Plattelandscomponist Piet-Jan van Rossum met ensemble HAY!: (vlnr) Jennifer van der Hart, Doriene Marselje, Cynthia Miller-Freivogel en Naomi Sato.

Foto: Andreas Terlaak

Foto Andreas Terlaak

Interview

‘Straatlawaai en de geluiden van mijn buren waren een constante bron van afleiding’, vertelt de eerste plattelandscomponist van Nederland

Plattelandscomponist Piet-Jan van Rossum Vorig jaar werd Piet-Jan van Rossum benoemd tot ’s lands eerste plattelandscomponist. Vanaf volgend weekend gaat ensemble HAY! met zijn muziek de boer op.

Begin mei. Een straffe voorjaarsstorm raast over de weilanden rondom Fijnaart (Brabant). Bovenop de dijk staat het huis van componist Piet-Jan van Rossum (1966). In de woonkamer biedt een venster een weids uitzicht: akkers zo ver het oog reikt, soms doorsneden door een rij wild wuivende populieren. Hoogspanningsmasten. In de verte ploegt een trekker voort.

Het is een passend panorama voor Nederlands eerste ‘plattelandscomponist’, een functie die in het leven werd geroepen door de Provincie Noord-Brabant en Dutch Composers Now, promotieplatform voor nieuwe muziek. Sinds 2018 stelde het convenant op voordracht van arrangeur Geert van Boxtel stadscomponisten aan in onder meer Tilburg en Den Bosch. Sinds vorig jaar heeft ook het Brabantse buitengebied een muzikale vertegenwoordiger.

Vanaf zijn roodleren sofa, een van zijn drie katten op schoot, vertelt Van Rossum hoe hij zijn functie wil gaan invullen. Primaire focus: een muzikale herijking van de relatie tussen mens en natuur. Ja, beaamt hij, op het platteland zijn die twee begrippen nauw met elkaar verstrengeld, al is een goede balans ook hier eerder uitzondering dan regel. Intensieve veeteelt en landbouw hadden de afgelopen decennia desastreuze gevolgen voor het Brabantse landschap, vertelt Van Rossum: „De lucht die we hier inademen is ongezonder dan de lucht in de gemiddelde stad, wist je dat?”

Strevend naar een hernieuwde toenadering tot het landschap gaat Van Rossum het komende jaar de boer op met zijn muziek. Letterlijk. De afgelopen coronamaanden struinde hij rond op boerderijen, in verlaten stallen en op vergeten stukken verwilderde grond; op zoek naar locaties om nieuw gecomponeerde stukken tot klinken te brengen: „Ik heb bewust gezocht naar plekken met een bijzondere twist, iets vreemds of zelfs onheilspellends. Esoterische grappenmakers zouden zeggen dat de aardstralen er uit de grond schieten.”

Vieringen

Wie de proef op de som wil nemen, kan vanaf volgend weekend op pad. Op 2 en 3 juli organiseert Van Rossum zijn eerste 'vieringen' (uitdrukkelijk geen concerten) in de omgeving van Heukelom en Diessen. In september volgt een tweede reeks. Een auto en goed schoeisel zijn aan te raden: „Het zijn vrij afgelegen locaties. De route voert over landweggetjes, voetpaden, soms zelfs een stukje off road.”

Muziek op locatie. Van Rossum wilde eens verder kijken dan de traditionele concertpraktijk. Niet dat hij zich niet thuis voelde in het klassieke muziekbestel. Hij schreef veel voor concertzaal en theater. In 2009 bracht Asko|Schönberg de première van à la Cour de Lilas, een persoonlijke verkenning van de tijd van Ravel. In 2014 klonk zijn pianoconcert a young woman came up to me, vrij naar poëzie van W.G. Sebald, in de NTR ZaterdagMatinee.

De optocht (2015-’16) markeerde een omslagpunt. Van Rossum baseerde de ruim drie uur durende muziektheatervoorstelling op het gelijknamige prozagedicht van Toon Tellegen. In de oneindige versregels trekt een bonte stoet menstypen voorbij aan een misantropische ooggetuige, die ze met een welgemikt ‘Pats!’ een voor een wegvaagt. „Na de laatste voorstelling ben ik faliekant ingestort”, aldus Van Rossum. „Anderhalf jaar had ik non-stop gewerkt aan die enorme spanningsboog. En dan die gitzwarte tekst van Toon. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten.”

Oren spitsen

Een tijd van herbezinning brak aan. Ruim een jaar componeerde hij geen noot. Hij ging reizen. Onder meer naar Japan, het geboorteland van zijn echtgenote (sho-speler Naomi Sato), waar hij zich eerder al eens onderdompelde in de geheimen van het Noh-theater. Langzaam begon de componeerpen weer te vloeien. Voornamelijk in kleine, ingetogen stukken voor musici die hem na staan.

Eenzelfde intimiteit kenmerkt het ensemble dat Van Rossums plattelandscomposities zal uitvoeren de komende tijd. HAY! heet de groep. De vierkoppige kernbezetting bestaat uit sopraan Jennifer van der Hart, harpist Doriene Marselje, barokviolist Cynthia Miller-Freivogel en de sho van Sato. Cellist Maya Fridman haakt aan als gast. „Je zou het misschien niet zeggen”, legt Van Rossum uit, „maar het is een combinatie die in de buitenlucht goed overeind blijft zonder bombastisch te worden. Kijk, ik had er ook drie trombones neer kunnen zetten, maar dat is veel te fors. Voor dit project wil ik muziek schrijven die de oren doet spitsen. Mijn noten moeten in balans zijn met het landschap. Ik wil een ervaring creëren die de luisteraar laat voelen dat hij deel uitmaakt van een groter ecologisch geheel.”

Garrard-platenspeler

Ergens had hij altijd al een voorliefde voor het platteland, bekent Van Rossum. Noem het een kwestie van genen. Zijn familiegeschiedenis voert terug naar het Westland, naar een geslacht van streng gereformeerde tuinders, die generaties lang de kost verdienden met de teelt van groente, fruit en bloemen. Afgezien van de zondagse psalmen in lange zingtrant was er weinig ruimte voor muziek. „Mijn oma was daar heel duidelijk over”, aldus Van Rossum. „Kunstenaars, dat waren immorele, werkschuwe types. Klaplopers.”

Niettemin heeft vader Van Rossum artistieke ambities. Zijn liefde voor boeken, schilderkunst en orgelmuziek voert hem naar Delft, waar in 1966 de kleine Piet-Jan wordt geboren. Hij groeit er op in de Indische buurt, met uitzicht op de toren van de Nieuwe Kerk. Op de oude Garrard-platenspeler van zijn ouders legt hij de basis voor levenslange muzikale liefdes: Ravel, Ives, Stravinsky. Maar ook The Beatles, Pink Floyd en het solowerk van Syd Barrett.

„Ik denk dat muziek een rol kan spelen in de nodige mentaliteitsverandering”

Zijn eerste compositie, een uit de kluiten gewassen orgelsymfonie van drie kwartier, schrijft hij op zijn zestiende. Niet lang daarna volgt een experimenteel tapestuk. Ondanks die eerste wapenfeiten wordt steeds duidelijker dat hij muzikaal niet uit de voeten kan in de stad. Te rumoerig. Zoveel blijkt eens te meer in Den Haag, waar hij studeert bij onder anderen Louis Andriessen en Jan Boerman: „Straatlawaai en de geluiden van mijn buren waren een constante bron van afleiding. Het maakte dat ik niet goed bij mijn ideeën kon komen. Uiteindelijk is inspiratie voor mij als een fluisterende stem, die ik pas kan horen als al het andere zwijgt.”

Wolkenlucht

En dus trekt Van Rossum zich in 1999 terug op het Brabantse platteland. Het is er goed schrijven op de dijk, temidden van de stille velden. Onontkoombaar begint de sensatie van rust en ruimte door te sijpelen in zijn werk. Neem een stuk als all’s well. Minuten lang zoemt een eenzame ‘a’ in het orgel. Messiaen-achtige pianoakkoorden dwarrelen rond zonder ergens heen te willen. Een trompet blaast lange, ingetogen cantilenes. Uitgesponnen klankruimtes gevuld met bijna niets. IJle muziek. Het klinkende equivalent van traag veranderende wolkenluchten.

Plattelandscomponist Piet-Jan van Rossum met ensemble HAY!: (vlnr) Jennifer van der Hart, Doriene Marselje, Cynthia Miller-Freivogel en Naomi Sato. Foto Andreas Terlaak

Van Rossum schreef het stuk in de zomer van 2012. Grotendeels ’s nachts, zo merkt hij op in de toelichtingstekst. Overdag werkte hij in zijn tuin: rozen snoeien. Ondertussen verzamelde hij vlindervleugels. Kleine genoegens. De afgelopen jaren liet hij het stukje grond doelbewust verwilderen: „Ik ga er vaak stil zitten op een stoeltje. Na een tijdje begint er dan van alles te bewegen. Vogels, muizen en egels. Op zulke momenten voel ik verbondenheid. Ik ervaar dat ik geen toevallige passant ben, maar onderdeel van wat ik bij gebrek aan een beter woord maar even ‘natuur’ noem.”

