Opinie

Schaduwspits

Ellen Deckwitz

De gemoederen over het wel of niet in regenboogkleuren verlichten van de voetbalstadions houdt mijn zus, fanatiek lgbtq’er sinds 1992, al dagen bezig. Toen Mark Rutte dinsdag zei dat het onacceptabel is dat in de Europese Unie een land zoiets achterlijks uithaalt als de Hongaren nu doen, zag ik haar instemmend knikken. Helaas liet Rutte daarop volgen dat hij niet vindt dat de Oranjespelers een statement moeten maken. Dat vindt de demissionair premier een taak voor de politiek. „Hou de atleten daar nou buiten”, zei hij.

En zo ontplofte de zus alsnog. „De atleten zijn mensen”, riep ze. „Je kúnt ze er niet buiten houden.”

Daar zat wat in. Ik moest denken aan de boeiende podcastreeks De Schaduwspits, over homoseksualiteit in de sportwereld. Oud-tennisser Jeroen Gorthuis vertelt op een gegeven moment dat het je, als je ergens de enig openlijke homo bent, enorm veel energie kost. Dan ben je constant bezig met hoe naar je wordt gekeken, hoe je moet reageren en wat je wel en niet zegt. Energie die je dus niet kunt stoppen in je ontwikkeling als sporter.

Lees ook dit eerdere artikel over de podcast ‘De Schaduwspits’

Hetzelfde geldt natuurlijk ook wanneer je je geaardheid geheimhoudt. Het moet enorm veel moeite kosten om altijd op je hoede te zijn, in de pas te lopen, vooral niet af te wijken. Altijd bezig zijn met hoe je overkomt, vooral geen steken laten vallen.

„Precies”, zuchtte de zus. „Stel nou dat twee, drie spelers van de huidige selectie in de kast zitten en daardoor dus minder presteren omdat zij de hele tijd bezig zijn met die geheime geaardheid. Dat heeft gevolgen voor het hele team, wat het Nederlands elftal echt niet ten goede zal komen.”

‘Misschien waren we, als homoseksualiteit meer geaccepteerd was binnen het mannenvoetbal, allang wereldkampioen.” „Ja”, mopperde ze. „Maar goed, nu willen ze zo’n regenboogband omdoen zondag. Als teken van solidariteit vanuit een wereld waarbinnen geen speler zich momenteel veilig genoeg voelt om al tijdens zijn carrière uit de kast te komen. Het gaat er niet alleen om een boodschap naar de buitenwereld te doen uitgaan, maar ook naar het eigen werkveld.”

Ze begon te giechelen.

„Wat nou als ze zondag na het zingen van het volkslied meteen keihard beginnen te tongen met elkaar? Dat zou pas solidariteit zijn. Memphis met Maarten, Daley met Wout. Gezien de homofobie binnen het mannenvoetbal zullen hun tegenstanders dan echt doodsbang zijn.”

„Die zullen alle ballen doorlaten”, mompelde ik, waarop de zus in lachen uitbarstte.

„De verdediging zal gillend wegrennen!”, proestte ze. „Wij houden van Oranje krijgt een extra lading!” En toen ze daarvan bijgekomen was: „Maar serieus. Het is hoog tijd om de kast uit te komen. En de geschiedenisboeken in te gaan.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.