Het mondkapje hoeft straks op veel plekken niet meer, maar afdoen kan nog lastig worden

Mondkapjesplicht Het mondkapje bracht de één een aardig zakcentje, de ander huiduitslag. De samenleving bezorgde het voornamelijk verhit debat en sociale prikkelarmoede. Een terugblik op zeven maanden mondkapjesplicht.

Foto Getty Images

Ze maakt ze in drie varianten: snoetjes, toetjes en suitjes. Hagenaars kenden haar „Hoedjes van Jo” al, vrolijke zomerhoedjes die ze ontwerpt en naait, maar sinds mei vorig jaar heeft Jolanda Dijkstra-Strik een bloeiende mondkapjesbusiness (en webwinkel) vanuit huis. Haar woonkamer werd atelier, het grote raam aan de straat etalage. Als het niet regent, wappert er meestal een bonte guirlande langs haar gevel.

Het begon in mei vorig jaar, toen ze voor zichzelf en haar man een „snoetje” had gemaakt, dat neus en mond en kin omsluit, en foto’s op Facebook zette. Waarna al haar vrienden er ook een wilden en zo verder: mond-tot-mondreclame. Haar „toetjes” zijn eenvoudiger (rechthoekig) en de „suitjes” zijn van wetsuit-stof (neopreen). Alleen al van het snoetje (à 7,95 euro) heeft ze er „duizenden” gemaakt.

De kapjes hebben ‘Jo’ financieel door de crisis geholpen. Hoe het haar vergaat na deze zaterdag 26 juni, is afwachten. In „openbare binnenruimtes” vervalt dan de mondkapjesplicht, maar in het ov en op andere plaatsen waar je geen anderhalve meter afstand kunt houden, niet. „De mondkapjes hebben in elk geval mijn profiel als creatief ondernemer versterkt”, zegt ze, waardoor ze nu al meer andere opdrachten heeft gekregen. „Ik hoop dat dat doorloopt.”

Zoals het mondkapje ook niet opeens helemaal verdwenen zal zijn, zo geleidelijk verscheen het vorig jaar in beeld – ver na het hamsteren, de handgelgolf, het woekerende plexiglas, en twee maanden na het begin van de eerste lockdown in maart. Waar andere landen het ‘masker’ – grimmiger woord dan ‘kapje’ – snel verplicht stelden, binnen en buiten, gebeurde het in Nederland laat en langzaam.

Gezien door de omgekeerde telescoop, waarin lockdowns en versoepelingen zich in de tijd lijken te verdichten, is het zelfs moeilijk een precies moment aan te wijzen dat het kapje er echt ‘was’.

KLM stelde het vanaf 11 mei 2020 verplicht. Een week later, op 19 mei, werd het verplicht in het openbaar vervoer, zij het dat je daar geen medische mondkapjes mocht gebruiken, om tekorten in de zorg niet nog groter te maken. Toen de besmettingen na de ‘zorgeloze zomer’ opliepen, werd het dragen ook in openbare binnenruimtes een dringend advies, maar pas op 1 december werd het ook daar wettelijk verplicht.

Druppelvanger

Al die maanden rolde het debat af en aan als de branding. Over de effectiviteit van het kapje als ‘druppelvanger’ of in combinatie met andere maatregelen, zoals de anderhalve meter. Wetenschappelijke is het nooit definitief beslist. RIVM-chef Jaap van Dissel blijft sceptisch. Fysieke isolatie van het virus is veruit het belangrijkst, hield hij kortgeleden in NRC staande. Dus: thuisblijven bij klachten, afstand houden en drukte vermijden. „Pas als dat allemaal niet kan, kom je bij persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes, voor de afdekking van een rest-risico.”

Niemand vergeet vermoedelijk de eerste keer, in trein of supermarkt – later wende het

Sommigen geloven zelfs in een negatief effect: met een kapje op zou je je juist onverantwoordelijker gedragen. En anderen zagen: de muilkorf. Voordat de talkshows, de politiek en ten slotte de wet het pleit beslechtten, had het mondkapje zo een zware symbolische lading gekregen.

Of de dragers vooral het virus vreesden, of de boete van 95 euro, kon je er niet uit afleiden. En ook niet of de drager bang was het virus zelf op te lopen of het door te geven.

In oostelijk Azië lag het anders. Daar staan mondmaskers in een langere traditie. In Japan zijn ze algemeen sinds de Spaanse griep (1918) en in meer landen helpen ze bij smog. In China en Zuid-Korea nam het gebruik scherp toe na de SARS-uitbraak in 2003. „In Nederland bekijken we bescherming vooral vanuit het individuele perspectief, in China vanuit het collectief”, schreef Clingendael-directeur Monika Sie in NRC. „Iedereen draagt ze voor het geval hij of zij die zieke is.”

