Nederlandse oliebedrijven teruggefloten wegens export giftige brandstof naar Afrika

Inspectie Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse olie- en chemiebedrijven al jaren vervuilende en in Europa verboden brandstof naar Afrika exporteren. De Inspectie fluit de bedrijven terug.
Straatbeeld van het Zuid-Afrikaanse Johannesburg. In Afrika zijn ruimere normen voor het gebruik van benzine dan in Europa.
Straatbeeld van het Zuid-Afrikaanse Johannesburg. In Afrika zijn ruimere normen voor het gebruik van benzine dan in Europa. Foto Bram Lammers

Acht Nederlandse olie- en chemiebedrijven exporteren al jaren giftige en milieuschadelijke brandstoffen naar Afrikaanse landen. Dat blijkt donderdag uit onderzoek van TNO. Naar aanleiding van de conclusies heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de betrokken brandstofhandelaren een ultimatum gesteld: ze moeten binnen enkele weken hun beleid veranderen, anders volgen er mogelijk dwangsommen. De Inspectie noemt de namen van de bedrijven niet, omdat de gehele sector – zowel raffinaderijen, chemiebedrijven als oliehandelaren – betrokken zouden zijn bij de export.

De milieuschadelijke autobrandstoffen bevatten volgens de onderzoekers hoge gehalten benzeen, zwavel en mangaan. De samenstelling voldoet niet aan de Europese kwaliteitscriteria, maar is in Afrikaanse landen als Nigeria, Senegal en Gambia wel toegestaan voor de verkoop. In West-Afrika rijden veel verouderde auto’s. De Afrikaanse normen zijn minder streng en daar maken Nederlandse olie-exporteurs gretig gebruik van. De Inspectie schrijft dat die werkwijze wel in strijd is met Nederlandse wetgeving en heeft juridische mogelijkheden om de bedrijven sancties op te leggen.

Lees ook: Het gas dat verspild wordt bij oliewinning is genoeg om Afrika van stroom te voorzien

Auto’s

Vorig jaar bleek al uit onderzoek dat ook de auto’s en busjes die vanuit de Nederlandse havens naar Afrika op transport gaan van slechte kwaliteit zijn. Zo hebben die meestal een lage-emissieklasse, vaak een verlopen apk en bovendien zijn er in veel gevallen problemen met de roetfilter en katalysator. Vijftien West-Afrikaanse landen hebben de criteria daarop aangescherpt: 80 procent van de geïmporteerde auto’s is vanaf dit jaar niet meer welkom in de landen. Op die manier hopen de landen de luchtkwaliteit te verbeteren.

Maar door het gebruik van benzine met een hoog zwavel-, benzeen- en mangaangehalte kunnen ook schonere auto’s de giftige stoffen niet filteren. Daardoor gaan ze kapot en neemt de milieuschadelijke uitstoot van deze voertuigen toe. Landen proberen luchtverontreiniging en smog aan te pakken door alleen nog schonere voertuigen toe te laten, maar door het gebruik van de schadelijke brandstoffen lukt dat volgens de Inspectie niet. Daardoor wordt de bevolking „extra en onnodig” blootgesteld aan „verhoogde gehaltes kankerverwekkende benzeen, zwaveldioxide en fijnstof”.

De Inspectie noemt de bevindingen „zorgwekkend”, omdat die de „schade voor luchtkwaliteit en de volksgezondheid” aantonen. Dit soort benzine is vanwege de gezondheidsrisico’s niet toegestaan op de Europese markt, waar de benzine de afgelopen jaren juist schoner is geworden als gevolg van strengere milieunormen. De Inspectie eist dat Nederlandse bedrijven uitsluitend nog schone brandstof exporteren.