Recensie

Recensie Boeken

Het ‘bal der gekken’ als amusement voor machtige Parijzenaars

Victoria Mas Lastige vrouwen liet je opsluiten in de 19de eeuw. In Mas’ filmische debuutroman, een aanklacht tegen het patriarchaat en een pleidooi voor de verbannen vrouw, dienen ze als vermaak.

Twee jaar geleden kozen 300 Franse middelbare scholieren uit zes genomineerde boeken hun favoriet: Le bal des folles van Victoria Mas. Ze vormden de jury van de Prix Renaudot des lycéens, een prijs die gekoppeld is aan een van de belangrijke Franse literaire prijzen. Het is een geweldig verhaal, zei de jonge vrouwelijke juryvoorzitter, met fantastische vrouwenportretten.

Het is alleszins begrijpelijk dat het boek in de smaak viel. Het verhaal speelt zich af aan het eind van de 19de eeuw, in La Salpêtrière, het Parijse ziekenhuis waar geesteszieken werden opgesloten en behandeld. Het waren vooral lastige vrouwen, van wie hun echtgenoot, vader of voogd af wilde. Vrouwen die als gek of hysterisch werden weggezet – omdat ze getraumatiseerd waren door verkrachting of mishandeling of gewoon omdat ze het hadden gewaagd hun mond open te doen.

Victoria Mas (1987) vertelt het verhaal van Louise, een van de favoriete patiënten van docteur Charcot, die toen de scepter zwaaide. De beroemde arts, grondlegger van de neurologie, brengt tijdens colleges vrouwelijke patiënten onder hypnose. Verwonderd observeren de (mannelijke) studenten de stuiptrekkingen van het vrouwelijk lichaam, die meer lijken ‘op een wanhopige erotische dans dan op een zenuwstoornis’.

Ook Eugénie, meisje uit de gegoede burgerij, wordt door haar vader bij de poort afgeleverd. Ze is slim, lastig, wil mee met haar broer, de stad in, discussies bijwonen, haar mening geven. Bovendien staat ze in contact met de esprit van haar grootvader.

Nieuwsgierige Parijzenaars

Als ze Het boek der geesten ontdekt, van de beroemde voorman van de spiritualiteit Alan Kardec, voelt ze zich gesterkt. Anderen zagen óók meer dan wat het nuchtere oog waarneemt – het is voor haar vader genoeg om haar voor gek te verklaren.

In La Salpêtrière valt ze onder de zorg van de strenge, gerespecteerde hoofdzuster Geneviève. Maar ook zij heeft een zwakte: ze schrijft brieven aan haar jong overleden zusje wier dood ze nooit heeft kunnen verwerken. Als Eugénie haar vertelt dat ze contact heeft met dit overleden meisje, ontstaat er een bijzondere band tussen hen, die culmineert op het jaarlijkse bal des folles, het bal der gekkinnen. Naar dit feest, met halfvasten, kijkt iedereen uit, de ‘patiënten’, maar ook tout Parijs. De eersten zoeken een kostuum uit, dossen zich prachtig uit, verheugen zich op een beetje aandacht, een compliment, een korte bevrijding. De Parijzenaars kunnen op het bal hun nieuwsgierigheid bevredigen en een blik werpen op de ‘zonderlinge wezens, deze disfunctionele vrouwen, deze gehandicapte lichamen’. De gekkinnen als amusement voor de machtigen.

Je hoeft je niet af te vragen wat Mas met haar debuutroman beoogde, ze hamert het erin. Het is een pleidooi voor de vrouw, buitengesloten, verbannen, voor de degene die anders is, een aanklacht tegen het patriarchaat. Mas heeft haar verhaal spannend en filmisch opgeschreven in duidelijk, helder, bijna kaal taalgebruik. Zonder ironie, zonder ambiguïteit ook. Geen wonder dat deze Franse jongerenjury voor het boek viel. Grote kans dat het ook Nederlandse jongeren tot lezen zal verleiden.