Opinie

Het gedogen van Viktor Orbán ontwricht Europa

Paul Scheffer

In München kreeg het stadion dus niet de kleuren van de regenboog, maar in veel andere steden gebeurde dat wel. Het initiatief tekent de groeiende afkeer van het autoritaire bewind in Hongarije. Steen des aanstoots is een nieuwe wet die voorlichting aan jongeren over homoseksualiteit verbiedt. Die wetgeving past in de antiliberale koers die Viktor Orbán al zo’n tien jaar volgt.

Daardoor lopen de spanningen hoog op. Mark Rutte was voor zijn doen uitgesproken: „Als Europa, naast een markt- en munteenheid en een samenwerking voor onze collectieve veiligheid ook een waardengemeenschap is, en dat vinden we allemaal, dan kan het niet waar zijn dat in de Europese Unie een land zoiets achterlijks uithaalt als de Hongaren nu doen.”

De normatieve afstand tussen Oost en West in Europa maakt het moeilijk om nog over zoiets als een waardengemeenschap te spreken. De autoritaire wending die gaande is in landen als Hongarije en Polen dreigt uit te lopen op een breuk in de Europese Unie. Wellicht is dat onvermijdelijk, maar iedereen begrijpt dat na het vertrek van de Britten niemand zit te wachten op nog zo’n conflict.

Nou, niet iedereen, want in populistische kringen waarderen ze de Hongaarse ambassadeur, András Kocsis. Die verdedigt de nieuwe wet en ziet in het hedendaagse liberalisme een vorm van intolerantie: „Westerse Europeanen willen leven in een post-nationale en post-christelijke wereld. Wij respecteren die keuze. Maar zij willen meer dan dat: zij willen dat wij ook zo gaan leven.” (TPO, 22 juni).

Waarom is het verzet tegen homoseksualiteit zo sterk in een land als Hongarije? Viktor Orbán legt een verband: „Liberale democratie versterkt gezinnen niet: het houdt vol dat er veel varianten van het gezin bestaan, dat er veel uiteenlopende levensstijlen zijn en dat we daar geen onderscheid tussen mogen maken. Een van de gevolgen is dat we nu een periode van demografisch verval doormaken.” (NRC, 21 september 2018).

Zo leidt de ‘demografische paniek’ in Hongarije tot een agressieve gezinspolitiek. En daarin past zoiets als het homohuwelijk natuurlijk niet. Om de krimp van de bevolking tegen te gaan krijgen gezinnen met vier of meer kinderen een vrijstelling van inkomstenbelasting. Het is een van de manieren die de regering kiest om het krijgen van kinderen te bevorderen.

De afname van de bevolking verklaart zeker niet alles van Orbáns omarming van het gezin en afwijzing van het homohuwelijk. Dat laatste is het symbool bij uitstek geworden van een decadente westerse wereld waartegen autoritaire leiders zich keren. Niet alleen in Oost-Europa, maar net zo goed in het Midden-Oosten. De open samenleving is allang niet meer de norm waar men zich naar wil voegen.

In Falend licht beschrijven Oost-Europa-kenners Ivan Krastev en Stephen Holmes de achtergrond van de opkomst van leiders als Orbán. De afwijzing van het liberalisme heeft veel te maken met de manier waarop de privatisering verliep na 1989. De verdediging van particulier eigendom en de markteconomie werd gecorrumpeerd door de min of meer legale toe-eigening van het publieke bezit door de voormalige communistische elites.

Maar er speelt volgens Krastev en Holmes ook een cultureel gemotiveerde weerzin tegen het liberalisme dat in de woorden van de ambassadeur een ‘post-nationale’ en een ‘post-christelijke’ wereld wil opdringen. Die westerse houding tegenover landen als Hongarije wordt ervaren als neerbuigend. Die houding is samengevat in een term als ‘achterlijk’ die viel naar aanleiding van de nieuwe wet.

Dat versterkt het gevoel tweederangsburger te zijn: het Oosten zal er nooit echt bij horen. Zo gezien geeft Orbán stem aan de rancune van velen. De liberale waarden staan in zijn ogen voor een verlies aan zelfbeschikking. Het zelfbeeld van een christelijk bolwerk wordt door hem opgeroepen: „We moeten formeel verklaren dat we niet divers willen zijn en dat we geen gemengd volk willen worden.”

En daarmee staat de Europese Unie voor een levensgroot dilemma. Gezien de onrust in het Oosten – waar Rusland een agressieve rol speelt – zou een breuk met Orbán tot een verdere verzwakking leiden van de Unie als veiligheidsgemeenschap. Tot nog toe is telkens geprobeerd om de zaak niet op de spits te drijven: de geopolitieke gevolgen van een breuk zijn te groot.

Toch is deze ontwijkende opstelling tegenover Orbán moeilijk vol te houden. Daarvoor is de kloof te diep: de pijlers van de rechtsstaat vallen een voor een om. De reacties in Brussel op de wet over homoseksualiteit zijn dan ook ongebruikelijk fel. Er valt niet aan te ontkomen: doorgaan met het gedogen van deze autoritaire wending ontwricht de Europese Unie als waardengemeenschap.

Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.