Is dit uw plas-papiertje in het bos?

Test Wandelaars duiken geregeld de bosjes in voor een plasje en laten dan zakdoekjes achter. wil weten hoe snel/langzaam het papier afbreekt. Hij legde acht velletjes neer.

Foto Wim Köhler

Sla op een drukbewandeld pad in de Nederlandse natuur een stil zijweggetje in en achter de eerste boom liggen ze: papieren zakdoekjes en wc-papiertjes. Vooral zakdoekjes. Soms wel vijf of zes. Daar is geplast, want de papiertjes zijn vrijwel altijd hagelwit.

Nee, het begon niet pas in coronatijd, toen onervaren wandelaars de natuur in trokken. Doorgewinterde wandelaars leggen al jaren papieren zakdoekjes in de natuur. Ontsierend. Een hondendrol valt minder op.

Waarom zijn het er zoveel? Dept iederéén na het plassen? Wordt er zó veel wildgeplast? Of zijn er niet erg veel plassers, maar blijven die zakdoekjes lang liggen? En is er verschil in de verdwijningssnelheid van verschillende merken zakdoekjes en wc-papier? Dat waren vragen die ondanks de ergernis bij mij opkwamen.

Informatie over de afbraaktijd van papieren zakdoekjes en wc-papier in de natuur bleek onvindbaar. Ze zijn biologisch afbreekbaar, zoveel is zeker, want van hout gemaakt. Maar een Europese richtlijn voor de snelheid waarmee ze in de natuur uit het zicht zouden moeten verdwijnen, ontbreekt. Het was tijd voor een test.

Foto Wim Köhler
Na 3 weken
Links: het begin op de droge grond. Rechts: na drie weken op de droge grond.
Foto’s Wim Köhler

Ergens in een bos heb ik twee series van drie verschillende merken zakdoekjes en één dubbelgevouwen wc-papiertje met aluminium tentharingen vastgepind. De zakdoekjes zijn van het dure A-merk Tempo en van twee goedkopere huismerken. Het wc-papier is hagelwit huismerkpapier. Eén viertal ligt inmiddels drie weken op drassige bodem, bij het vastprikken kreeg ik een kletsnatte knielknie. Een ander viertal ligt even lange tijd op een wat drogere grond. Daar is ook een velletje wc-papier begraven – om een eigen gewoonte te testen. Ook bij ons thuis gaat er wc-papier mee tijdens een wandeling. Na gebruik gaat een hak in het zand en wordt een gat geschraapt, waar het papiertje in gaat. Zand erover – uit het zicht.

Het experiment begon een paar dagen voor Pinksteren. Vochtigheid en temperatuur zijn natuurlijk belangrijk bij biologische afbraak. In de eerste week kregen de papiertjes dagelijks flink wat regen op hun kop, bij temperaturen van 10 tot 15 graden. Na die natte week lagen de papiertjes in het drassige gebied zelfs een paar dagen in het water. Er volgden twee weken zonder een druppel neerslag, met temperaturen rond de 20 graden.

Begin
Na 3 weken
Links: het begin op de drassige grond. Rechts: na drie weken op de drassige grond.
Foto’s Wim Köhler

Het na de natte week bijna verpulpte wc-papiertje uit het droge gebied droogde op, en is na drie weken een verkleefd klompje papier geworden. In het drassige gebied is het natte wc-papiertje niet meer op te pakken – het valt dan uit elkaar. Het is verder vergaan dan het begraven wc-papiertje, dat voor inspectie kort werd opgegraven.

Belangrijk is vooral: na drie weken zijn alle acht de vastgepinde papiertjes nog goed zichtbaar. Van de zes zakdoekjes kunnen er vier zelfs nog steeds worden ontfrommeld en tot een velletje worden uitgevouwen. Op het drassige terrein lukte dat alleen met het Tempo-zakdoekje. Tempo heeft als belangrijk verkoopargument dat zijn zakdoekjes een wasbeurt in de wasmachine overleven – het is in mijn huishouden meermaals ongewild maar succesvol getest. De twee huismerkzakdoekjes uit de test verpulveren in onze wasmachine.

