Peter Kwint (SP) in de Tweede Kamer tijdens het wekelijks vragenuur.

Foto Bart Maat/ ANP

Interview

Peter Kwint: ‘Ik wil dat deze nota terechtkomt in het inwerkmapje van de nieuwe minister’

Peter Kwint, politicus (SP) Maandag debatteert de Tweede Kamer over de initiatiefnota ‘Naar vore!’ voor een gezonde popsector van SP-kamerlid Peter Kwint. „Cultuurbeleid gaat nooit over popmuziek.”

De infrastructuur van de nationale popsector is „niet vanzelfsprekend” en „kwetsbaar”. Dat schrijft Tweede Kamerlid Peter Kwint (SP) in zijn initiatiefnota Naar vore! plannen voor een gezonde popsector, waarover maandag in de kamer wordt gedebatteerd. Er zijn volgens Kwint onder meer te weinig laagdrempelige speelplekken; bestaande cultuursubsidieregelingen zijn onvoldoende op de popwereld afgestemd en het inkomensverschil tussen succesvolle grootverdieners en de rest van de sector is te groot.

Peter Kwint: „De popmuziek is door Den Haag lang gezien als een sector die bakken met geld verdient en geen ondersteuning nodig heeft. Dat klopt niet. Het is niet met cijfers te staven.”

Kwint pleit in zijn nota voor een nationale popkoepel, een investeringsfonds, meer structurele aandacht voor talentontwikkeling (op muziekscholen en in jongerencentra), en een hogere afdracht aan artiesten door muziekstreamingdiensten en andere techbedrijven.

De popmuziek is door Den Haag lang gezien als een sector die bakken met geld verdient en geen ondersteuning nodig heeft

Volgens Kwint neemt het aantal speelplekken af, en is het gemiddelde inkomen van een fulltimemuzikant te laag. Het afgelopen jaar heeft hij voor zijn nota met zo’n 100 betrokkenen gesproken.

Waarom zijn uw nota en een Kamerdebat de beste weg om de popsector te beschermen?

Kwint: „Cultuurbeleid gaat vrijwel nooit over popmuziek. Ondersteuningsregelingen die in theorie ook voor de popsector gelden, zijn vaak op maat geschreven voor bijvoorbeeld een orkest of theater. Dat geld komt zelden bij pop terecht. Ook heeft de sector eigen problemen op het gebied van bijvoorbeeld auteursrecht en digitalisering, die zonder apart debat nooit besproken worden in Den Haag.”

Lees ook: ‘Cultuur moet anders na de crisis’

De infrastructuur van de popscene – oefenruimtes, podia, studio’s – staat volgens u onder druk. Welke invloed had de lockdownperiode op die infrastructurele kwetsbaarheid?

„Voor makers is het een dramatisch jaar geweest. En er zijn in diverse gemeentes popzalen waarover ik me zorgen maak. Nu hoeft er maar wind tegen te zijn, of een wethouder die een zaal niet wil ondersteunen, en er is weer een poppodium of jeugdcentrum weg.”

U beschrijft de popsector als een ‘winner takes all’-markt. Kun je daar iets aan doen met beleid?

„Het is een sterrenindustrie, dat verander je niet. Maar je kunt er met een investeringsfonds wel voor zorgen dat ook onderaan de piramide ruimte komt om rond te komen van je werk. Bijvoorbeeld door te voorkomen dat lokale acts niet bij poppodia terechtkunnen omdat die al vol zitten met studentenfeesten en coverbands.”

De streamingdiensten dragen volgens u bij aan de ‘winner takes all’-markt. Maar het is toch logisch dat wie meer wordt gestreamd, ook meer verdient?

„Het gaat ook om wat het bedrijf zelf houdt en wat ze überhaupt aan muzikanten uitkeren. In Noorwegen is de afdracht van streamingdiensten aan artiesten twee keer zo groot. Ik ben benieuwd hoe dat komt. Geef ons zo’n deal!”

Voor makers is het een dramatisch jaar geweest. En er zijn in diverse gemeentes popzalen waar ik me nu echt zorgen over maak

Op welke punten verwacht u een kamermeerderheid mee te krijgen?

„Het in kaart brengen van infrastructuur en beter toeschrijven van bestaande subsidieregelingen op de popsector is eigenlijk gratis. Wat geld kost, is altijd lastiger, zoals het voorstel voor een investeringsfonds. Maar de totale financiële paragraaf is zo’n 15 miljoen euro – dat is een relatief kleine investering wanneer je ziet hoeveel omgaat in de sector.”

Waarom dient u deze nota nu in?

„Ik hoop makkelijker een meerderheid te vinden, doordat partijen nu niet gebonden zijn aan een coalitie. Ik wil dat dit straks terechtkomt in het inwerkmapje van de nieuwe minister: de Kamer heeft gezegd dat we hier werk van moeten maken.”

De Tweede Kamer debatteert maandag 28 juni over de nota van Peter Kwint.