‘Terug naar Soedan? Dat zou zijn als modder na een douche’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Helen Tesfamariam (23) is half-Ethiopisch, half Eritrees, geboren in Soedan. Vanaf haar twaalfde spaarde ze om de overtocht naar Europa te maken. Toen ze zeventien was kreeg ze onverwacht een beurs om te studeren in Maastricht.

Helen Tesfamariam: „Ik wist niet hoe een computer werkte. E-mail? Geen idee.” Foto Walter Herfst
Helen Tesfamariam: „Ik wist niet hoe een computer werkte. E-mail? Geen idee.” Foto Walter Herfst

‘Mijn vader is Eritrees, mijn moeder Ethiopisch. Ze ontmoetten elkaar in Kassala, Soedan. Ze waren veilig maar ver van huis, gevlucht, berooid, rechteloos. Mijn oudere broer werd daar geboren, toen ik en nog een zusje en twee broertjes.

„Alle vluchtelingen in Soedan willen naar Europa. Je hoort de verhalen over de tocht door de woestijn, de levensgevaarlijke oversteek op kleine bootjes. Velen overleven het niet. Maar toch wil je gaan. Vanaf mijn twaalfde had ik maar één wens.

„Ik begon te sparen. Ik maakte huizen schoon voor Soedanezen en deed klusjes voor de vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, in Soedan aanwezig vanwege de vele vluchtelingen. Ik bracht dossiers van het ene kantoor naar het andere. Simpele dingen. Maar het bracht een zakcentje op. Alles legde ik opzij om de smokkelaar te betalen die me naar Europa zou brengen.

„Ik was zestien toen er mensen van het United World College, die samenwerken met de UNHCR, naar school kwamen en vertelden dat twee leerlingen een beurs konden krijgen om te studeren in Europa. Mijn oudere broer was een van de beste leerlingen van school. Hij solliciteerde, kreeg de beurs.

„Een jaar later kwamen ze weer. Dit keer waren ze op zoek naar meisjes. Mijn vader én de directeur van de school zeiden: „Probeer het, Helen!”

„Er was een lange vragenlijst. Ik begreep de meeste vragen niet goed. Andere leerlingen ook niet, maar die huurden er iemand voor in. Ik beantwoordde in mijn magere Engels vragen over mijn lievelingsboek en mijn grootste droom. Tot mijn verbazing zeiden ze drie weken later dat ik, samen met nog een ander meisje, naar Khartoem mocht afreizen om met de mensen van het programma te praten. Achteraf begreep ik dat ze liever iemand hadden die zélf de vragen had beantwoord, al was het dan in slecht Engels.

„In Khartoem kregen we een assessment. Ik herinner me het huisje dat we moesten bouwen van ongekookte spaghetti. Iedereen aan de slag, het lukte niemand. Ik ‘tekende’ een huis met spaghetti op tafel. Een andere oplossing zag ik niet. Ze zouden me meteen naar huis sturen, dat wist ik zeker. Helen, zeiden ze, je gaat naar Nederland. Naar Maastricht.

„Nederland? Kende ik niet.

„In de zomer van 2015 nam ik afscheid van mijn ouders, broertjes en zusje. In Khartoem moest ik twee maanden wachten voordat mijn uitreispapieren en studievisum geregeld waren. In september 2015 landde ik in Amsterdam. Daar begon een ander hoofdstuk van mijn leven.

„In Maastricht woonde ik op de campus van het United World College. Ik vond de gebouwen groot en hoog. In Soedan zijn ze klein en laag. Alles was nieuw. Deuren die vanzelf opengaan. Magie! Mijn eerste college was Theory of Knowledge. De docente vroeg me iets. Ik begreep helemaal niets. Hoe ga ik dit ooit doen?

Het lijkt alsof mijn lichaam nog moet wennen aan dit leven

„Ik zou twee jaar studeren aan het UWC. Ik vond het heel moeilijke jaren, ik voelde me minder dan de anderen. Ik was anders. Ik had geen geld voor pizza. Ik werkte ’s nachts naast mijn studie en stuurde dat geld naar mijn ouders. Tegelijkertijd ging er een wereld voor me open. Mijn Engels werd beter en ik ging de lessen begrijpen.

„Op die eerste dag zou ik het niet geloofd hebben, maar ik heb alles gehaald en werd na twee jaar op drie universiteiten aangenomen; één in Canada en twee in de VS. De studiekosten in Canada waren te hoog. De VS mislukte vanwege Trump’s travel ban. Tegelijkertijd bleek dat mijn studievisum verliep en dat ik Nederland moest verlaten. Terug naar Soedan? Dat nooit. Dat voelde alsof je in de modder gaat liggen na een douche.

„Ik nam de bus naar Ter Apel en meldde me als vluchteling. Twee maanden later kreeg ik asiel. Heel snel. Het duurde wel een tijdje voordat ik een verblijfsvergunning had.

„Ik woonde een paar maanden in verschillende asielzoekerscentra. Dat was zwaar. Misschien speelde ook mijn geschiedenis een rol. Ik had nachtmerries en was depressief.

„Mieke hielp me het Nederlandse onderwijssysteem doorgronden. Ik had haar in 2015 ontmoet. Zij gaf workshops over de geschiedenis van Limburg op het United World College en we hadden contact gehouden. Ik zie haar als mijn Nederlandse moeder. Zij keek samen met mij welke richting ik op wilde en welke studie daarbij paste. Ik koos voor International Studies met als taal Frans, in Leiden. Via haar kwam ik in contact met stichting ABCzetje, die me hielp met inschrijven bij de universiteit, verblijfspapieren, studiebeurs, huisvesting en zwemlessen. Inmiddels studeer ik anderhalf jaar.

„Het gaat goed met me. Maar mijn hart klopt snel. Alsof ik net heb hardgelopen. Het lijkt wel alsof mijn lichaam nog steeds moet wennen aan dit leven.

„Na mijn bachelor wil ik een business master doen. Mijn droom is een school openen in Soedan, waar de kinderen Engels en computerles krijgen. Dat zijn de twee vaardigheden die ik als kind niet leerde. Ik kwam hier en sprak geen Engels. En ik wist niet hoe een computer werkte. E-mail? Geen idee. Een Word-document openen? Geen idee.

„In april 2022 kan ik een naturalisatieaanvraag doen. Als ik een Nederlands paspoort heb, is dat mijn eerste paspoort in mijn leven. Dan hoor ik ergens thuis.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl