Misjo Joezmeski (1966-2021) bracht Nederlandse schrijver roem in Macedonië

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Macedoniër en polyglot Misjo Joezmeski maakte van Nederlandse schrijver A. den Doolaard een uithangbord van zijn stad, Ohrid.

Den Doolaards pleitbezorger Misjo Joezmeski in 2020 in zijn stad Ohrid, Noord-Macedonië.
Den Doolaards pleitbezorger Misjo Joezmeski in 2020 in zijn stad Ohrid, Noord-Macedonië. Foto Ritz Mollema

Wie langer dan een uurtje in het idyllische stadje Ohrid verblijft, aan het gelijknamige meer, ontkomt niet aan de Nederlander A. den Doolaard, pseudoniem van Cornelis ‘Bob’ Spoelstra. In de eeuwenoude Noord-Macedonische stad staat een monument voor deze schrijver-avonturier en zelfs een museum op een bijzonder centraal gelegen plek. Of eigenlijk een herdenkingskamer met foto’s en tientallen boeken in bijna evenveel talen.

In de eerste decennia na de oorlog genoot Den Doolaard, die vijfentwintig jaar geleden in Hoenderloo overleed, ook in Nederland grote bekendheid. Door zijn werk als omroeper voor Radio Oranje, de verzetszender uit Londen, maar ook door de romans die hij schreef tijdens zijn omzwervingen over de wereld in de jaren voor de oorlog. Een bijzonder populaire roman, Herberg met het hoefijzer (een dunnetje) speelt zich af in Albanië. Een andere hit, Bruiloft der zeven zigeuners (ook geen baksteen) speelt zich net over de grens van dat land af, in Ohrid.

Daar is hij inmiddels bekender dan in Nederland, en die roem is te danken aan één man: Misjo Joezmeski, een kleine, ronde, maar niet gezette man met een licht melancholische oogopslag. Joezmeski was in Ohrid geboren, getogen – en hij stierf er, op de laatste dag van april van dit jaar. Twee politieagenten vonden hem in zijn auto, gestorven aan een hartstilstand. Hij was net 55 jaar.

Het monument voor Den Doolaard in Ohrid. Foto Ritz Mollema

Als tiener leidde Joezmeski al toeristen rond door de steile klinkerstraatjes van het prachtige stadje, langs Byzantijnse kerken, kloosters en kapelletjes. Opvallend veel Nederlanders bevonden zich onder zijn gehoor. In de jaren tachtig van de vorige eeuw bezochten jaarlijks zo’n 50.000 van hen de stad en het gelijknamige meer. Zij vertelden de jonge Joezmeski over Den Doolaard.

Behept met een groot talent voor talen, leerde hij vervolgens Nederlands en las de boeken en artikelen van de schrijver. Hij raakte in de ban van de man, zo vertelde Joezmeski graag aan iedere bezoeker. Hij richtte de herdenkingskamer in, midden in het stadje tegenover een veertiende-eeuwse kapel; hij creëerde het draagvlak voor het monument, dat er sinds 2006 staat, en hij schreef Onze Nederlandse vriend A. den Doolaard. In dat boek, dat in verschillende talen verscheen, corrigeerde hij liefdevol maar resoluut foutieve historische beweringen van zijn held over de stad en de regio; Bruiloft der zeven zigeuners staat er vol mee. Tegelijk stelde Joezmeski tevreden vast dat de Macedoniërs, feitelijk nog zonder eigen land, het hart van de bekende Nederlander hadden veroverd. „Precies hier in het land van de Macedoniërs vond A. den Doolaard wat ergens anders moeilijk te vinden scheen.” En dat wilde wat zeggen: Den Doolaard leidde lange tijd een dolend bestaan.

Iedere bezoeker met enige interesse in de geschiedenis van Ohrid kwam Joezmeski tegen

Zelf schreef Den Doolaard dat hij Macedonië „al zwervende” ging liefhebben, „zoals ik het nu nog liefheb boven alle andere landen waar ik doorheen trok.”

Iedere bezoeker met enige interesse in de geschiedenis van Ohrid kwam Joezmeski tegen. Dan vertelde hij, zonder slogans en nationalistische bombast, over de streek, het meer, over de islamitische, Ottomaanse overheersers en de christelijke volhouders. En over Den Doolaard. Hij zag er de ironie van in dat hij dankzij Nederlanders van een schrijver was gaan houden over wie hij nu vertelde aan Nederlanders die nog nooit van die schrijver hadden gehoord. Dankzij Joezmeski was Den Doolaard uithangbord geworden van Ohrid. Nu was Ohrid het uithangbord voor Den Doolaard.

Het A. Den Doolaard museum in Ohrid. Foto Ritz Mollema

Joezmeski laat een echtgenote, twee zonen en tientallen vrienden ontdaan achter. Eén van die vrienden is Ritz Mollema, een Nederlandse vertaler die op Malta woont. Twee jaar geleden vestigde hij zich voor onbepaalde tijd op een berghelling bij Ohrid, met prachtig uitzicht over het meer. Maandenlang zagen Joezmeski en Mollema elkaar vrijwel dagelijks. Ze spraken urenlang over Den Doolaard en de regio, en hadden het plan opgevat om samen op reis te gaan, langs historische plaatsen op de Balkan. Ze zouden er een documentaire over maken.

„Vanwege corona stelden we de reis al twee keer uit en nu is mijn vriend overleden. Misjo was een bijzonder mens”, zegt Mollema. Hem alleen als cheerleader van Den Doolaard en de stad opvoeren zou hem te kort doen, onderstreept hij. „Hij schreef essays, korte verhalen en recensies. Het was ook niet alleen ‘cheer’ bij hem. Neem zijn typische manier van praten. Hij eindigde bijna elke zin met een cynisch lachje. Daar zat een tragiek in, die verbonden leek met de pijn die hij voelde over de corruptie in het land. Tegelijk liet hij de moed niet varen. Hij had net een stuk land gekocht even buiten Ohrid, voor culturele doeleinden. Dat getuigt van hoop.”

Mollema heeft het voortbestaan van het Den Doolaardmuseum voor „ten minste het komende jaar” financieel veiliggesteld. Hij is in overleg met de familie over de verdere toekomst. Ondernemers azen al op de plek.

Mollema beaamt wat alle Nederlanders al weten die ooit Ohrid bezochten: dit „eiland in tijd en ruimte”, zoals Den Doolaard het stadje en zijn meer noemde, zal nooit meer hetzelfde zijn zonder de man die zijn liefde voor de eigen regio vorm gaf door zich te verdiepen in het werk van een buitenlander die in eigen land al nagenoeg is vergeten.