Het is een problematisch want doodgeknuffeld begrip, vindt Van Rossum: „Bij ‘natuur’ denk ik aan mensen die in coronatijd massaal het bos in duiken, op zoek naar de spreekwoordelijke frisse neus. Of aan kunstmatig in stand gehouden lapjes grond, waar we de dieren mogen lastig vallen en onze rommel mogen achterlaten. Natuur is verworden tot een uitstapje, een ontsnapping aan de sleur van alledag, waarna we snel weer terugkeren naar onze televisies en laptops.” Welbeschouwd duidt natuur vooral afstand en verwijdering aan: „Natuur is een elders, iets wat buiten ons ligt.”

Twee domeinen

In zijn gebundelde lezingen Oog in oog met Gaia (2017) schetst de Franse filosoof en wetenschapssocioloog Bruno Latour de bredere context van het probleem. In het Westen, zo schrijft hij, wordt met natuur datgene aangeduid waarvan de mens zich met zijn beschaving wil onderscheiden. Anders gesteld: natuur krijgt enkel haar volle betekenis in relatie tot haar tegenpool (cultuur) en roept zo een tegenstelling tussen twee onverenigbare domeinen in het leven. Niet bijster bevorderlijk in tijden van ecologische crisis, waarin we juist onze onlosmakelijke verwevenheid met onze omgeving onder ogen moeten zien.

Lees ook dit interview met cellist Yo-Yo Ma: ‘Beethoven hield altijd hoop op een betere toekomst’

Tien jaar eerder kwam de Britse eco-filosoof Timothy Morton al tot een soortgelijke conclusie in Ecology Without Nature (2007): om tot een werkelijk ecologisch bewustzijn te komen, kunnen we ons natuurbegrip maar het beste zo snel mogelijk laten varen.

Luisteren

Rake observaties, vindt Van Rossum, maar het is hem te abstract. „In wezen bedoel ik hetzelfde, zij het dat ik uit die theorie een doorleefde ervaring probeer te maken. We moeten niet alleen rationeel begrijpen dat we deel uitmaken van een complex ecologisch web, we moeten die verbondenheid ook voelen. Een diepgaande mentaliteitsverandering, dat is het enige wat ons gaat helpen. Ik denk dat muziek daar een grote rol in kan spelen.”

Hoe? „Door mensen weer te laten luisteren. Kijk om je heen. We zenden tegenwoordig alleen nog maar. ‘Ik vind dit!’ ‘Ik vind dat!’ Vind je het gek dat we de voeling met onze omgeving verloren zijn? Muziek kan die verbinding hernieuwen. Ze legt je het zwijgen op, maakt je stil en ontvankelijk. Luisteren gaat over openheid, voor muzikale klanken, maar ook voor andere indrukken zoals de natuurlijke soundscape, geuren, een briesje op je huid. Dat opgaan van de luisteraar in zijn omgeving, daar is het mij om te doen.”

Onlangs formuleerde Van Rossum enkele criteria voor de muziek die hij als plattelandscomponist wil schrijven. Kernwoorden: niet opdringerig, niet manipulatief, intiem. Geen groots en meeslepend duwen en trekken aan de luisteraar, zeg maar. Geen grote emoties ook, maar muziek als aandachtig luisterritueel.

In Alpha es et O (2020), zijn eerste werk voor HAY!, voegt hij de daad bij het woord. De harp schuifelt in cirkels rondom een herhalend motief. Resonerende snaren versmelten met lange tonen van de sho. Door de vele stiltes en rusten sijpelt vogelzang, wind in de bladeren. Een auto op een nabijgelegen landweg speelt voor Fernorchester. Als natuur en cultuur ergens nader tot elkaar komen, dan hier.

Ensemble HAY! speelt op 2 juli om 19 u.30 op de Piet van Meijntjeshoeve, Heukelom en op 3 juli om 19 u.30 op het Melkveebedrijf Lagendijk, Diessen. Toegang vrij, verplicht reserveren plattelandscomponist@gmail.com Inl: www.pietjanvanrossum.nl