Opinie

EU-leiders moeten het tegen Orbán niet bij grote woorden laten

Anti-homowet Hongarije

Commentaar

Voetbal is geen politiek, vindt de UEFA. De voetbalbond wil niet dat het EK uitdraait op een wedstrijdje politiek armpje drukken. Om die reden werd het shirt van het Oekraïense voetbalelftal afgekeurd: er stond een landkaart op van Oekraïne inclusief het door Rusland geannexeerde Krim-gebied, geflankeerd door martiale strijdkreten.

Nu moet de UEFA opnieuw voor arbiter spelen. Vorige week nam het Hongaarse parlement een omstreden wet tegen ‘LHBTI-propaganda’ aan. De gemeenteraad van München wilde het stadion waarin het Duitse en het Hongaarse elftal woensdag spelen, verlichten in regenboogkleuren. De UEFA durft het helaas niet aan.

Volgens de nieuwe wet mag op Hongaarse scholen voortaan geen lesinformatie meer worden verspreid over homoseksualiteit en andere seksuele oriëntaties die volgens Boedapest strijdig zijn met traditionele opvattingen over het gezin. Premier Viktor Orbán zegt kinderen tegen pedofilie te willen beschermen, maar is vooral politiek gemotiveerd: door steeds nieuwe vijandbeelden te creëren, zit hij al elf jaar in het zadel.

De internationale verontwaardiging is groot. Ook premier Mark Rutte (VVD) noemde de wet „verschrikkelijk” en „achterlijk”. Georginio Wijnaldum, aanvoerder van het Nederlands elftal, draagt zondag bij de wedstrijd in Boedapest een speciale aanvoerdersband. Het is jammer dat de UEFA, nota bene al jaren pleitbezorger voor lhbti-rechten, nu geen statement durft te maken. Gelukkig is er nog een podium om Orbán aan te spreken op zijn giftige wet: de EU-top in Brussel.

Na de val van het communisme hebben Polen en Hongarije economisch de weg omhoog gevonden, maar de rechtsstaat wordt in deze landen al jaren ondergraven. Dat is spelen met vuur: in West-Europa is het geduld met de drammerige, autoritaire regeringen in Warschau en Boedapest op. Alleen in rechts-radicale kringen (PVV, FVD) kunnen die nog op steun rekenen. Intussen laait de discussie over ‘een Europa van twee snelheden’ weer op: moet er binnen de bestaande EU niet een nieuwe worden opgericht, zonder de landen die zich niet eens aan de meest elementaire regels van de club willen houden?

Dinsdag brachten enkele ministers van Buitenlandse Zaken een gezamenlijke verklaring naar buiten waarin ze de Hongaarse wet in harde bewoordingen veroordelen. Dat dit gebeurt, is een stap vooruit. In het verleden waren EU-landen vaak huiverig om elkaar de maat te nemen; voor je het weet krijg je de bal teruggekaatst of beland je in een oeverloze discussie over soevereiniteit. Het gebrek aan steun vanuit hoofdsteden maakte het voor de Europese Commissie lastig om juridische actie te ondernemen.

Een eenvoudig antwoord is er niet. De EU leeft bij de gratie van compromissen. Polen en Hongarije weten die politieke cultuur handig te gebruiken, door aan te sturen op bedenkelijke compromissen over rechters, minderheden, universiteiten en journalisten. De EU is daar te vaak in meegegaan. Zelfs het mechanisme dat de Unie heeft bedacht om landen financieel te straffen als ze de rechtsstaat schenden, is uitgedraaid op een compromis. Het gaat nu wel door, maar met een flinke vertraging, nadat Polen en Hongarije in december dreigden de hele EU-begroting te blokkeren.

Het Europees Parlement wil via de rechter afdwingen dat het sneller wordt ingevoerd. Het zou goed zijn als regeringsleiders hier ook op aandringen. Dat is niet alleen belangrijk voor al die goedwillende Hongaren en Polen die door hun regeringen steeds meer in het nauw worden gedreven, maar ook voor de geloofwaardigheid van de EU.