Egbert aan Zee

In 010

Op het terras van Dudok las ik dat pal voor de Zuid-Hollandse eilanden grote zandbanken ontstaan. Daardoor loopt het badstrand van Rockanje kans een slikkengebied te worden. Wie een duik wil maken, moet een eind lopen, waarschuwde het AD.

Ik reisde à la minute naar de kust: de badplaats van mijn jeugd dreigde immers kopje onder te gaan. Hoe florissant stond Rockanje er voor in de jaren zestig, toen mijn ouders met mijn broers en mij van Rotterdam naar Voorne fietsten? Bruisende golven, waar je naar hartenlust tegenaan kon springen, en een strand dat bij vloed soms zo smal werd dat we in allerijl ons windscherm moesten verplaatsen.

Op weg naar Rockanje kwam ik door Oostvoorne, een dorp dat de naam badplaats niet meer verdient. Tijdens een reportage een paar jaar geleden hoorde ik dat het strand sinds 2004 niet meer toegankelijk is voor auto’s. En dan heb je als badgast op deze gigantische zandvlakte toch echt een probleem. Niet voor niets reden mijn ouders in vroeger tijd met hun Volkswagen tot aan de zee om pootje te kunnen baden.

Lees de reportage Winderige Hoek moet Rotterdam Beach worden

Oostvoorne wordt, sinds het autoverbod, vooral bezocht door kitesurfers en wandelaars, vernam ik. Zou ook zusterbadplaats Rockanje zo’n sociologische verandering te wachten staan?

In het statige Badlust ging tijdens het middaguur het bier al rond. Even verder doemde een nieuwe strandtent op: Egbert aan Zee. Achter de bar stonden Aad en Bart van der Wel. Dat waren toch Dudok-directeuren? Niet meer, zo bleek. Vorige zomer lieten ze het miljoenenconcern, na dertig jaar, wegens „een zakelijk geschil” achter zich. Nu zijn de broers iets nieuws begonnen op het eiland waar ze groot werden. „We woonden in Brielle en gingen met schoolvrienden vaak naar het strand van Rockanje”, vertelde Aad van der Wel.

Ik at een zalmsalade en vroeg: van de directiekamer in Rotterdam naar de werkvloer in Rockanje, is dat terug bij af? „In tegendeel”, zei Aad van der Wel, „het is ontzettend leuk om weer direct contact te hebben met de gasten.” De zaak is 365 dagen per jaar open en mikt op het stadse publiek, gezinnen en sporters. En de naam Egbert? „Zo heette onze grootvader”, legde de strandtenthouder uit.

Over de verzanding maken de horecabroers zich geen zorgen. Aad van der Wel: „Door de ondiepte is het hier voor ouders met kinderen ideaal. Geen stroming, geen muien. Trouwens, ook kitesurfers komen hier graag.” Bart van der Wel: „Het zal wel loslopen. De haven van Stellendam moet open blijven, dus er zal flink gebaggerd worden.” „En anders”, zei hij, turend naar buiten, „noemen we het gewoon Egbert aan het Meer.”

Het strandpaviljoen Egbert aan Zee in Rockanje. Foto Willem Pekelder