Praten over de dood is geen taboe meer, confronterend is het wel

Dood Podcastmaker Laura Stek onderzoekt samen met kunstenaar Babs Bakels onze omgang met de dood. „Een persoonlijke uitvaart is natuurlijk mooi, maar we lijken soms een beetje de weg kwijt.”

Illustratie Getty Images

‘De dood een taboe? Nee joh, allang niet meer”, zegt documentaire- en podcastmaker Laura Stek. „In de media is er zoveel aandacht voor. Er zijn tv-programma’s over, in reclames wordt het bespreekbaar gemaakt.” We lunchen op een terras in de buurt van haar huis annex werkruimte, waar ze druk bezig is met het editen van Kassiewijle, de podcast over de dood die ze maakt met, maar deels ook óver kunstenaar Babs Bakels. „Ik ben Babs Bakels, ik ben sterfelijk. En ik ben Laura Stek, meer het type doodsontkenner”, luidt het begin van elke aflevering.

„Ik hoor bij de grote groep mensen die niet over de dood nadenkt, die het feit dat we sterfelijk zijn het liefst zo ver mogelijk wegstopt”, zegt Stek, terwijl ze twee kroketten over de bijbehorende boterhammen uitsmeert. „Babs is meer van het idee dat je de dood moet omarmen.” In de podcast vertelt Bakels over de schoonheid van knekelkunst, over menselijke botten die je op Marktplaats kunt kopen, en over de vraag of ze van haar oma – wanneer die zou komen te overlijden – kunst zou mogen maken. Samen met Vibeke Mascini ontwikkelde Bakels de installatie This body that once was you, waarin de toeschouwer wordt uitgenodigd te sterven én te vergaan en zich daarmee „voor te bereiden op het onvermijdelijke einde”. Stek: „Mijn rol in de podcast is om mensen even uit die denkwereld van Babs te trekken. Anders ga je nog denken dat het allemaal maar normaal is om zo met dit onderwerp bezig te zijn. Ik vertegenwoordig de groep mensen die dit soort dingen eigenlijk maar eng vindt.”

Waarom altijd die doodskist en rouwauto? ‘Een rieten mand of een bakfiets kan ook heel mooi zijn’

Lijkwagen als pin-up

Ze ontmoetten elkaar toen Stek een expositie bezocht in het Amsterdamse Uitvaartmuseum Tot Zover, waar Bakels twaalf jaar als curator werkte. Tegenwoordig is ze zelfstandig curator en kunstenaar. Stek zag er de tentoonstelling De Bedroefde Bolide, met foto’s van lijkwagens die soms als een pin-up voor de fotograaf lijken te poseren. Dat aantrekkelijk presenteren van iets wat met de dood te maken heeft, staat haaks op hoe Stek daar zelf tegenover staat. „Ik heb voor mezelf een buffer ingebouwd die me ervan weerhoudt er al te lang en diep over na te denken.” Door de persoonlijke klik met Bakels ging ze zich toch meer openstellen. „Ze praat op een grappige, directe en onverbloemde manier. Dat sprak me aan.” Zo ontstond het idee voor een podcast. „Ik maak graag producties waarbij ik de wereld laat zien door de ogen van iemand die net even anders kijkt dan wij.”

En de ogen van Bakels zien overal de dood. „Als ze op straat loopt, heeft ze continu beelden in haar hoofd van hoe ze dood zal gaan. Je kent ze wel: het wiel van je fiets komt klem te zitten in de tramrails terwijl de tram er net aankomt, het waait en die oude boom valt precies op jouw hoofd. De lijst met ideeën over hoe je zou kunnen sterven is natuurlijk eindeloos. En als zij in de stad wandelt, denkt ze aan alle mensen die hier eerder hebben gewoond en die nu dood zijn. In de podcast spreken we ook over waar die preoccupatie met de dood vandaan komt. Ze heeft eigenlijk een verschrikkelijk diepe doodsangst, opgedaan in haar vroege jeugd. Door zich volledig aan die angst bloot te stellen, hoopt ze dat ze hem kan opheffen.”

In de zes afleveringen van Kassiewijle onderzoeken Stek en Bakels onze omgang met de dood. In aflevering drie, Het dode lichaam, blijft Stek weinig bespaard. „Ik moest mee naar de snijzaal.” Samen gaan ze naar de afdeling anatomie van het UMC Utrecht, waar ze een rondleiding krijgen. Daar is een lichaam een preparaat, geen mens, zegt Stek in de podcast. De gezichten zijn afgedekt. „Je zit wel heel dichtbij met je vinger”, zegt Stek tegen Bakels, die er met haar neus bovenop zit en alles benoemt. „Wat is die ader blauw. Is dit de luchtpijp? Wat gróót.” Een taboe is het praten over de dood voor de meesten misschien niet meer, confronterend is het wel, vindt Stek. Ze huivert en neemt een hap van haar broodje kroket.

Wraps en bubbels

Dat we anders met de dood omgaan, zegt ze, heeft niet in de laatste plek te maken met ontkerkelijking. „Als je niet religieus bent, heb je andere rituelen nodig om afscheid te nemen. Uitvaarten worden anders ingericht. Bijna als een soort viering, een spectaculair evenement. De traditionele koffie en cake worden vervangen door wraps en bubbels en de kerk of de aula van het crematorium door het partycentrum. Een persoonlijke uitvaart is natuurlijk mooi, maar we lijken soms een beetje de weg kwijt.” Juist het hebben van vaste rituelen kan het afscheid overzichtelijk maken. „Ik ben me bewust geworden van de waarde van een vast script tijdens een uitvaart, van vaste elementen, of die nou religieus van aard zijn of niet.”

Hoe Stek zou willen dat haar uitvaart er straks uitziet, daar heeft ze nog niet over nagedacht. „Ik heb veel geleerd van de podcast, maar hier houd ik me liever nog niet mee bezig.”