Terwijl zich in Bergamo een zwart scenario ontrolde, stuurde China vliegtuigen vol medisch materiaal en personeel naar Italië. Dat bracht de Chinese regering ook als altruïsme, maar er zat meer dan een scheut verdeel-en-heers bij. Signaal: China – en Rusland dat de ‘coronadiplomatie’ ook ontdekte – doen wat Brussel nalaat.

Gezichtsmode

Waar Oostenrijk en Duitse deelstaten de harde, koffiefilterachtige FFP2-maskers verplicht stelden – die Maultäschle of Schnutenpulli gingen heten – droeg Nederland textiel.

Kledingmerken zetten het kapje neer als ‘gezichtsmode’, van G-Star Raw tot het Brusselse modehuis Natan, met koningin Máxima als vaste klant. „Een paar weken terug had iedereen me profiteur genoemd”, zei Ruben Opheide van atelier Schaap Tailors in Antwerpen in mei 2020 tegen de NOS. „Nu het verplicht wordt is mijn motto: laten we er dan maar iets moois van maken.”

Toch was het kapje in Nederland vooral huisvlijt. Kranten en tijdschriften publiceerden knippatronen en vouwwijzers. Een RIVM-studie vond als gebruikte materialen: „Antistatische stofdoekjes, bakpapier, T-shirt, theedoek, keukenpapier, koffiefilter, kussensloop, luier, maandverband/inlegkruisje, servet, sok, stofzuigerzakken, vaatdoek, zijde.” Vooral die stofzuigerzak was – wegens de antibacteriële behandeling – een afrader om doorheen te ademen.

Zelfs de Rijksoverheid deed mee („Knip twee stukken textiel uit van 15,2 bij 25,4 cm en neem twee bandjes elastiek van 15,2 cm lang”). Half mei, met 6.000 doden op de teller, verscheen in de Volkskrant nog een ludieke Grote Mondkapjestest („kappen nou” en „voor het lapje gehouden”), waarin ook een blad Chinese kool werd gerecenseerd.

Niemand vergeet vermoedelijk de eerste keer, in trein of supermarkt. Later wende het. Het mondkapje werd zelfs een beetje onzichtbaar, zoals je mensen met fluorescerende hesjes ook niet echt meer ziet.

Waar zijn we blij over nu ze af mogen? Vooral: niet meer iets moeten, blijkt uit enquêtes. En: geen beslagen bril meer, geen huiduitslag (‘maskne’, zeggen ze in de VS), lippenstift kunnen opdoen, gewoon een slok koffie nemen. Weer lachen met je hele gezicht in plaats van het geforceerde ‘lachen met je ogen’, de smize, die nooit elementaire vriendelijkheid of ouderwets flirten kon compenseren. (Geniale, maar te late inval om snel rijk te worden: doorzichtige maskers.)

En wat zullen we na de ontbloting missen? Ondanks Van Dissel voelde het (iets) veiliger dan zonder. En de anonimiteit kwam soms goed uit, als iemand op wie je niet zat te wachten je niet herkende.

Maskerverslaving

Het heeft ons ook doen wennen aan sociale prikkel-armoede. Dat kan het afdoen moeilijk maken. In Japan is ‘maskerverslaving’ sinds ver voor corona een fenomeen. Afdoen is ook moeilijk als het dragen van de mondkap je politieke identiteit symboliseert: sommige progressieve Amerikanen houden koppig een masker op, schreef The Atlantic, „zelfs als ze zo de risico’s van de ziekte overschatten of zichzelf beperkingen opleggen die veel strenger zijn dan de officiële richtlijnen”.

Afdoen kan moeilijk zijn voor wie een dierbare verloor aan corona. De collectieve druk geen masker meer te dragen en aan een vrolijke zomer te beginnen, kunnen zij ervaren als „een wrede opdracht te stoppen met rouwen”, schreef het online-tijdschrift Vice. „Mensen zijn niet verslaafd aan maskers, ze zijn getraumatiseerd.”

Artsen, tandartsen en tatoeëerders droegen het mondkapje altijd al. Emma Bruns, chirurg in opleiding en columnist van NRC, zegt wel dat corona haar bewuster heeft gemaakt van haar gezichtsuitdrukking boven het masker. „Al met al zoek ik meer oogcontact, dat bepaalt namelijk of je wel of geen dialoog met een patiënt hebt.”

En dan is er, geloof het of niet, nog een potentiële groep maskerdragers: de virus-ontkenners. In Canada en de VS zijn ze al gesignaleerd: anti-vaxxers met een mondkapje om zich „te beschermen tegen de nanodeeltjes die de gevaccineerden uitwasemen”. Het zou een mooie Umwertung aller Werte zijn: die paar Nederlandse Kamerleden en hun dansleraar als de laatsten der gemaskerden.