staan. Ze kennen vaak maar een fractie van de afwegingen en kijken veelal niet veel verder dan de volgende wedstrijd. Bestuurders zijn verantwoordelijk voor de lange termijn.”

Met de komst van sociale media is de druk op voetbalbestuurders groter geworden, zegt Van Oostveen, die soms met clubdirecteuren „te doen” heeft. Zeker als fans intimidatie en dreigementen gebruiken om hun zin te krijgen of ongenoegen te uiten, iets wat regelmatig voorkomt en waar hij zelf ook mee te maken kreeg in zijn tijd bij de voetbalbond.

Van Oostveen: „Daar is geen sportbestuurder tegen opgewassen. Mensen zullen niet snel erkennen dat ze er last van hebben, zeker niet in de masculiene voetbalwereld. Maar het doet echt wel wat met je als je een telefoontje krijgt dat het beter is als je vrouw en kinderen vertrekken.”

Grillig en fragiel

Nieuw is het allemaal niet, noch voorbehouden aan clubs die bekendstaan om hun fanatieke achterban. In 2015 vertrok Arriva-directeur Anne Hettinga als voorzitter van het stichtingsbestuur van SC Heerenveen, nadat zo’n vijftig man hem thuis in Sneek had opgezocht. Hij wil er niet meer over praten, laat hij weten via een woordvoerder. „Ik heb het boek betaald voetbal een dag na de visite van de fans gesloten en dat zal ik nooit meer open doen.”

Een paar jaar eerder stapte Clémence Ross-van Dorp, voormalig staatssecretaris van Volksgezondheid voor het CDA, op na een korte periode als voorzitter van De Graafschap. Ook zij werd bedreigd door supporters die haar weg wilden hebben. Ze vertelt dat ze politiebewaking had en niet meer naar het stadion kon. Ze zegt ook dat ze zich had verkeken op de invloed van de harde kern binnen profclubs.

„Supporters zijn een macht binnen de club met allerlei privileges, zoals eigen opslagruimtes binnen het stadion. Het voetbal is van ons, is de claim van de harde kern. En binnen voetbalorganisaties heerst een diep gevoel van afhankelijkheid van de fanatieke aanhang.”

Dat herkent Ramón Spaaij, socioloog verbonden aan de universiteiten van Amsterdam en Victoria (Australië). Spaaij deed veel onderzoek naar de relatie tussen besturen en de fanatieke clubaanhang. Volgens hem proberen veel clubs een band te smeden met de gematigden binnen de supportersgroepen, bijvoorbeeld door die inspraak te geven. Dat geldt ook voor NAC, waar ‘de geledingen’ regelmatig overleg voeren met directie en commissarissen. „Maar als resultaten tegenvallen, is het moeilijk de stabiliteit te behouden. De relatie is heel grillig en fragiel.”

Toegeven aan een ‘ultimatum’, zoals bij NAC is gebeurd, kan volgens Spaaij herhaling in de hand werken. „Het wordt dan een stuk gereedschap in de kist van de supporters”, zegt hij.

Maar volgens Leon Deckers van de Breda Loco’s was de positie van trainer Maurice Steijn simpelweg onhoudbaar na het vertrek van Ton Lokhoff. „En het spel was niet om aan te zien. 28 procent balbezit in een thuiswedstrijd tegen TOP Oss. Alsof dát volkomen normaal is.”