Opinie

In de psychiatrische gevangenis veranderde ze in een zombie

Michel Krielaars

Een Amerikaanse journalist vroeg de Russische president vorige week of hij kon verzekeren dat oppositieleider Aleksej Navalny levend de gevangenis zou verlaten. De Russische president hield zich op de vlakte en antwoordde, zoals altijd zonder zijn persoonlijke gevangene bij naam te noemen: ‘Kijk, zulke beslissingen worden niet door de president genomen. Het is aan de rechter om te bepalen of iemand wordt vrijgelaten of niet.’

Het is niet de eerste keer dat ik de Russische president op een leugen betrap. De meeste rechters in zijn land hangen namelijk aan de touwtjes van het Kremlin. Toch had ik er niet eerder bij stilgestaan dat Navalny juist door die vervlochten machtsverhoudingen waarschijnlijk nooit vrij zal komen. Na het uitzitten van zijn straf zal er een tweede nepproces tegen hem worden aangespannen, gevolgd door opnieuw een paar jaar strafkamp, en ga zo maar door totdat zelfs Amnesty International hem is vergeten.

Alleen daarom al is het nuttig om over het gevangenisleven te lezen. Zelf deed ik dat in de dichtbundel Dwars op de harde wind van Natalja Gorbanevskaja (1936-2013). Samen met een paar andere Russische dissidenten protesteerde zij in 1968 tegen de inval van het Rode Leger in Tsjechoslowakije, die een einde maakte aan de democratiseringsbeweging in dat land. Ook was ze een van de samenstellers van de Kroniek van de Lopende Gebeurtenissen, een ondergronds geschrift waarin vanaf 1968 de huiszoekingen, arrestaties en veroordelingen van dissidenten werden geboekstaafd.

Je zou Gorbanevskja een voorganger van Navalny kunnen noemen. Ook zij werd door de autoriteiten uitgeschakeld omdat ze vertelde wat er in haar land werkelijk aan de hand was. In 1969 werd ze gearresteerd en een jaar later wegens ‘latent voortschrijdende schizofrenie’ veroordeeld tot opsluiting in een psychiatrische gevangenis. Om haar nog meer de mond te snoeren, werd ze daar behandeld met het anti-psychosemiddel Haldol, dat haar in een zombie veranderde.

Gorbanevskaja’s door Willem G. Weststeijn vertaalde en gekozen poëzie, geschreven tussen 1956 en 2013, zegt alles over het leven in onvrijheid. Vooral haar gedicht ‘En ja, ik hield van de vrijheid…’ sprak me aan. Het luidt: ‘En ja, ik hield van de vrijheid,/ stal niet, ging met niets aan de haal,/ ik sloeg alleen een kopje stuk/ tegen het hoofd van een generaal// Nu kwijn ik weg achter tralies,/ als een vogel in een kooi, vroeger vrij,/ “Het is tijd, mijn vriend,” klinkt gefluister,/ “we vliegen weg.” Zal het echt zo zijn?’

Het verbaasde me niet dat schrijver Maarten Asscher een nawoord bij de poëzie van Gorbanevskaja schreef. Als kenner van gevangenisliteratuur vertaalde hij in 2020 De ballade van Reading Gaol van Oscar Wilde. Het is een gedicht over een ter dood veroordeelde cavalerist, die uit jaloezie zijn vrouw heeft vermoord. In de gevangenis van Reading wacht hem de galg. Ook Wilde zat daar toen vast, na te zijn veroordeeld wegens homoseksualiteit. Van nabij maakte hij die executie mee.

Zijn ballade is poëzie die nog altijd twinkelt, ook in Asschers mooie vertaling. En opnieuw moet ik aan Navalny denken als ik lees: ‘Een eigen hel is elke cel,/ Zwart als een vieze plee,/ En de gore lucht van een stervenszucht/ Roest met de tralies mee,/ En enkel Lust wordt niet geblust/ in dit machinaal corvee.’ Vergeet hem dan ook niet en noem vooral zijn naam.