Opinie

Zon! Wind! Golven! En mensjes

Schilderijen behoeven mensjes, weet Joyce Roodnat, want die zorgen voor het leven. Uitzondering op die regel: de weergaloze wolkenschilderijen van John Constable. Daarop is geen mens te bekennen.

Joyce Roodnat

Zie ik daar nou dolfijnen duiken? Het lijkt er sterk op, in de golven op het schilderij van Abraham Storck tel ik er zeven. Ik weet dat ze in de Noordzee zitten, ik zag ze zelf toen ik zeezeilde van IJmuiden naar Lowestoft. Dat zal in de 17de eeuw niet anders geweest zijn, en toen buitelden ze dus zelfs tot in de Zuiderzee, voor de rede van Enkhuizen. Waar de schilder ze vastlegde als deel van de drukte. Een jongen in een sloep wuift naar ze met zijn muts. Alhoewel, ik maak het misschien te mooi, nu ik nog eens kijk, zie ik dat hij wuift naar de vissers in een boot verderop. Maar ik wil dat iemand op dit schilderij de feestelijkheid beseft van die grote duikende dieren, dus verlegde ik even zijn blikrichting.

Nu zie ik aan boord van die ene open schuit een vrouw met een kind op haar arm. Zij kijkt wel degelijk naar de dolfijnen. Vermoed ik. Hoop ik.

Ik weet trouwens niet zeker of het dolfijnen zijn (stil maar, biologen). Ik weet niets zeker. Maar dat houdt me niet tegen bij het genieten van de schilderijen die Museum Gouda bijeenbracht onder de noemer ‘Koele Wateren’. Die wateren zijn meestal zout, de zee is oververtegenwoordigd en het bijbehorende, schilderijgenieke natuurgeweld verklaart waarom. Zon! Wind! Golven! Die zorgen voor beweging. Maar schilderijen zijn meer dan verf. Ze behoeven altijd mensjes, die zorgen voor het leven. Komen ze voort uit de verbeelding van de schilder of zag hij ze, heeft hij ze geobserveerd? Weet ik alweer niet. Maar ze zijn cruciaal. Ze zijn bezig, ze zijn nietig, ze zetten zich schrap. Ze zijn voetnoten die opgaan in de omgeving. Maar ik zoek ze altijd op en zie ze graag krioelen, want zij maken het schilderij. Ze geven me gelegenheid om te voelen wat ik zie. Een storm aan het strand behoeft een figuurtje, dat kan zo klein zijn dat je het nauwelijks ziet. Maar het is er. Het mensje maakt het schilderij.

Abraham Storck (1654-1708): De rede van Enkhuizen, detail. Foto Rijksmuseum

O ja? En John Constable dan? Ik ga gauw, nu het nog kan, naar zijn expositie in Haarlem bij Teylers. Die werd opgeslokt door Covid-19 maar de weergaloze landschappen van de 19de-eeuwse Brit zijn nog net even te zien. Ook bij hem zie ik de mensjes, meermalen zijn ze een vlekje met een rode jas. Via hen maakt hij het ontzagwekkende natuurschoon intiem.

Maar het meest vergaap ik me aan zijn wolkenschilderijen. En daar is geen mens te zien. Constable schildert zo dat ik hém voel, met zijn hoofd in zijn nek, bezig beweging te vangen, bezig met het ongrijpbare, want een wolkenlucht blijft geen moment hetzelfde, wie een wolk schildert ziet af van houvast. Wie naar deze schilderijen kijkt wordt zelf het mensje. Dat Constable niet schilderde. Maar het is er wel.