Opinie

Het neutrale Hongarije zou nooit indoctrineren

Floor Rusman

Is homoseksualiteit een mening? Je gaat het haast denken, als je luistert naar de UEFA en de Hongaarse ambassadeur. In Hongarije werd vorige week een wet aangenomen die het scholen verbiedt om aandacht te besteden aan homoseksualiteit en genderidentiteit. De gemeenteraad van München wilde hierop het stadion verlichten in regenboogkleuren bij de wedstrijd Duitsland – Hongarije deze woensdag. Maar de UEFA verbood dit dinsdag: zij is een „politiek en religieus neutrale organisatie”, aldus het officiële statement.

Dinsdagmiddag verscheen op The Post Online een brief van de Hongaarse ambassadeur, András Kocsis, die homo- en transrechten eveneens als iets niet-neutraals beschouwt. Kocsis windt zich op over de „linkse campagne” tegen Hongarije. „Het hedendaags liberalisme draait om intolerantie, deze mainstream wil een hegemonie van opinies in plaats van een pluralisme aan ideeën.” Vervolgens zegt hij dat West-Europa zijn ideeën over „een postnationale en post-christelijke wereld” aan anderen wil opdringen.

Off-topic, András, kun je nu zeggen. Het ging toch over homoseksualiteit? Waarom begin je over religie en de natiestaat? Hij doet dat natuurlijk omdat hij homo- en transrechten ziet als onderdeel van een pakket: het van God en natiestaat losgeslagen liberalisme. Hoe anders is het neutrale Hongarije, dat zijn burgers nooit zo zou indoctrineren.

Ook in Nederland zijn er mensen die deze denktrant aanhangen. Toen de Tsjechische oud-president Václav Klaus in 2019 in een lezing bij Forum voor Democratie de gelijkwaardige positie van seksuele minderheden „een fundamentele aanval op al het normale” noemde, werd hij beloond met een luid applaus.

Door dit soort conservatieven wordt het pleidooi voor gelijke rechten voor homo’s en transgenders als een ideologie gepresenteerd, niet als een basisvoorwaarde voor samenleven in een democratie. Maar homoseksualiteit of genderidentiteit zou niets met ideologie te maken moeten hebben. Het gaat hier immers om persoonlijke eigenschappen, niet om politieke standpunten. Het zou bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn om homo te zijn én conservatief. Zo heb je in Nederland de conservatieve homobeweging De Roze Leeuw, die zich onder andere verzet tegen het exhibitionisme van de Pride. Dat soort conservatieve homo’s heb je vast ook in Hongarije: mensen die de natiestaat, het gezin en de kerk graag centraal stellen.

Door te stellen dat een neutrale organisatie geen regenboogstadion kan toestaan, trapt de UEFA in de conservatieve val. Ze doet alsof gelijkheid voor seksuele minderheden onderdeel is van een ideologie, terwijl die gelijkheid júíst een neutraal beginpunt zou moeten zijn. Het politieke komt daarna pas.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) schrijft elke woensdag op deze plek een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.