De biologische afbraak is het werk van micro-organismen. Maar de grote dieren in het bos, hebben die geen belangstelling voor de achtergelaten zakdoekjes? In de derde testweek is in het drassige gebied een wildcamera met zicht op de papiertjes geplaatst. Zo’n camera maakt foto’s als hij warmteverschillen en beweging signaleert. In het bos zijn eerder haas, ree, vos, das, zwijn, eland, boommarter, verschillende soorten muizen en allerlei soorten vogels vastgelegd. In een week tijd hipten nu alleen roodborst, heggenmus en geelgors voorbij de papiertjes.

Zakdoekje van huismerk 1, uitvouwbaar.
Huismerk 2 is ook nog steeds uitvouwbaar.
Tempo-zakdoekje, nog steeds uitvouwbaar.
Het wc-papiertje is een klont geworden.
Na drie weken op de droge grond. Uiterst links: zakdoekje van huismerk 1, uitvouwbaar. Links: huismerk 2 is ook nog steeds uitvouwbaar. Rechts: Tempo-zakdoekje, nog steeds uitvouwbaar. Uiterst rechts: het wc-papiertje is een klont geworden.
Foto’s Wim Köhler

De test gaat door, maar de voorlopige uitkomst zegt genoeg: een zakdoekje dat u dit weekend na een plaspauze in de natuur achterlaat, is na drie weken nog nauwelijks vergaan, dus blijft daar misschien nog wel de rest van de zomer zichtbaar. Stop ermee.

Wandelorganisaties en buitensporters vinden niet voor niets dat het niet hoort. De Koninklijke Wandelbond Nederland heeft, ietwat verstopt, op zijn website Wandel.nl staan: „In natuurgebieden is het over het algemeen niet verboden om te wildplassen. Laat hierbij natuurlijk geen afval zoals toiletpapier achter.”

Een paar milieubewuste buitensporters met eigen sites zijn minder mild. Die vinden dat je zelfs je eigen poep mee moet nemen als je meerdaagse trektochten maakt in veelbezochte natuurgebieden. Zie exploringwild.com van de Californische software-engineer Alissa: „Als je al wc-papier gebruikt, neem het alsjeblieft mee! Niemand wil je gebruikte toiletpapier zien. Ik ken je niet, maar ik gok dat je er niet aan bij wilt dragen de mooiste plekjes van onze planeet in een vies openbaar toilet te veranderen.”

Zakdoekje van huismerk 1 is niet uitvouwbaar.
Huismerk 2 is ook niet meer uitvouwbaar.
Het Tempo-zakdoekje is nog steeds uitvouwbaar.
Begraven wc-papiertje
Na drie weken op de drassige grond. Uiterst links: zakdoekje van huismerk 1 is niet uitvouwbaar. Links: huismerk 2 is ook niet meer uitvouwbaar. Rechts: Het Tempo-zakdoekje is nog steeds uitvouwbaar. Uiterst rechts: het begraven wc-papiertje.
Foto’s Wim Köhler

Er zijn overigens reukloze opbergsystemen: een plaszak, een meeneemtoilet, een zelfgemaakte ‘poop tube’. Alle details daarover, de beste openlucht-plastechnieken (vermijd teken, distels en brandnetels) en de milieu-aspecten ervan staan in het standaardwerk How to Shit in the Woods van Kathleen Meyer, waarvan vorig jaar de vierde editie uitkwam en dat in 1989 de Diagram Prize voor de raarste boektitel van het jaar won.

De gewone wandelaar heeft genoeg aan een zakje om het depzakdoekje in mee te nemen. En wat ook kan: geen papier gebruiken na het wandelplassen, want over een schrijnend gevoel bij wandelaars met een niet-gedepte laatste druppel valt op internet niets te lezen. En het wandelondergoed gaat ’s avonds toch in de wasmand.